Dossier: Belgische betrokkenheid in de ontwikkeling van de atoombom

hspace=5De Belgische regering heeft een grote bijdrage geleverd in de ontwikkeling van de eerste atoombom.
Het Manhattan Project dat in 1942 werd opgericht, onder het Manhattan Engineer District, wou als eerste een atoombom creëren. Via enkele tussenpersonen kwam de leiding van dit Project te weten dat er één belangrijke bron was van uranium in de wereld: de uraniummijn van Shinkolobwe in het toenmalige Belgisch Congo. Mineralen ontgonnen uit de Shinkolobwe – mijn bevatten tot 65% uranium, wat een onvoorstelbaar hoog gehalte is in vergelijking met andere bronnen (uraniummineralen uit Canada bevatten slecht 0,2% uranium). Wou men een atoombom creëren had men nood aan de rijke uraniummineralen uit deze mijn voor onderzoek. Men ging dus op zoek hoe men dit uranium in handen kon krijgen.

De leiders van het Manhattan Project kwamen terecht bij de uitbater van de mijn: Union Minière. De toenmalige directeur was op dat moment al enkele jaren in Amerika waar hij een verkoopsagentschap van de Union Minière leidde: African Metals. Beide kanten kwamen tot enkele akkoorden maar, wanneer UM niet bereid bleek om het gewenste alleenrecht te verschaffen over alle uraniumertsen, keerde de VS zich tot de Belgische oorlogsregering in ballingschap in Londen, mits hulp van de Britten.

De toenmalige Belgische regering ging akkoord om de VS en, diens bondgenoot, Groot-Brittanië, te helpen een alleenrecht te krijgen op al het Congolees uranium. Ze maakten deze belofte officieel in een akkoord getekend in september ’44. België hoopte op die manier mee te kunnen delen in wetenschappelijke voordelen die zouden voortvloeien uit onderzoek met dit uranium. Zo zou België het Manhattan Project aan circa 75% van hun uranium helpen. Dit werd gebruikt in onderzoek naar de ontwikkeling van atoomwapens en resulteerde in de ontwikkeling van de twee atoombommen gebruikt tegen Japan, één op Hiroshima (06/08/1945), de andere op Nagasaki (09/08/1945).

In totaal zou er voor ongeveer 30.000 ton uranium- (en thorium) ertsen geleverd zijn.

Blijkbaar zijn vele vredesbewegingen en gewone mensen hiervan op de hoogte maar, gebruiken ze dit niet om België aan te sporen om actieve stappen te zetten naar volledige atoomontwapening.

Zo wordt er onder meer melding gemaakt van deze leveringen in de tentoonstelling in het Museum voor Midden Afrika in Tervuren. Toch maakte de Belgische pers hier nergens melding over. Alle aandacht ging naar het koloniale tijdperk van Leopold 2.

België heeft dus niet alleen een verantwoordelijkheid aan de Congolese bevolking voor het koloniaal tijdperk maar, heeft ook een enorme verantwoordelijkheid in het aanmaken van de bommen op Hiroshima en Nagasaki en ook en vooral in de naoorlogse machtsbalans die zou volgen (de Koude Oorlog). Dit dossier wil deze verantwoordelijkheid wat meer belichten om zo de Belgische overheid te stimuleren om actieve stappen te zetten om te komen tot volledige atoomontwapening.

De voorgeschiedenis

Congo wordt voor het eerst ontdekt door een Portugese ontdekkingsreiziger in 1482. In 1491 komen de eerste missionarissen aan in Congo.

Door de conferentie van Berlijn in 1884 wordt Congo officieel erkend als onafhankelijke staat. Deze zou later toegekend worden aan Leopold 2 die Congo – Vrijstaat zou stichten. Dit zou dan een vrijhandelszone worden.

Union – Minière du Haut – Katanga (kortweg Union Minière) werd opgericht in 1906 als gevolg van een gezamenlijk initiatief van 2 andere maatschappijen. De Belgische Generale Maatschappij en het Britse Tanganyika Concessions Ltd.

Hierdoor krijgt Union Minière de uraniummijn van Shinkolobwe in handen. De exploitatie start enkele jaren later. Deze exploitatie was vooral gericht op het ontginnen van radium. Het uranium dat samen met dit radium werd ontgonnen werd toen nog beschouwd als een restproduct met zeer weinig waarde. Enkel in de pottenbakkersindustrie werd het uranium toen gebruikt als kleurmiddel.
De waarde van uranium zou in de komende jaren echter spectaculair stijgen.

 

Het verloop van de uranium onderhandelingen

Union Minière en diens toenmalige directeur Edgar Sengier
In 1939 sluit Union Minière (UM) de uraniummijn in Shinkolobwe door ze onder water te zetten. De redenen hiervoor waren divers. Bij de aanvang van de conflicten in Europa, tussen Duitsland en Polen, steeg de vraag naar cobalt en koper sterk en werd het economisch meer verantwoord om de middelen en mensen te concentreren op de cobalt- en kopermijnen. Dit was één reden, anderen halen ook nog aan dat de uraniummijn werd gesloten om de prijs van het radium (dat meestal samen ontgonnen wordt met uranium en gebruikt wordt in de geneeskunde) hoog te houden.

Edgar Sengier kende het belang van uranium. Hij werd hiervan op de hoogte gebracht tijdens een ontmoeting met befaamde Engelse wetenschappers in mei ’39. Eén van hen, Henry Tizard, vroeg Sengier om de Britse overheid een optie te geven op al de radium-uraniumertsen uit de Shinkolobwe mijn. Sengier weigerde en toen hij wegging waarschuwde Tizard hem met de woorden: Wees voorzichtig en vergeet nooit dat het materiaal dat u in uw bezit hebt een catastrofe kan betekenen voor uw land en uw mijn wanneer het in de handen zou terechtkomen van een mogelijke vijand

Enkele dagen later zou Sengier de toekomstige mogelijkheden van de uranium splijting bespreken met verschillende Franse wetenschappers. Onder hen was Frederic Joliot, nobel prijs winnaar samen met zijn vrouw Irène Curie (dochter van Marie-Curie) in 1935. Er zou sprake geweest zijn van een mondeling akkoord tot samenwerking om een uraniumbom tot ontploffing te brengen in de Sahara woestijn. De Duitse invasie van Frankrijk verhinderde deze plannen.

Sommige auteurs trekken het bestaan van deze plannen in twijfel. Zeker is dat Edgar Sengier beter dan wie dan ook aan Belgische zijde, op de hoogte was van het belang en de mogelijkheden, voor militaire doeleinden, van uranium.

In oktober 1939 vertrekt de toenmalige baas van UM, Edgar Sengier, naar New York. Hij vreest de Duitse dreiging en vertrekt naar Amerika om de activiteiten van UM voort te zetten, in het geval de Duitsers België zouden binnenvallen. UM had op dat moment al een filiaal in Amerika; African Metals.

Aangezien Sengier op de hoogte was van het belang van uranium en er gevreesd werd voor een Duitse bezetting van België, gaf hij de opdacht om al het uranium in de raffinaderij van Olen en een deel van het ontgonnen uranium in Congo naar Amerika te transproteren. Het uranium in Olen werd niet op tijd getransporteerd en viel in handen van de Duitse bezetter. Het uranium uit Congo werd wel verscheept naar Amerika en werd opgeslagen in een loods op Staten Island in New York.
Op dit moment komt er een andere speler in actie.

De oprichting van het Manhattan Engineer District
Eind 1938 hadden Duitse wetenschappers ontdekt dat uranium splijtbaar was. Verdere experimenten hierrond werden uitgevoerd (o.a. door Otto Frisch en Rudolf Peierls die ontdekten dat bij de splijting van uraniumkern een kettingreactie ontstond die, wanneer men uranium-235 gebruikte, kon gebruikt worden om een ontzettend destructief wapen te ontwikkelen). Tegen het einde van 1939 onderzochten wetenschappers in Amerika (waaronder Enrico Fermi) de mogelijkheid om een gecontroleerde kettingreactie te ontwikkelen.

Het enthousiasme van enkele van deze wetenschappers en de vrees dat de Nazis wel eens eerst zouden kunnen zijn met deze ontwikkeling, deed hen naar de overheid stappen voor steun. Samen met andere wetenschappers schreven ze een brief naar president Roosevelt. Hierin stelden ze dat de ontwikkeling van een gecontroleerde kettingreactie dringend was. Ze waarschuwden er voor dat een schrikwekkend krachtige bom, met deze technologie, redelijk snel kon ontwikkeld worden, er dus dringend onderzoek nodig was en dat Congo de beste vindplaats was van het uranium nodig voor dit onderzoek.

Op 11 oktober 1939 richtte Roosevelt, naar aanleiding van die brief, een adviserend comité op over uranium. Atoomsplitsingsonderzoek ging door aan een versneld tempo.

Op 13 augustus 1942 richt het Amerikaanse geniekorps een nieuwe subdivisie op: het Manhattan Engineer District (MED). Deze subdivisie zette een prestigieus project op bekend onder de naam het Manhattan Project (MP). Dit project had de ontwikkeling voor ogen van een atoombom die gebruik maakte van een gecontroleerde kettingreactie. Dit project is verantwoordelijk voor de productie van de 2 atoombommen ingezet tegen Japan in 1945. 75% van al het uranium gebruikt in het MP was afkomstig uit de Shinkolobwe mijn in Congo.

Het hoofd van het MED, brigadier generaal L.R. Groves werd op de hoogte gesteld van een gebrek aan uranium voor onderzoek. De enige beschikbare bron van uranium bleek 1250 ton te zijn van African Metals op Staten Island. Kolonel K.D. Nichols, een ander lid van het MED, nam prompt contact op met Edgar Sengier.

 

Het begin van de onderhandelingen tussen UM en de VS

Sengier en Nichols kwamen tot een akkoord. De details zouden echter later uitgewerkt worden. De VS zou al het erts kopen in de loods op Staten Island en kreeg de eerste optie op 1000 ton die nog opgeslagen lag in Congo. Deze moesten direct verscheept worden. De contracten werden later verder uitgewerkt en een speciale bankrekening werd opgericht voor de betaling van het uranium.

In 1942 lag de nadruk bij de Amerikanen nog bij het vergaren van uranium voor tijdens de oorlog. Een jaar later hadden de Amerikanen de naoorlogse machtsbalans al in gedachten. Hiervoor wouden ze een zo groot mogelijke greep op de wereld uranium voorraden. Ze drongen er bij Sengier op aan om de Shinkolobwe mijn te heropenen en de volledige output van de mijn over te maken aan de VS. Sengier weigerde de Amerikanen een ‘first refusal’ recht te geven op alle ertsen.

In een poging de druk op te voeren op Sengier en zo meer controle te krijgen op ‘zijn’ uranium, schakelde de VS de Britten in. De Britten werden ingeschakeld omwille van het feit dat de Britse regering goede banden had met de Belgische regering en 30% van de aandeelhouders van UM Brits was.

De benadering van Belgische regering gebeurde officieel via het Combined Policy Committee.

 

De betrekking van de Belgische regering in de onderhandelingen

De eerste persoon binnen de Belgische regering die gecontacteerd wordt is de minister van financiën Camille Gutt. Het feit dat hij als eerste gekozen werd om op de hoogte gesteld te worden van de bedoelingen van de Amerikanen is geen toeval.

Gutt stond al vele jaren in dicht contact met de Britten. Met zijn pragmatische blik als minister van financiën zou hij misschien gemakkelijker te overhalen zijn, wanneer er goed geld aan te verdienen valt, dan zijn collega ministers.

Het Brits-Amerikaanse kamp benadert hem in de persoon van de Brit John Anderson (kanselier van de Engelse schatkist – minister van financiën). Deze lichtte Gutt, op 23 maart 1944, in over het atoomonderzoek waar de Britten en Amerikanen mee bezig waren en vertelde hem dat er geen zekerheid was over wat het resultaat juist zou zijn maar, dat het alleszins van allergrootst belang was. Hij vertelde Gutt ook dat wanneer dit onderzoek concrete resultaten zou opbrengen, het zeer belangrijk was dat die resultaten niet in de verkeerde handen zouden vallen.

Tijdens hun gesprek verzekerde Gutt Anderson dat zijn overheid alles in het werk zou stellen om er voor te zorgen dat het uranium niet in de verkeerde handen zou vallen. Gutt reageerde echter wel hevig toen Anderson vernoemde dat de Britse en Amerikaanse overheid de volledige controle over het uranium in het vooruitzicht hadden. Anderson stelde hem al snel gerust door te zeggen dat de regeringen niks zouden doen wat de soevereiniteit van België zou kunnen schaden. Gutt besloot het gesprek door te stellen dat hij dit alles eerst eens diende te overleggen met enkele collega-ministers. Zo werden de eerste minister Hubert Pierlot, minister van buitenlandse zaken Paul-Henri Spaak en de minister van koloniën Albert de Vleeschauwer in de onderhandelingen betrokken.

De ministers besloten positief te reageren op de vraag van Brits-Amerikaanse zijde op twee voorwaarden. Ten eerste moest de Belgische regering op de hoogte gehouden worden van alle ontwikkelingen die het Brits-Amerikaans onderzoek opleverden (uitgezonderd diegene die militair geheim zijn: ontwikkeling van de atoombom) en ten tweede moesten de voorwaarden van de overeenkomst overeenstemmen met de eisen van de Union Minière, wat betreft de prijs en levering. Deze twee voorwaarden vinden we ook terug in het uiteindelijke akkoord.

Om nog even terug te komen op de tweede voorwaarde. Waarom moesten de voorwaarden overeenstemmen met de eisen van de UM? Misschien had dit ook wel iets te maken met het feit dat Gutt een goede band had met de UM. Gutt was namelijk tot eind februari 1939 algemeen directeur van het verkoopsagentschap van de UM in Brussel. Daar bovenop had Gutt een vriendschappelijke band met de toenmalige baas van de UM Edgar Sengier (waarmee de Amerikanen al onderhandeld hadden). Het feit dat deze voorwaarde zo snel gesteld wordt door het kabinet van ministers, waar Gutt deel van uit maakte, kan dus te maken hebben met het beschermen van de belangen van een vriend en diens bedrijf.

 

Het akkoord

Na verschillende bijeenkomsten, waarbij onder andere ook nog Edgar Sengier en Pierre Ryckmans (gouverneur generaal van Congo) betrokken werden en verscheidene voorstellen die steeds op enkele punten verschillen van elkaar, komen de drie overheden op 4 september 1944 tot een akkoord. Op die dag wordt het akkoord geparafeerd door P.H. Spaak met de belofte dat de bevoegde minister later zal terugkeren om het akkoord officieel te ondertekenen, na de terugkeer van de Belgische regering naar Brussel een dag later.

De belangrijkste punten van het akkoord zal ik hierna samenvatten.

In artikel 1 wordt duidelijk gemaakt dat de Amerikanen de controle willen over al het uranium in de wereld. Niet enkel voor militair gebruik in de oorlog tegen Duitsland en Japan, maar ook en voornamelijk voor militair gebruik in de toekomst. België verbindt zich ertoe de VS en GB van al het uranium te voorzien uit alle gebieden onder Belgische controle, zijnde Belgisch Congo.

Artikel 2 en 3 stellen dat het akkoord zich baseert op bestaande contracten tussen het Combined Development Trust (een orgaan binnen het Combined Policy Committee) en African Metals. Deze handelen respectievelijk voor de VS-GB en voor de Union Minière (du Haut Katanga). De Belgische overheid verbindt zich toe te zien op de goede uitvoering van deze contracten.

Artikel 5 stelt dat de VS en GB financiële en materiële hulp bieden aan UM om de mijn terug operationeel te maken.

Artikel 6 bepaalt dat gedurende de periode van het in artikel 2 vernoemd contract en gedurende de tien jaar daaropvolgend de VS en GB een ‘first refusal’ (uitleg zie voetnoot 2) recht krijgen op alle uranium en thorium ertsen ontgonnen in Congo. België mag wel nog een kleine hoeveelheid van deze ertsen afhouden voor wetenschappelijk onderzoek en commercieel gebruik.
In artikel 9 wordt dit verder uitgewekt.

Artikel 8 herhaalt nogmaals dat de Belgische overheid, gedurende de in artikel 6 bepaalde periodes, zich zo goed als mogelijk inspant (to use their best endeavors) om de VS en GB zo veel mogelijk te voorzien in uranium en thorium ertsen die enkel voor militair en strategische doeleinden zullen gebruikt worden.

Artikel 9 bepaalt 2 dingen:
In het geval het onderzoek van de Britten en Amerikanen ook commerciële of industriële toepassingen van uranium voortbrengt (zijnde kernenergie), mag België delen in de kennis van zulke toepassingen. Voor zover deze ontdekte toepassingen, ontdekt zijn in onderzoek met Belgisch (lees Congolees) uranium.
Wanneer België ambities had om zelf onderzoek op te richten naar commerciële toepassingen van uranium was het verplicht eerst toestemming te vragen aan de Amerikanen en de Britten.
Artikel 10 tenslotte bepaalt dat het akkoord door alle partijen moet behandeld worden als militair geheim.

Kort samengevat:
België gaf de VS en GB een optie op al het uraniumerts uit Congo, in de hoop zo te kunnen delen in de wetenschappelijke voordelen.

 

De gevolgen van het akkoord

Dit akkoord en de voorgaande contracten tussen UM en MED en UM en CDT, zorgden voor 75% van al het uranium uit het Manhattan Project. Dit project had de ontwikkeling van een atoombom in het vooruitzicht. De twee atoombommen op Hiroshima en Nagasaki waren de bekendste resultaten van dit project.

Dit akkoord tussen België, de VS en GB maakte niet alleen deze 2 gruweldaden mogelijk, het zorgde ook voor een nieuwe wereldorde.

Het waren wel degelijk gruweldaden die 2 bommen op die 2 steden. Vaak lees of hoor je het argument dat die 2 bommen nodig waren om Japan op de knieën te krijgen. Als dit al waar is, waarom dan 2 doelwitten uitkiezen die bijna niet gebombardeerd werden tijdens de oorlog en dus blijkbaar niet van zo een strategisch belang waren? Ook is het nu alom bekend dat de Japanse overheid bereid was zich over te geven, indien dit kon gebeuren op eervolle wijze. De Amerikanen waren hiervan op de hoogte maar, gingen niet op dit voorstel van Japan in. Amerika was als eerste in bezit van dit wapen, en wou zijn dominantie tonen aan de rest van de wereld, voornamelijk aan de Sovjetunie en wou ook de gevolgen van een atoombom op burgers in de realiteit vaststellen. Dat dit de voornaamste reden was voor het inzetten van de atoombom blijkt uit het feit dat de Amerikanen nadien wel instemden met dezelfde eisen van de Japanse overheid als de eisen van voor de atoombommen.

Amerika had het alleenrecht op de rijkste bron van ertsen nodig om dit wapen te maken. De hele bewapeningswedloop tijdens de Koude Oorlog was waarschijnlijk niet mogelijk geweest zonder dat België Amerika dit alleenrecht had gegeven.

Het is nog steeds niet echt duidelijk wat de reactie was van de Belgische overheid op de atoombommen. De reactie van Edgar Sengier kon echter wel tellen.

De dag voor de bom op Hiroshima (5 augustus 1945) contacteerde L.R. Groves zijn, nu toch al goede kennis, Edgar Sengier om hem te vertellen dat hij aandachtig naar de radio moest luisteren de komende dagen, want Groves’ overheid ging een belangrijke aankondiging doen. Eén dag later wist iedereen wat die aankondiging betekende.

Sengier telefoneerde Groves, op 7 augustus ’45 en feliciteerde hem voor de bijzondere uitvinding die onder zijn toezicht was ontwikkeld, vertelde hem dat hij op zijn steun kon blijven rekenen en dat hij fier was zijn vriend te zijn. Enkele dagen later, op 10 augustus (na de tweede atoombom, nu op Nagasaki), bevestigde Sengier diezelfde reactie nogmaals in een brief, naar Groves.

 

Van 1945 tot nu

Sinds 1945 is er heel wat gebeurd in de wereld wat betreft atoomwapens. De internationale gemeenschap heeft kernwapens illegaal verklaard. Toch blijven verschillende landen hun kernwapenarsenaal uitbreiden en moderniseren ondanks al het burgerlijk protest. Een beknopt overzicht van de evoluties na het akkoord van ’44.

De mijn en het akkoord
Het akkoord gesloten in ’44 blijft tot ’56 van kracht. Tot die tijd weten we dat Amerika en Groot-Brittannië al het uranium uit deze mijn opgekocht hebben. Na het verlopen van dit contract konden er nieuwe onderhandelingen beginnen. In ’55 al wordt er een nieuw contract tussen België, de VS en GB gesloten. Dit loopt tot 1960. In deze periode verloor Congo zijn positie als vindplaats van het rijkste uranium in de wereld. Zuid-Afrika vervangt Congo aan de top van de uraniumexporterende landen. In de jaren 60 wordt de mijn officieel gesloten. Ze wordt echter nog, tot op de dag van vandaag, illegaal en artisanaal uitgebaat. Mensen graven zelf tunnels om nog wat uranium te ontginnen, met hun blote handen. Daarna wassen ze zich of spoelen ze de mineralen af in de nabijgelegen rivieren. Zo raakt de omgeving in een ruime omtrek radioactief vervuilt, met alle negatieve gevolgen van dien voor de Congolese bevolking in de regio.

De kernbewapening
In 1949, hetzelfde jaar als de oprichting van de NAVO, beschikt de Sovjetunie als tweede land in de wereld over een atoombom. De eerste bewapeningswedloop van atoomwapens kan beginnen.

Sindsdien hebben verschillende landen zich bij de atoommachten gevoegd: Groot-Brittanië in ’52, Frankrijk in ’60 en China in ’64. Deze 5 (VS, Rusland (vroegere SU), GB, Frankrijk en China) vormen de enige, wat men noemt, legitieme kernwapenstaten. Zo genoemd in het nucleair non-proliferatieverdrag van 1968. Niet enkel deze wereldmachten hebben een atoomwapenarsenaal nagestreefd of zijn op dit moment in het bezit van atoomwapens. Andere landen die ook in het bezit zijn van atoomwapens zijn onder andere: India, Pakistan en Israël, hoogstwaarschijnlijk Noord-Korea. Iran heeft tot op vandaag een verrijkingsprogramma voor uranium.

Niet enkel is er een nog steeds toenemende verspreiding van kernwapens er is sinsdien ook een steeds toenemende vernieuwing.

Zo testte men in 1952 al de eerste thermonucleaire bom, die een nog vernietigendere kracht heeft dan de gewone atoombom. De VS ontplooien in 1970 de eerste raket die uitgerust wordt met meervoudige kernkoppen. Vanaf dan kunnen er meer kernkoppen opgesteld worden zonder het aantal raketten te verhogen.

Recenter kunnen we een nog gevaarlijkere tendens bemerken. De aanslagen van 11 september hebben de VS het argument gegeven, dat ze nodig hadden, om hun nucleair arsenaal te moderniseren. Het argument van de veiligheid wordt aangehaald om een ‘nieuwe triade’ te ontwikkelen, bestaande uit offensieve nucleaire en niet-nucleaire aanvalssystemen, actieve en passieve defensie en het herdynamiseren van de defensie-infrastructuur met nieuwe capaciteiten. De VS bevestigen op deze manier dat nucleaire wapens een sleutelelement zullen blijven in een nationale veiligheidsstrategie. Deze ‘nieuwe triade’ heeft eigenlijk volgende betekenis wat betreft nucleaire wapens:

  • kernwapens kunnen worden ingezet
  • onderzoek en ontwikkeling van nieuwe nucleaire wapens
  • ontwikkeling van het rakettenschild en behoud van een massief kernwapenarsenaal

De VS streeft geen vernieuwing meer na als afschrikking maar, een vernieuwing die het mogelijk maakt deze nieuwe kernwapens daadwerkelijk in te zetten.

De VS herbevestigt zijn ‘first strike’ principe. Hun nieuwe strategie wordt het best aangetoond in de National Security Directive 17 van 9 september 2002. Deze stelt het volgende: De Verenigde Staten behouden zich het recht voor een aanval met massavernietigingswapens tegen de VS of haar strijdkrachten in het buitenland en haar coalitiegenoten, met een verpletterende kracht te beantwoorden, inclusief het inzetten van nucleaire wapens. Daarbij komt nog eens dat de VS zich het recht toe eigent aan te vallen tegen elke vermeende dreiging van ‘schurkenstaten’, de zogenaamde ‘pre-emptive strike’. Door deze nieuwe doctrines komt het daadwerkelijk gebruik van kernwapens schrikwekkend dichterbij.

Frankrijk gaat al zeker mee in enkele van deze doctrines. Ook zij hebben beslist hun nucleaire arsenaal te moderniseren als afschrikking voor eventuele ‘agressors’. Rusland zegt ook te werken aan een nieuwe generatie nucleaire wapens.

Andere landen zullen zeker nog volgen in deze bewapeningswedloop van nieuwe nucleaire wapens.

 

Ontwikkeling van een juridisch kader

Er zijn twee verdragen en één uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van Den Haag die van belang zijn.

De verdragen handelen enerzijds over het stoppen van atoomproeven en anderzijds over het stoppen van de verspreiding van atoomwapens.

Het eerste verdrag, het CTBT (Comprehensive Test Ban Treaty), wil beletten dat men nog verder de goede staat van bestaande kernwapens kan verzekeren en vooral verhinderen dat er nieuwe modellen op punt gesteld worden. Op 24 december ’96 werd het voor ondertekening opengesteld. Inmiddels hebben 165 landen het verdrag ondertekend en 93 hebben het geratificeerd. Landen die niet ondertekenden zijn o.a. India, Pakistan en Israël. De VS-senaat weigert het te ratificeren. Het CTBT verbiedt alle kernexplosies, van welke grootte en waar dan ook. Als zodanig betekent het een onmisbare stap vooruit in het streven naar een kernwapenvrije wereld.

Het tweede, het NNPT (Nuclear Non Proliferation Treaty), wil garanties bieden dat de kennis van nucleaire technologie enkel gebruikt wordt voor civiele doeleinden en niet voor militaire. Het is tevens een evenwichtsoefening tussen een beleid dat wil beletten dat er meer landen over kernwapens zouden beschikken en het engagement dat zij die nu al kernwapens hebben, die zullen elimineren. Dit verdrag bepaalt dat er 5 officiële kernwapenstaten zijn. Deze 5 hebben, volgens dit verdrag, het recht kernwapens te bezitten zolang zij zich maar engageren om hun arsenaal af te bouwen. Deze 5 zijn de 5 permanente leden van de Veiligheidsraad van de VN (VS, GB, Frankrijk, Rusland en China). India, Pakistan en Israël hebben dit verdrag (net als het CTBT) niet ondertekent. Noord-Korea heeft zich onlangs uit het verdrag teruggetrokken. De centrale punten van het verdrag zijn de volgende:

  • Geen verwerving
  • Steun bij civiel gebruik
  • Inspecties
  • Ontwapening
  • Kernwapenvrije zones


De uitspraak van het Internationaal Gerechtshof van Den Haag van 8 juli 1996, bepaalt dat atoomwapens eigenlijk in strijd zijn met het oorlogsrecht. Het hof kon zich echter niet uitspreken (de stemming bij de rechters was 7-7) over de overeenstemming tussen het oorlogsrecht en het gebruik van atoomwapens in het extreme geval waar overleving van de staat bedreigd wordt. Maar men mag de overleving van de staat niet zonder meer boven alle andere overwegingen stellen, in het bijzonder boven de overleving van de mensheid zelve. Een niet echt éénduidige uitspraak dus.

Daarbovenop gaf het Gerechtshof ook een zogenaamde ‘advisory opinion’. Deze stelt dat elk land de plicht heeft onderhandelingen op te starten en tot een goed eind te brengen om tot atoomontwapening te komen. Deze ‘advisory opinion’ verwijst naar artikel 6 uit het NNPT.

 

Tegenkanting

Verschillende instanties, verenigingen en individuen zijn sinds het begin van de ontwikkeling van atoomwapens al tegen deze wapens in opstand gekomen. Hieronder een kort overzichtje van enkelen:

Internationaal
Het Europees parlement nam in 2004 een resolutie aan over nucleaire ontwapening. Daarmee wou ze een signaal geven aan de herzieningsconferentie van het NNPT in 2005.
De NAC (New Agenda Coalition) is een in 1998 gelanceerd internationaal initiatief door de regeringen van Brazilië, Egypte, Ierland, Mexico, Nieuw-Zeeland, Slovenië (dat zich ondertussen al terugtrokken heeft), Zuid-Afrika en Zweden binnen de VN. Dit initiatief roept op tot een vlugge, finale en totale eliminatie van nucleaire wapens.
Parlementair Netwerk voor nucleaire ontwapening is een wereldwijd netwerk van parlementsleden uit meer dan 40 landen die werken aan het voorkomen van nucleaire proliferatie en aan het bewerkstelligen van nucleaire ontwapening.
Oproep van de burgemeester van Hiroshima, Tadatoshi Akiba. Hij is de voorzitter van de Burgemeesters voor de Vrede en wil dat de VN onderhandelingen opstarten om te komen tot een complete eliminatie van atoomwapens tegen 2020.
Abolition 2000 is een netwerk van meer dan 2000 organisaties in meer dan 90 landen. Het wil komen tot een verdrag dat nucleaire wapens elimineert. In België zijn zo een 60 organisaties lid.

In België
Bomspotting staat voor acties van burgerlijke ongehoorzaamheid om de overheid te dwingen het internationaal recht na te leven. Gewone burgers betreden militair domein als burgerinspecteurs (als verwijzing naar de wapeninspecteurs van het IAEA uit het NNPT) in de hoop dat ze hiervoor door de Belgische staat vervolgd worden. Daardoor zou de overheid verplicht worden om een onderzoek in te stellen naar de illegale kernwapens op Belgisch grondgebied (onder meer in Kleine Brogel).
 

Politieke eisen

Omwille van hun historische verantwoordelijkheid zijn er voor ons twee instanties die vandaag hun verantwoordelijkheid moeten opnemen. Umicore (de opvolger van Union Minière) en de Belgische overheid.

Umicore
Union Minière en diens toenmalige top dragen als geen ander de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van de atoombom en de daaruitvolgende kernbewapeningswedloop. Meer nog de toenmalige topman van Union Minière was zelfs fier om meegewerkt te hebben aan de ontwikkeling en de toepassing van deze bom. Mede omwille van de handel in uranium met de VS voor deze atoomwapens is Union Minière kunnen uitgroeien tot het bedrijf dat Umicore nu is. Het minste dat wij verwachten van Umicore is dat zij hun publieke excuses aanbieden voor de gruwel die enkel mogelijk was door hun handel. Excuses aan de, tot nu toe, enigste burgerslachtoffers van het militair gebruik van de atoombom. Excuses aan de slachtoffers van Hiroshima en Nagasaki.

Belgische regering
De Belgische regering is medeverantwoordelijk voor het tot stand komen van de eerste atoombom, voor het, tot nu toe, enigste militair gebruik ervan op onschuldige burgers en vooral voor de daaropvolgende kernbewapeningswedloop.

Vooral voor de daaropvolgende kernbewapeningswedloop omdat, op het moment van de besprekingen voor het akkoord, de VS al genoeg uranium in hun bezit hadden voor de ontwikkeling van de twee eerste atoombommen. De Belgische regering was hier natuurlijk niet van op de hoogte maar, hun onwetendheid spreekt hun echter niet zo maar vrij. Deze onderhandelingen gebeurden in oorlostijd en het was niet uitzonderlijk voor regeringen om dergelijke akkoorden te sluiten. Toch vinden wij dat het, omwille van zijn gevolgen, hier een uitzonderlijk akkoord betreft.

Omwille van zijn historische verantwoordelijkheid vinden wij dat de Belgische regering meer dan welke regering ook, het voortouw moet nemen om, internationaal, actieve stappen te zetten om vandaag te komen tot volledige nucleaire ontwapening.

Een verdrag voor een algehele nucleaire ontwapening is voor ons het doel. Een tekst hieromtrent werd al door Costa Rica neergelegd bij de Verenigde Naties. België moet alles in het werk stellen om dit verdrag te helpen realiseren.

Ook vinden wij dat de Belgische regering zich actief zou moeten aansluiten bij een internationaal initiatief binnen de VN; de NAC (zie ook het puntje tegenkanting). Dit initiatief roept op tot een vlugge, finale en totale eliminatie van nucleaire wapens. De NAC legt de nadruk op de problemen die er zijn voor nucleaire ontwapening en vraagt dat er een aantal specifieke stappen worden gezet door de vijf nucleaire wapenstaten en de niet officiële kernwapenstaten. België zou zich hierin moeten inschakelen en zo actief een kernwapenvrije wereld bepleiten. Meer nog de Belgische regering zou een voortrekkersrol moeten gaan spelen in deze groep. De resoluties van deze coalitie genieten alvast brede steun in de algemene vergaderingen van de VN. Zo heeft België recent ook, voor de eerste keer, positief gestemd wat betreft de resoluties van de NAC. Wij vinden echter dat gezien de geschiedenis België een grotere verantwoordelijkheid heeft in de nucleaire ontwapening van de wereld en dus actievere stappen moet ondernemen.

Verder sluiten wij ons aan bij de eisen van de brede vredesbeweging, zoals bijvoorbeeld geformuleerd door de Vlaamse Vredesweek van 2005 of Abolition 2000.

 

Bronnen

BUCH, P. en VANDERLINDEN, J., L’uranium, la Belgique et les Puissances. Marché de dupes ou chef d’œvre diplomatique?, Brussel, De Boeck-Wesmael, 1995.
GROVES, L.R., Now it can be told. The Story of the Manhattan Project. New York, Harper, 1962 geraadpleegd in het SOMA (Studie- en documentatiecentrum Oorlog en hedendaagse MAatschappij) te Brussel
HELMREICH, J.E., The uranium Negotiations of 1944. Meadville, Pennsylvania, Allegheny College geraadpleegd in het SOMA
DE BRABANDER, L. (red.), De nieuwe nuclearisering. De moeizame weg naar kernontwapening. Nevele, Nevelland, 2004.
UYTTERHAEGHE, A., De atoomkrijgers van de 21ste eeuw. in Vrede tijdschrift voor internationale politiek, Nevele, Nevelland, 2004, blz. 20-22.
 

zie ook:

http://historyindian.tripod.com/congo/id1.html
http://sandiego.indymedia.org/en/2004/05/104506.shtml http://www.acronym.org.uk/nac.htm
http://www.atomicmuseum.com/tour/manhattanproject.cfm http://www.cegesoma.be
http://www.nuclearfiles.org
http://www.pcf.city.hiroshima.jp/peacesite/English/Stage2/S2-3E.html

auteur: Gilles Verbeke

 

Deel dit artikel