Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype
Je klikpad:  CONACAMI: boeren kom ...

CONACAMI: boeren komen op voor hun rechten

Aangebracht door 11.11.11 op di 24 mei 2005

CONACAMI

Boeren komen op voor hun rechten

De Peruaanse mijnbouw vormt de basis voor een zeer schrijnende problematiek. Zeer sterke en winstgevende bedrijven, gesteund door de Peruaanse overheid, staan tegenover enorm arme, geïsoleerde boerengemeenschappen, die geen informatie hebben en geen onderhandelingscapaciteiten.

Tot voor kort was er zo goed als niemand die voor de rechten van de boerengemeenschappen opkwam. Zelfs sterke NGO’s durfden het thema van de mijnexploitaties niet aan te raken. Ook progressieve media ontweken de berichtgeving daarover, omwille van de belangrijke inkomsten van de publiciteit van de mijnbedrijven. Slechts recentelijk kwam daar enige verandering in.

Maar de boerengemeenschappen hebben daar niet op gewacht. Ze bundelen de krachten en komen meer en meer op voor hun rechten. In het najaar van 1999 kwamen ze voor het eerst samen in een congres, waar ze de ‘Coordinadora Nacional de Comunidades Afectadas por la Minería’, CONACAMI, oprichtten. Deze organisatie ontwikkelde op zeer korte tijd een grote dynamiek, die uniek is in de regio.

De lokale gemeenschappen die in verschillende conflicten zijn gewikkeld, zijn georganiseerd in regionaal verband, de CORECAMI’s. Die maken dan weer deel uit van CONACAMI. Om de twee jaar worden in de 14 regio’s congressen gehouden, en een nationaal congres, waar de beslissingen over de acties van CONACAMI vallen.

Activiteiten

De activiteiten van CONACAMI zijn zeer divers. Een eerste opdracht is uiteraard het versterken van de organisatie, met vorming van de basis en hun leiders over de problematiek van de mijnexploitatie, over gevolgen daarvan, wetgeving en conflictbeheersing, bijeenkomsten, uitwisselingen. In de mate van het mogelijke begeleidt CONACAMI de boeren in individuele conflicten, zowel op juridisch vlak, als wat betreft ecologische vragen, bij de onderhandelingen met de bedrijven en bij het opzetten van lokale monitoring van het milieu. Daarnaast spitst CONACAMI zich toe op het aanklagen van de problematiek rond de mijnbouw, via  sensibilisatiecampagnes naar de pers, de beleidsmakers en de publieke opinie toe. De organisatie heeft ook de ambitie om voorstellen voor de verbetering van het beleid, de wetgeving en het milieubeheer uit te werken. CONACAMI heeft ondertussen ook sterke internationale allianties uitgebouwd, in de eerste plaats met organisaties uit Chili, Bolivia en Ecuador, maar ook met internationale netwerken zoals Friends Of the Earth. 

CONACAMI heeft sinds 2002 een lokaal in Lima, en twee steunpunten met medewerker in het binnenland.

De conflicten 

De lijst conflicten is erg lang, en neemt steeds maar toe. Er zijn conflicten die in eerste instantie te maken hadden met de grondproblematiek, bij het opstarten van de exploitatie. Gronden werden onteigend zonder toereikende compensatie voor de eigenaars, o.m. door Yanacocha in Cajamarca, BHP in Espinar (Cusco), Antamina in San Marcos (Ancash). Andere conflicten werden veroorzaakt door totaal gebrek aan compensatie voor de lokale bevolking of het niet-nakomen van beloften bij het opstarten van de exploitatie. Aan zowat alle gemeenschappen werd voorgespiegeld dat een groot deel van de gemeenschap tewerkgesteld zou worden in de bedrijven, een belofte die nergens werd nagekomen. De bevolking in de kustzone van Huarmey  (Ancash) protesteert doordat de beloofde weg vervangen werd door een kanaal voor transport van de mineralen.  Op andere plaatsen monopoliseren en bedreigen de mijnactiviteiten waterbronnen die voordien vrij gebruikt werden voor veeteelt en landbouw Moquegua) of voor drinkwater (Cajamarca). Yanacocha veroorzaakte een ongeluk met  zeer ernstige kwikvergiftiging, waarbij het bedrijf alle verantwoordelijkheid ontliep. Overal waar mijnactiviteiten plaatsvinden, is de vervuiling op zijn zachtst gezegd onrustwekkend. Uitschieters zijn de ‘traditionele’ mijnbouwzones, zoals Cerro de Pasco, Junín, San Mateo de Huanchor, Huancavelica … Maar ook in de nieuwe exploitaties in Ancash, La Libertad, Cajamarca enz..  neemt de vervuiling toe, ondanks het feit dat de mijnbedrijven beweren dat ze nu milieu-vriendelijke technologieën gebruiken. In San Mateo, La Oroya en Callao werden de negatieve effecten op de gezondheidstoestand van de bevolking bewezen.

Door het toegenomen bewustzijn rond deze schendingen van fundamentele rechten, beginnen meer en meer gemeenschappen zich tegen de mijnactiviteiten te verzetten, vóór de komst van de mijnbedrijven. Vooral in het noorden van Peru, waar voordien geen mijnbouw plaatsvond, zeggen vele boeren radicaal nee tegen de mijnbouw (Tabaconas, Huancabamba). Zij spiegelen zich uiteraard aan de grote overwinning van de bevolking van Tambogrande (Piura), die dankzij haar verzet de mijnbouwplannen uit het stadje hebben kunnen weren. Deze tegenstanders beroepen zich op het recht op voorafgaandelijke, vrije consultatie van de lokale bevolking, dat ondermeer is opgenomen in het verdrag 169 van de IAO.   

CONACAMI en de conflicten

In het begin trachtte CONACAMI de gemeenschappen in de verschillende conflicten zo goed mogelijk te begeleiden. Ondertussen is het duidelijk dat CONACAMI onmogelijk al deze conflicten grondig kan opnemen. Elk conflict op zich is immers complex, met een eigen historiek, een andere opstelling van de verschillende actoren, diverse facetten. Daardoor legt CONACAMI nu de nadruk op de versterking van de organisaties op alle niveau’s, de vorming van leiders, uitwisseling en het aanreiken van instrumenten. De bedoeling is dat de gemeenschappen en hun regionale coördinaties zelf hun conflicten in handen nemen. Hoewel dat niet overal het geval is, is tegelijkertijd duidelijk dat de capaciteit van de gemeenschappen en de locale actoren toegenomen is. Op zowat alle plaatsen neemt het protest tegen de mijnbedrijven toe, ook door organisaties die niet rechtstreeks verbonden zijn met CONACAMI. Maar ook valt niet te ontkennen dat CONACAMI en haar acties een belangrijke bron van inspiratie en motivatie vormen. 

CONACAMI zorgt voor uitwisseling tussen de organisaties uit verschillende regio’s zodat iedereen kan leren uit de processen in andere regio’s. Er lopen juridische acties rond specifieke aspecten van verschillende conflicten. In een conflict in Espinar in de zone van Cusco werd een intensief overlegproces opgestart tussen de bevolking en het mijnbedrijf, waarbij in december 2004 een akkkoord ondertekend werd. In andere cases worden nieuwe instrumenten gehanteerd, zoals rechtstreekse monitoring van de activiteiten van de mijnbedrijven, o.m. door middel van regelmatige wateranalyses. Bewustmaking en versterking van lokale organisaties dragen eveneens bij tot het succes van de nationale acties van CONACAMI waarbij de mobilisatie van heel de achterban uiterst belangrijk is. Deze acties zijn nodig om het beleid op hogere niveaus te beïnvloeden.

Ondersteuning door Peruaanse NGO's

CONACAMI heeft van bij het begin kunnen rekenen op de steun van een aantal zeer geëngageerde organisaties. Elk van hen is werkzaam in bepaalde regio’s en heeft haar eigen specialisatie, op economisch, ecologisch en/of juridisch vlak. Hun bijdrage is essentieel, omdat de problematiek zo complex is, en de nood aan ondersteuning op technisch vlak immens.

NGO’s als LABOR, COOPERACCIÓN en Grupo ANDES verdiepen zich in de wetgeving, praktijken en milieueffecten. De mensenrechtenorganisatie APRODEH en CEAS belichten de problematiek vanuit de mensenrechten.
Deze organisaties ondersteunen CONACAMI in vorming rond verschillende aspecten, en onderbouwen de strategieën van de gemeenschappen rond specifieke conflicten, bijvoorbeeld in de uitbouw van lokale vigilantie. 

… en door 11.11.11

De werking van CONACAMI, als nationale coördinatie van de getroffen gemeenschappen zelf, is zeer belangrijk en uniek in de regio.
Vanaf het congres waarin CONACAMI werd opgericht ondersteunt 11.11.11 die dynamiek. Op dit moment wordt de gehele institutionele werking van de organisatie gefinancierd door 11.11.11 en Oxfam USA, waarbij wij ongeveer 50% voor onze rekening nemen. Daarnaast steunt 11.11.11 ook de NGO LABOR voor samenwerking met de regionale coördinaties in het Zuiden (Ilo-Moquegua, Cajamarca), en meer algemeen voor de versterking van hun technische expertise rond de problematiek.
Naast financiële steun tracht 11.11.11 de organisatie ook bij te staan op andere vlakken.

In Peru zelf levert 11.11.11 vooral inspanningen om de allianties tussen verschillende organisaties te versterken. De fragmentatie tussen organisaties in het land is immers sterk, een gegeven dat o.m. handig bespeeld wordt door de bedrijven.  

Internationale  beleidsbeïnvloeding ligt moeilijk, aangezien de meeste moederbedrijven van de mijnen in Canada en de Verenigde Staten gevestigd zijn. 11.11.11 heeft de investeringen van Tractebel in een centrale in Ilo die elektriciteit levert aan koperreus Southern Peru opgevolgd. Sinds september 2003 trachten we ook input te leveren aan LABOR omtrent dit laatste bedrijf. Om haar kopersmelterij te moderniseren zou Southern Peru dezelfde technologie inschakelen als degene die UMICORE in Hoboken gebruikt. 11.11.11 organiseerde het bezoek van 2 personen die nauw betrokken zijn bij het actie-comité van Hoboken (Moretusburg) aan Ilo, om meer informatie te geven over het proces in Hoboken, meer bepaald hoe de bevolking zich organiseerde om milieu-vriendelijke maatregelen af te dwingen; hierbij werd ook een bezoek georganiseerd aan La Oroya, waar de situatie m.b.t. loodvervuiling gelijklopend is met die van Hoboken begin jaren 70.

Hiernaast wordt opgevolgd hoe in de Belgische bilaterale samenwerking met Peru rekening gehouden wordt met de problematiek. In het noordelijke San Ignacio wordt een groot project gesteund dat o.m. gericht is op het ecologisch behoud van een natuurreservaat en de omgeving; ook in die zone hebben verschillende mijnbedrijven exploratie-activiteiten opgestart, waarbij ze stoten op heftig verzet van de lokale bevolking. Nu de Belgische staat beslist heeft om meer dan 7 miljoen Euro te investeren in duurzame ontwikkeling in de regio, moet ze uiteraard rekening houden met deze feiten.   

Verder neemt 11.11.11 deel aan briefschrijfacties, stimuleert uitwisselingen enz.  

Vooruitgang en hindernissen

De bijdrage van CONACAMI is overduidelijk op het vlak van de sensibilisatie. Terwijl weinig organisaties het thema durfden aanhalen, is CONACAMI erin geslaagd het bovenaan op de agenda te plaatsen. Anno 2005 verschijnen dagelijks artikels en opiniestukken in de kranten m.b.t. deze complexe problematiek.

Belangrijk is ook dat de getroffen bevolking zelf haar recht op participatie op verschillende beleidsniveau’s opeist. Ook daar begint het werk van CONACAMI vruchten af te werpen. De gemeenschappen beginnen de capaciteit te ontwikkelen om de aandacht te vestigen op hun problemen en te mobiliseren. Ze krijgen stilaan het technische luik van de problematiek onder de knie, ondernemen juridische acties en oefenen politieke druk uit op de autoriteiten en de bedrijven.

Wat de conflicten zelf betreft, zijn de resultaten zeer uiteenlopend. De grote overwinningen zijn ongetwijfeld Tambogrande en de Cerro Quilish in Cajamarca, waar de mijnbedrijven zich uiteindelijk moesten terugtrekken onder druk van het protest van de lokale bevolking. In Espinar hebben een aantal gemeenschappen en het mijnbedrijf na lang overleg een akkoord ondertekend waarbij het bedrijf zich ertoe engageert om stappen te zetten om verschillende deelproblemen te overbruggen.  In het overgrote deel van de conflicten blijven de bedrijven echter op erg conservatieve manier doorwerken, waarbij ze de rechten van de lokale bevolking negeren.  Maar ook daar kan je de veroveringen van de gemeenschappen niet onderschatten : de bedrijven worden zich stilaan bewust van het feit dat ze niet zo maar hun gang meer kunnen gaan. Indien ze hun investeringen voor de toekomst willen veiligstellen, zijn ze verplicht om te investeren in een reële dialoog met de bevolking en in diepgaande maatregelen om de problemen aan te pakken.  

Uiteraard draagt de overheid een groot deel van de verantwoordelijkheid van de problemen. De staat moet het welzijn van haar bevolking vrijwaren, en bemiddelen als er conflicten ontstaan tussen de belangen van verschillende partijen. Sinds de jaren 90 heeft de overheid de rode loper uitgegooid voor de bedrijven, met allerlei voordelen op o.m. fiscaal vlak; de boodschap voor de lokale bevolking luidde dat de mijnbouw het armoede-probleem automatisch zou oplossen, via de tewerkstelling en de bijdrage aan de nationale economie. De overheid schittert vooral in haar afwezigheid, en waar ze aanwezig is, vertaalt zich dat in een onvoorwaardelijke steun aan de mijnbedrijven. De mijnbedrijven moeten nauwelijks iets afdragen dankzij de verkregen belastingsvoordelen. Het voorstel om royalties te heffen op de mijnexploitatie, zoals dat gebruikelijk is in o.m. de petroleumsector, wordt geblokkeerd. Algemeen ontbreekt nog steeds de politieke wil om de problematiek op een structurele manier aan te pakken.

De explosieve situatie van de afgelopen maanden maakt echter duidelijk dat de overheid dringend zal moeten optreden. Gezien de afwezigheid van de overheid, beginnen steeds meer gemeenschappen hun woede uit te werken op de bedrijven. Een soort boomerang-effect : de overheid verkondigde dat de mijnbedrijven het armoedeprobleem zouden oplossen. Als de gemeenschappen na een aantal jaren merken dat de armoede allesbehalve afneemt – en integendeel nieuwe problemen zoals vervuiling, prostitutie gecreëerd werden – eisen ze van de bedrijven dat die hun dagelijkse problemen oplost.

Een aantal mobilisaties zijn uit de hand gelopen, met o.m. de vernieling van een deel van de installaties waarbij de bedrijven hun activiteiten moeten staken. Het gaat hier weliswaar om acties die niet ondersteund worden door CONACAMI, die aandringt op grondige maatregelen – maar ook uitdrukkelijk oproept om alle vormen van geweld te vermijden. 

CONACAMI benadrukt dat structurele maatregelen nodig zijn om de rechten van de getroffen bevolkingsgroepen op langere termijn te vrijwaren. Met brede acties en voorstellen tot aanpassing van de wetgeving wil CONACAMI veranderingen op nationaal vlak afdwingen.

Tegenwerking

De boerenleiders, CONACAMI en bevriende organisaties worden permanent geconfronteerd met lastercampagnes. De mijnbedrijven, met medewerking van belangrijke media en politici proberen het sociale protest te criminaliseren. Men gaat zelfs zo ver boerenleiders te beschuldigen van banden met extremistische organisaties. CONACAMI wordt in verschillende media zwart gemaakt. In Tambogrande werd een leider op mysterieuze wijze vermoord, maar een ernstig onderzoek naar de feiten kwam er niet. Bij lokale protestacties waar schade werd aangericht aan de infrastructuur van de mijnbedrijven, wordt de schuld afgewenteld op CONACAMI. Ook de buitenlandse organisaties die CONACAMI of de Peruaanse NGO’s ondersteunen zijn het mikpunt van beschuldigingen; met hun duistere belangen zouden ze de ontwikkeling van Peru trachten te boycotten, onder het mom van ‘ecologische’ overwegingen. 

Door al deze intimidaties trekken sommige lokale gemeenschappen zich af en toe terug in hun schelp, uit angst voor represailles. CONACAMI is echter vastberaden de strijd verder te zetten.   

Nieuwe acties

Ondertussen blijft CONACAMI de druk op de regering opvoeren. Zo diende ze een klacht in tegen de Peruaanse staat bij de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten. De klacht stelt dat de staat het recht van de getroffen gemeenschappen op leven, gezondheid en eigendom onvoldoende beschermt. De klacht steunt op vijftien goed gedocumenteerde cases. Voorlopig werden slechts drie cases weerhouden voor onderzoek omwille van hun directe band met het gevaar voor de volksgezondheid, en in één case heeft de Commissie de Peruaanse Overheid aangemaand tot het stopzetten van de mijnactiviteiten en weghalen van de schadelijke afvalbergen.  Dergelijke internationale acties impliceren dat de regering en de bedrijven op termijn zich verplicht voelen om meer aandacht te schenken aan de sociale en ecologische aspecten van de mijnbouw.

Hiernaast wordt meer actie gevoerd rond de rechten van de bevolking, in termen van zelfbeschikking en recht op ontwikkeling. De Peruaanse overheid ging internationale verplichtingen aan hieromtrent, o.m. via de ratificatie van het verdrag ‘169’ rond de rechten van inheemse volkeren, met de IAO; dit bepaalt dat de bevolking moet geconsulteerd worden voor het opstarten van extractieve activiteiten, die enkel kunnen doorgaan als er een consensus bereikt is. CONACAMI ijvert voor het respecteren van deze verbintenissen, via de opname van deze rechten in de grondwet en wetgeving in het algemeen.  

Nieuwe allianties

CONACAMI bouwt haar allianties uit met andere nationale organisaties verder uit. De organisatie heeft een leidende rol opgenomen om het ‘inheemse’ bewustzijn van de boeren te versterken. Samen met andere organisaties van inheemse volkeren (zoals de amazonevolkeren) trekt ze het overkoepelende platform COPPIP, dat opkomt voor het vermelde zelfbeschikkingsrecht van de inheemse volkeren.

Ook andere conflicten waarbij inheemse bevolkingsgroepen de dupe zijn van grootschalige investeringen zoals petroleumwinning en houtnijverheid, worden opgenomen.

Recent werd samen met boerenorganisaties, vakbonden en het Peruaanse Platform voor Economische, Sociale en Culturele rechten een campagne gelanceerd voor het recht op water.

Internationale solidariteit  

Daarnaast versterkt CONACAMI haar banden met organisaties uit Ecuador en Bolivia die soortgelijke acties voeren en sluit ze meer en meer aan bij internationale initiatieven.

Zo zag de Wereldbank zich verplicht om een onderzoek te voeren naar de problematiek, en de voorwaarden voor haar steun aan projecten in extractieve industrieën. Het onderzoek en het overleg heeft drie jaar in beslag genomen, maar het eindrapport mag er zijn: het formuleert belangrijke suggesties voor een sociaal en ecologisch meer verantwoord beleid. Ondertussen wordt echter duidelijk dat het management van de Wereldbank de aanbevelingen grotendeels naast zich neer wil leggen en enkel wat marginale aanpassingen wil opnemen. CONACAMI en organisaties uit alle delen van de wereld voeren allerlei acties om de Wereldbank van gedacht te doen veranderen.

Internationale solidariteit is broodnodig. De internationale instellingen moeten dringend gaan beseffen dat de rechten van de mensen voorrang moeten krijgen op de economische belangen van landen in het Noorden en van transnationale bedrijven.

Lima,  juni 2005


Laatste aanpassing op vr 24 jun 2005
Artikel 625 keer gelezen
Share/Bookmark


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell