Skip to content
FR | ENG | ESP
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype
Je bent hier: Start Thema's Klimaat

Transitie of de keuze voor een andere ontwikkeling


De consumptie in de industrielanden is vandaag zo hoog dat onze planeet onleefbaar wordt. Laat staan dat heel de wereldbevolking dit consumptiegedrag zou overnemen. De immense uitstoot van broeikasgassen, de versnelde uitputting van natuurlijke rijkdommen, de luchtvervuiling, het leegvissen van de oceanen, ... deze gevolgen van  het huidige ontwikkelingsmodel tonen dat er grenzen zijn aan de groei. De keuze voor een andere ontwikkeling dringt zich op.


Groei?

Dat er grenzen zijn aan de groei, is geen nieuw inzicht. Het Brundtlandrapport destijds, de VN-conferentie in 1992 en de jaarlijkse vergaderingen van de Commission on Sustainable Development, van de wereldtop over klimaatverandering en van de wereldtop over biodiversiteit, stelden dit probleem al aan de kaak. Spijtig genoeg zonder oplossingen.

De onwil van de meeste financiële, economische en politieke actoren om af te stappen van het groeimodel is te groot. Ook het gebrek aan langetermijnplanning en verantwoordelijkheidszin bij politici bevordert het komen tot oplossingen niet. 'De huidige financiële crisis kan enkel opgelost worden door meer groei', luidt het credo. Maar wat betekent de huidige invulling van groei en vooral wat levert het op?

De toename van het Bruto Nationaal Product (BNP) is de enige belangrijke parameter voor het bepalen van de groei. Critici stellen zich hier steeds meer vragen bij. Als we eerst het leefmilieu vernielen en nadien bedrijven en diensten opzetten om dit te herstellen, dan betekent dit een toename van het BNP en dus groei.

Als we mensen ziek maken om vervolgens ziekenhuizen en een gezondheidsindustrie op te bouwen, is er sprake van groei. Als fast foodketens ongelimiteerd eten en drinken aanbieden en zo obesitas in de hand werken, is er groei. Groei van het volume zeker, maar ook groei van het geluk?

Ondanks het streven naar groei met het huidige ontwikkelingsmodel, is er geen vermindering van de ongelijkheid. In de industrielanden neemt het aantal armen en de ongelijkheid zelfs toe. In ontwikkelingslanden betekent groei in de eerste plaats verrijking van elites.

Ook de ongelijkheid tussen industrielanden en groeilanden enerzijds en ontwikkelingslanden anderzijds, slinkt niet.

Op zoek naar groei doen bedrijven uit Amerika, India, China, Europa en de Arabische oliestaten aan land-grabbing in Afrika met steun van het IMF en de nationale regeringen. Ze telen voedsel en biobrandstof voor verkoop aan zij die het kunnen betalen. De plaatselijke boeren wordt de toegang tot water, grond en dus tot inkomen, onderwijs en gezondheidszorg ontzegd.

De focus op groei komt ook de strijd tegen de klimaatverandering niet ten goede. Zo kiezen multinationals voor productie in groeilanden met lage lonen en minder regels voor de CO2-uitstoot. Hierdoor wordt de vermindering aan broeikasgassenuitstoot, gerealiseerd in sommige industrielanden, volledig opgeheven.

Bovendien kopiëren de meeste ontwikkelings- en groeilanden vandaag het ontwikkelingsmodel van de industrielanden. Zij hebben toch het recht om te ontwikkelen zoals de industrielanden deden. En ja, bij dit overnemen groeit in het Zuiden ook de lucht- en watervervuiling, de ongelijkheid en lijkt obesitas één van de grootste gezondheidsproblemen voor de toekomst.


Een ander ontwikkelingsmodel


Voor 11.11.11 is het duidelijk dat de keuze voor een ander ontwikkelingsmodel noodzakelijk is. Een model dat gebaseerd is op een gedifferentieerde verantwoordelijkheid van de verschillende landen, op het recht op ontwikkeling van elke wereldburger en dat gezien de pijnlijke toestand van onze leefomgeving alles op alles zet voor het behoud en de verbetering van onze "gemeenschappelijke" goederen.

Tijdens de klimaatcampagne van 2011 werkte 11.11.11 dan ook samen met Noord-Zuidorganisaties (Oxfam, Vredeseilanden, Broederlijk Delen, Protos, CNCD, CADTM), de milieubeweging (BBL, Greenpeace, WWF, IEW) en de drie vakbonden aan het gemeenschappelijk standpunt: "De ecologische crisis dwingt ons tot een ander ontwikkelingsmodel".

Hiermee pleiten de organisaties voor een overgang naar een ander ontwikkelingsmodel waarbij klimaat en energie, voedselproductie en grondgebruik, water- en waterbeheer, technologieoverdracht centraal staan.

Voor de industrielanden betekent transitie kiezen voor minder energieverbruik, meer hernieuwbare energie, duurzame landbouw, een gemeenschappelijk en niet geprivatiseerd beheer van lucht, water en bodem, minder consumptie en productie van duurzame goederen in balans met de natuur.

Het staat even goed voor herverdeling en solidariteit en het gebruik van de technologie om beter en niet zo zeer meer te doen. Voor de groei- en ontwikkelingslanden betekent transitie het kunnen kiezen voor een propere ontwikkeling.

Een keuze die maar mogelijk is als we zorgen voor de nodige financieringsbronnen (herverdeling),  internationale gedragsregels en de juiste meetinstrumenten.

Ook de Zuidpartners van 11.11.11 zitten op deze lijn. Steeds meer Latijns-Amerikaanse partners vervangen "groei" door "welzijn" en hebben het over de toekomstige "Era de buen vivir". Zij willen groene jobs en respect voor "Moeder Aarde".

Onze partners in DR Congo weten als geen ander dat een land rijk aan ertsen, grond en fossiele brandstof maar kan zorgen voor ontwikkeling van haar bevolking als goed bestuur hand in hand gaat met langetermijnplanning in functie van de echte behoeftes van de bevolking.

Aziatische partners linken de ecologische en klimaatcrisis en pleiten in het licht van RIO+20 voor een sterk front van bewegingen voor een ander maatschappijmodel.

door Jean-Pierre De Leener, Beleidsmedewerker klimaat


Laatste aanpassing op vr 10 feb 2012
Artikel 186 keer gelezen
Share/Bookmark