Filipijnse boeren m ...
11.11.11 - Koepel va ...
Landenfiche Kenia
Samenvatting politie ...
| Samenvatting politiek programma Noord-Zuidbeweging |
|
|
|
| Geschreven door Administrator |
| donderdag, 03 november 2005 01:00 |
Over politieke vernieuwing en samenwerking binnen de Vlaamse Noord-Zuidbeweging. 1. Politieke vernieuwing als onderdeel van het vernieuwingsproces binnen de Vlaamse Noord-Zuidbeweging De voorgeschiedenis Eind jaren '90 kwam vanuit verschillende richtingen het idee dat de Noord-Zuidbeweging aan een (grondige) vernieuwing toe was. Velen vonden dat we te versnipperd bezig waren. Dat we teveel in kleine kringetjes met onszelf als centrum aan ' t ronddraaien waren. Waardoor we misschien wel de aansluiting met maatschappelijke veranderingen aan het verliezen waren. En dat we daardoor kansen lieten liggen om de maatschappelijke impact van de Noord-Zuidbeweging in Vlaanderen te vergroten. Er werden droomsessies en denkdagen georganiseerd, en – in september 2001 – een heus vernieuwingsweekend, waaraan 250 enthousiastelingen uit een dertigtal organisaties deelnamen. Eén centrale gedachte kronkelde zich als een rode draad door het hele weekend: we moeten ons veel duidelijker als één beweging profileren. Een beweging die echte veranderingen nastreeft, die een breder maatschappelijk draagvlak opbouwt …, een beweging ook met meer politieke slagkracht. Stuk voor stuk zaken die vragen om een langetermijnvisie en een strategie voor het geheel van de beweging, concreet vertaald in meer samenwerking en een betere taakverdeling tussen de organisaties. Een jaar later – op 26 oktober 2002 – was er MeAnders. Meer dan negenhonderd medewerkers en sympathisanten van Noord-Zuidorganisaties troffen elkaar in de vijf provincies. Ook hier weer was een luide roep te horen om minder versnippering en meer samenwerking. O.a. op vlak van fondsenwerving, communicatie- en mediastrategie, relaties met het Zuiden, ... zou dat moeten kunnen. Maar de deelnemers vonden ook dat de veelheid aan thema's onze boodschap uitholt en dat we belangrijke thema's voor een langere periode zouden moeten vasthouden. Een bundeling van het politieke en campagnematige werk rond een aantal belangrijke thema's, én samenwerking met andere sectoren, werden als belangrijke doelstellingen naar voren geschoven.
In 2003 vroeg het Dagelijks Bestuur aan het 11.11.11-secretariaat om een inventaris op te maken van het politieke werk dat door de verschillende lid-NGO' s en de koepel geleverd werd. Eenmaal die inventaris opgemaakt, organiseerden wij een bevraging bij alle leden: met welke politieke thema's of regio's waren ze bezig, welke doelen wilden ze bereiken, wat waren voor hen de prioritaire thema's voor de Noord-Zuidbeweging, welke resultaten hadden ze al geboekt en hoeveel menskracht investeerden zij in het politieke werk? We bezochten een aantal grotere NGO's met als doel om vanuit een brede inventaris de prioritaire thema's voor de Noord-Zuidbeweging als geheel af te bakenen. Op basis van deze rondvraag werden acht thema's of regio' s geselecteerd: 1. landbouw Politieke werkgroepen Rond elk van die thema's of regio's werd een werkgroep geïnstalleerd. In die werkgroepen brachten we vertegenwoordigers van die NGO's of organisaties samen die effectief betrokken waren bij dat thema of die regio. Voor landbouw, Centraal-Afrika en Palestina bestonden al goed werkende overlegstructuren. Daarnaast wordt van die werkgroepen ook verwacht dat ze de politieke inhoud aanreiken van de thema's die in de nieuwe langetermijncampagne 2015 DE TIJD LOOPT aan bod zullen komen (zie verder). Elke werkgroep wordt geleid door een voorzitter en een secretaris. De voorzitter is telkens iemand van een lid-NGO die in belangrijke mate met het thema of de regio in kwestie bezig is. De secretaris is voor alle werkgroepen iemand van het 11.11.11-secretariaat. Dit laatste moet 11.11.11 toelaten zijn koepelfunctie op te nemen. De eerste opdracht van die werkgroepen bestond erin om voor elk thema en elke regio tot een grotere uitzuivering en afbakening te komen: welke doelstellingen of strijdpunten zijn prioritair en moeten tot het gemeenschappelijke politieke programma van de Noord-Zuidbeweging behoren? Het was de bedoeling om ons te focussen op die punten die voor de Noord-Zuidbeweging écht belangrijk zijn, rekening houdend met de beperkte middelen waarover we beschikken. Het resultaat moest een soort politiek programma zijn waar de Noord-Zuidbeweging de komende jaren gemeenschappelijk haar schouders kon onder zetten.
De acht politieke werkgroepen hebben tijdens het afgelopen jaar voor hun thema of regio uitgezocht welke politieke problemen of speerpunten de eerstvolgende drie jaar het belangrijkst zijn en waarin ze gemeenschappelijk willen investeren. De punten dus waar we als beweging echt voor willen gaan en die ook het voorwerp uitmaken van overleg, taakverdeling en bundeling van middelen. Laten we voor de verschillende thema's en regio's even bekijken welke organisaties erbij betrokken zijn en voor welke prioritaire politieke strijdpunten zij gekozen hebben. Wil je meer te weten komen over de werkgroepen, surf dan naar www.11.be/politiekprogramma waar je de uitgebreide programma's (2005-2007) van elke werkgroep kunt nalezen. LANDBOUW Het thema “landbouw” vertrouwden wij toe aan de VODO-werkgroep Landbouw. Binnen deze werkgroep werken milieu- en Noord-Zuidorganisaties al 10 jaar samen rond landbouwthema's, zowel met een milieu- als een Noord-Zuiddimensie. De werkgroep staat ook in contact met consumenten- en boerenorganisaties. Het speerpunt van de werkgroep voor de eerstkomende jaren is het recht op bescherming van lokale voedselmarkten in de ontwikkelingslanden. Landen in het Zuiden moeten in de mogelijkheid zijn om hun eigen markt voor basisvoedselproducten uit te bouwen of af te schermen voor gesubsidieerde import. Het recht op voedsel(soevereiniteit) wordt in 2006 - 2007 ook het centrale thema van de gemeen-schappelijke campagne 2015 DE TIJD LOOPT. De werkgroep zal daarvoor het politiek dossier leveren en de politieke strategie uittekenen. Actieve leden van deze werkgroep zijn: Vredeseilanden, Broederlijk Delen, Oxfam-Solidariteit, Oxfam-Wereldwinkels, BBL, Wervel, FIAN, Greenpeace, VELT, FOS, Voedselteams, 11.11.11, Mensenbroeders en Netwerk Bewust Verbruiken. Anderen zijn er in mindere mate bij betrokken. De politieke werkgroepen en de gemeenschappelijke campagne ARBEID De werkgroep arbeid werd opgericht in november 2004 met vertegenwoordigers van Wereldsolidariteit, FOS, ACV, ABVV, 11.11.11, Schone Kleren Campagne en Oxfam-Solidariteit. De werkgroep heeft dan ook als centraal strijdpunt voor de volgende jaren ingeschreven dat arbeid als sleutelfactor zou erkend en opgenomen worden in programma's voor ontwikkelingssamenwerking en armoedebestrijding. Om te beginnen moet arbeid een veel grotere plaats krijgen binnen de Millenniumdoelstellingen. Maar de werkgroep stelt ook vast dat arbeidsrechten wereldwijd en op ruime schaal geschonden worden. Meer regulering dringt zich dus op en de bescherming van arbeidsrechten zouden internationaal afdwingbaar moeten zijn.
Tot nu toe volgden een aantal organisaties via ad hoc bijeenkomsten de WTO-thematiek op (WTO = de Wereldhandelsorganisatie). Die bijeenkomsten – waarin ook andere dan ontwikkelingsorganisaties betrokken zijn, bijv. Attac, de vakbonden en milieuorganisaties – zullen ad hoc blijven bijeenkomen. De actieve leden van deze werkgroep zijn: Oxfam Solidariteit, Oxfam Wereldwinkels, Vredeseilanden, Broederlijk Delen, KWIA, FOS, VODO en 11.11.11. Die organisaties zijn allemaal met het thema “handel” bezig, maar wel met verschillende aspecten ervan: diensten, investeringen, grondstoffen, patenten, landbouw … Het komt er dus op aan om goed van elkaar te weten waar iedereen precies mee bezig is en een gezamenlijke focus te kiezen. De werkgroep stelt vast dat België meer en meer afwezig is op het internationale forum en het thema handel nog nauwelijks opvolgt. De werkgroep wil dat de Vlaamse en Belgische regering, evenals de Belgische parlementsleden, meer belang hechten aan het Europese handelsbeleid en aan de ontwikkelingsdimensie vanuit een perspectief van duurzame ontwikkeling. Als speerpunt voor de volgende jaren heeft de werkgroep dan ook beslist om ervoor te zorgen dat België op een transparante manier geargumenteerde standpunten verdedigt op Europese en internationale fora.
Hoe staat de Noord-Zuidbeweging tegenover bedrijven in het licht van de economische globalisering? NGO's reageren op verschillende manieren op deze vraag. Sommige NGO's streven eerder naar samenwerking, bijv. via sponsoring of dialoog, terwijl andere vooral bedrijven onder druk willen zetten om hen bestaande regels te doen respecteren. De Noord-Zuidbeweging dient kennis en expertise op te bouwen i.v.m. de verantwoordelijkheid van bedrijven. En het is aan de overheid om een wettelijk kader te scheppen waarin bedrijven een zo groot mogelijke bijdrage kunnen leveren aan een duurzame economische ontwikkeling in het Zuiden. Anderzijds zou het goed zijn dat wij als Noord-Zuidbeweging tot een coherent beleid kunnen komen op het vlak van sponsoring van NGO-activiteiten door bedrijven. Voor de eerstvolgende jaren denkt de werkgroep vooral aan enkele concrete, succesvolle, goed gecoördineerde acties naar politiek en bedrijven. Actieve leden van de werkgroep zijn: Schone Kleren Campagne, 11.11.11, Proyecto Gato, Vredeseilanden, Protos, Wereldsolidariteit en Kauri.
De opvolging van het officieel Belgisch ontwikkelingsbeleid is tot nu toe vooral een specifieke opdracht van het koepelsecretariaat geweest, met een eerder beperkte punctuele inbreng van de leden. De werkgroep wil nu werken aan een grotere betrokkenheid van de leden. Door de millennium-doelstellingen is de rol van de Belgische regering inzake ontwikkelingssamenwerking weer in het middelpunt van de belangstelling gekomen. Gezien de actualiteit – het opvoeren van de middelen in het Noorden is één van de centrale punten in de Millenniumdoelstellingen – is de realisatie van de 0,7% zeker een topprioriteit voor de eerstkomende jaren. Maar de werkgroep vindt het verbeteren van de kwaliteit van de Belgische ontwikkelingssamenwerking minstens even belangrijk. Een ander belangrijk aandachtspunt is de schuldenlast. Er zit momenteel wat beweging in de aanpak van het schuldenprobleem van de armste landen. Maar ook het probleem van de schulden in middeninkomenslanden moet op de politieke agenda komen. Tevens zouden de voorwaarden voor schuldkwijtschelding – opgelegd door internationale instellingen zoals het IMF, de Wereldbank en regionale ontwikkelingsbanken – moeten vervangen worden door een ontwikkelingsstrategie die samen met de (bevolking van de) betrokken landen is uitgetekend. De Belgische overheid zou die aanpak op alle mogelijke fora moeten verdedigen. In evaluatiejaar 10 van de Millenniumdoelstellingen (2010) zouden we ontwikkelings-samenwerking zèlf als centraal thema kunnen nemen.
Hierrond is het Financieel Actie Netwerk (FAN) actief, met vertegenwoordigers uit de vakbonden (ACV en ABVV) en de NGO's (Broederlijk Delen, 11.11.11, Oxfam-Solidariteit, Oxfam-Wereldwinkels), ATTAC-Vlaanderen, Netwerk Vlaanderen, BBL en VODO. In de werking van FAN ging de voorbije jaren veel aandacht naar de taks op munttransacties (de zgn. tobintaks). Centrale doelstelling van het netwerk is dan ook de invoering van de tobintaks in de landen van de eurozone, gebaseerd op de Belgische wet terzake. Daarnaast wordt ook gedacht aan een actie tegen belastingparadijzen (in Europees en OESO-verband).
Sinds vele jaren is het Centraal Afrika Overleg het forum waar binnen de beweging wordt nagedacht over ons politiek werk in Centraal-Afrika. Verder bestaan er rond verschillende deelgebieden eigen overleg- en coördinatievormen. Het Centraal-Afrika Overleg is de plaats waar de verschillende draden, tenminste wat betreft hun politieke dimensie, samenkomen. Actieve leden zijn: Broederlijk Delen, Pax Christi, CDI-Bwamanda, KBA, Geneeskunde voor de Derde Wereld, Intal, Wereldsolidariteit, Oxfam Solidariteit, ATOL en VIC, maar ook andere NGO's zullen worden uitgenodigd om voortaan het overleg te volgen. Ook enkele niet-leden zoals Proyecto Gato worden uitgenodigd en leveren een geapprecieerde inbreng. Het Centraal Afrika Overleg kiest voor de periode 2005 – 2007 als prioritair gemeenschappelijk speerpunt: de beïnvloeding van het Belgisch beleid, met het oog op de inzet van alle hefbomen om de democratisering in Rwanda, Burundi en DR Congo te bevorderen.
Het Actieplatform Palestina (APP), opgericht in 2002, is een platform van ontwikkelings-NGO's , solidariteitscomités en vredesorganisaties die zich hebben verenigd om via hun activiteiten, acties en eisen bij te dragen tot het verwezenlijken van een duurzame vrede tussen Israël en de Palestijnen. Voor het APP kan een duurzame vrede slechts bereikt worden met de vestiging van een onafhankelijke en leefbare staat Palestina. Leden van het APP zijn: FOS, ACW, Artsen voor Vrede, Broederlijk Delen, CODIP, Christenen voor het Socialisme, 11.11.11, Intal, Oxfam-Solidariteit, Oxfam-Wereldwinkels, Protos, Pax Christi Vlaanderen, Socialisme zonder Grenzen, Vlaams Internationaal Centrum, Vlaams Palestina Komitee en Vrede vzw. Het APP beschikt ook over een actiebasis, zijnde vrijwilligers uit NGO' s en de lokale actieplatformen. Centraal in de politieke werking van het APP staat de stopzetting van de annexatie- en bezettingspolitiek en het respect voor de mensenrechtenverdragen, de VN resoluties en het internationaal humanitair recht door Israël. Het APP verwacht dan ook dat de Belgische en Europese regering druk uitoefenen op Israël en afstappen van de gelijke benadering (equidistance) van Israël als bezettende macht en de Palestijnen als bezet volk. Dit vertaalt zich in 2 prioritaire eisen, nl. de afbraak van de Muur (in navolging van het advies van het Internationaal Gerechtshof) en het treffen van politieke sancties, in concreto de opschorting van het Associatieakkoord.
Het bepalen van een beperkt aantal thema's met een beperkt aantal doelstellingen is een noodzakelijke, maar niet de enige voorwaarde om meer politieke impact te hebben. Om de impact te verhogen zullen we ook moeten werken aan: (1) Kwantiteit en kwaliteit van de lobbyisten verhogen. Om dit werk te doen moeten er genoeg mensen een flink stuk van hun tijd inzetten voor het politieke werk (aanmaken dossiers, die verdedigen bij beleidsmakers, materiaal aanleveren om dit in campagnes te vertalen). Als we voorliggend programma willen realiseren, moet er meer geïnvesteerd worden dan nu. We moeten nagaan op welke posten er een tekort is, en eventueel taken binnen organisaties herschikken. (2) Binnen internationale netwerken: onze speerpunten afstemmen op wat internationaal gebeurt. Voor de acht onderwerpen is het belangrijk op internationaal vlak zaken te doen bewegen. Het volstaat dus niet om speerpunten op Vlaams vlak te definiëren: we moeten dit doen in samenspraak met de internationale netwerken, en zien welke inspanning op Belgisch vlak geleverd moet worden. (3) Rol van koepelsecretariaat en dagelijks bestuur als spelverdeler. Naast het feit dat het koepelsecretariaat een prominente rol speelt rond enkele thema's (ODA, geld, handel) en samenwerkt rond enkele andere (bedrijven, Centraal-Afrika) is het belangrijk dat het koepelsecretariaat voldoende menskracht vrijmaakt om het geheel te coördineren (hoofd studiedienst als eindverantwoordelijke die een flink stuk van zijn tijd hiervoor vrijmaakt, politieke stuurgroep van het secretariaat als motor, dagelijks bestuur als richtingaanwijzer en controleorgaan). De koepel moet verschillende rollen kunnen spelen: coördinator, stimulator, facilitator,… (4) Rol van de vergadering van voorzitters en secretarissen. Misschien is een ontmoeting enkele keren per jaar van voorzitters en secretarissen van de verschillende politieke werkgroepen belangrijk.
(5) Besluitvorming – ook om in te spelen op de actualiteit.
(6) Toekomstgericht vooruitblikken. De gekozen thema's geven een klaar beeld van waar we vandaag als sector politiek mee bezig zijn. Maar het internationale gebeuren evolueert: de macht van de VS en de onmacht van UNO en EU; de opkomst van zuidelijke grootmachten; grote veranderingen op vlak van media-technologie, enzovoort. Om niet alleen ons politiek werk goed te doen, maar ook om te blijven de goede politieke dingen doen, moeten we ons wapenen om collectief vooruit te kunnen blikken. Hier ligt uiteraard een rol voor het secretariaat van de koepel. (7) Communiceren naar actiebasis: sterkte halen uit successen. De slagkracht van het politieke werk wordt onder meer gehaald uit het zichtbaar maken van successen. Het zal belangrijk zijn om met de communicatiespecialisten van de beweging na te gaan hoe daar via de media (audiovisueel, kranten en tijdschriften) en via de eigen kanalen (portaalsite, MO*, eigen bewegingsbladen) mee naar buiten te komen. De communicatiemensen bekijken ook hoe de actiebasis, de media en de politici over het dagdagelijkse politieke werk geïnformeerd worden.
We willen dat dit gemeenschappelijk politiek programma gedragen wordt door zoveel mogelijk organisaties en door de actieve basis van de Noord-Zuidbeweging.Daarom willen we het voorleggen op een politiek forum op 18 februari 2006. In de periode die aan het forum voorafgaat, willen we dit voorstel zo breed mogelijk bediscussieerd zien binnen de beweging. Het is dan ook de afspraak dat de betrokken NGO's proberen om deze tekst besproken te krijgen binnen de eigen beleidsorganen, binnen hun executief en met hun vrijwilligers. Dit gemeenschappelijk politiek programma voor de periode 2005-2007 moet ons toelaten om ervaring op te doen in overleg, taakverdeling en bundeling van middelen inzake politiek werk. Dit zou een springplank moeten vormen voor een gemeenschappelijk politiek programma in het volgende vijfjarenplan van de 11.11.11-koepel en de lid-NGO's. |
| Laatst aangepast op maandag, 07 november 2005 13:31 |