Collecties ATOL in h ...
Colombia: wie opent ...
Comité voor Voedsel ...
Concrete voorstellen ...

Teguh Surya: Op 26 mei 2010 ontdertekende onze president een akkoord met Noorwegen waarbij hij in ruil voor veel geld (1 miljard dollar) beloofde om de boskap in Indonesië hard aan te pakken dmv een 2-jarig moratorium. Wij als Walhi hadden van af het begin veel vragen bij deze overeenkomst want we vreesden dat dit moratorium ver zou afstaan van wat wij voor ogen hebben.Het was dan ook niet verwonderlijk dat het decreet dat vorm moest geven aan het moratrium een moeizaam proces zou worden.
Een eerste belangrijke vraag die beantwoord diende te worden was: over welk bos spreken we? Bosgronden worden ingedeeld in diverse zones en bestemmingen. Er is primair regenwoud, secundair bos( deels gerooid maar daarna grotendeels hersteld), bos dat ooit helemaal gerooid werd maar waarvan de grond braak ligt, commerciele plantages voor de bevoorrading van papierfabrieken, bosgronden die het woongebied zijn van inheemse volkeren, zgn community forest, beschermde bossen met een rijke ondergrond (olie of goud) die in concessie zijn gegeven aan bedrijven, enz ... Dat houdt in dat er heel wat belangengroepen zijn die elk op hun manier naar dit moratorium kijken, voor de ene is het een bedreiging voor anderen een opportuniteit.
Daarnaast is de bevoegdheid verdeeld over heel wat ministeries: naast de president en zijn klimaat-topadviseur is er het ministerie van bosbouw, van landbouw, van mijnbouw, van openbare werken. Elk met hun eigen plannen en wensen.
Toch hadden we hoop, want de president leek vastbesloten. Hij will immers af van het imago dat onder zijn bewind het bosbestand sterk achteruit gaat, terwijl Indonesië tijdens klimaatonderhandelingen heeft aangekondigd dat het "haar verantwoordelijkheid wil opnemen". In sommige studies staat Indonesië in de mondiale top 5 van CO2 uitstoters .
Helaas, onze hoop bleek ijdel, toen het presidentiële decreet op 20 mei, bijna 1 jaar na het akkoord met Noorwegen, werd bekendgemaakt was ik samen met heel wat milieuactivisten zwaar ontgoocheld.
De vertraging bleek niet te wijten aan de vastbeslotenheid en ijver van de wetgever om de Indonesische bossen te redden, maar was het resultaat van heel wat gemanoeuvreer om de belangen van mijnbouwbedrijven, palmolieplantages en concessiehouders van commerciele bossen te vrijwaren.
Erger nog, het decreet is een slag in het water en kan zelfs leiden tot meer ontbossing. Het beschermt enkel het primaire regenwoud dat eigenlijk reeds beschermd was en daarnaast voorziet het twee jaar uitstel van licenties voor nieuwe concessies die reeds aangevraagd werden. Het komt erop neer dat de president toelaat dat ondernemers op roekeloze wijze primaire bomen kunnen kappen in bossen die officieel geen statuut hebben van regenwoud zijn of zich in veengronden bevinden, maar wel degelijk primair bos zijn.
Het was dan ook weinig verbazend dat einde mei reeds de eerste schendingen van het moratorium werden vastgesteld. Want nu blijkt dat de industrie toch via enkele achterpoortjes 'vers' regenwoud en veengronden kunnen blijven exploiteren. De afgelopen maanden paste het ministerie van bosbouw een aantal lopende vergunningen aan zodat bij de afkondiging van het decreet deze bedrijven werden vrijgesteld.
Een mooi voorbeeld is het REDD-pilootproject in Centraal Kalimantan. REDD staat voor het 'Terugdringen van Emissies door reductie van ontbossing en bosdegradatie' en is één van de mechanismes die binnen de klimaatonderhandelingen op tafel liggen om verdere ontbossing tegen te gaan en hiervoor de landen financieel te compenseren. Want wat gebeurde er? Tussen midden 2010 en begin 2011 wees het Ministerie voor bosbouw in deze provincie nog eens een 115.000 ha aan concessies toe in een zone met volwaardig regenwoud voor mijnbouw, palmolieplantages en andere bosbouwondernemingen.
Voor Walhi is het duidelijk dat de vertraging bij het afkondigen van het decreet alles te maken heeft met deze 'last-minute' concessies . We kunnen dus best het Ministerie van bosbouw omdopen tot het ministerie van boskap. Dit proces kostte de belastingbetalers meer dan US$ 4 miljoen gekost, het grootste budget ooit gespendeerd aan beleidswerk gedurende de 66-jarige geschiedenis van ons land, en dan nog is het resultaat beneden alle peil.
We kunnen nu met zijn allen zitten treuren, maar we blijven niet bij de pakken zitten. Wij zijn er rotsvast van overtuigt dat onze bossen beter verdienen en eisen van de beleidsmakers dat het moratorium rigoreus wordt toegepast en dat de kleinschalige houtindustrie beter ondersteund wordt. We hebben hiervoor een aantal concrete voorstellen:
Walhi gelooft dat een duurzaam bosbeheer best toevertrouwd wordt aan lokale gemeenschappen die garant kunnen staan voor echte duurzaamheid. De overheid heeft de plicht hen te beschermen t.o.v. de grote commerciële giganten en dat vraagt politieke moed en vastbeslotenheid maar dit ontbreekt alsnog bij onze beleidsmakers.
[Verschenen in the Jakarta Post op 20 Juni 2011.]