Gender - Inleidende ...
"De genderongelijkhe ...
Gerecht beveelt liqu ...
Gesprek met Raymond ...
Raymond Kamenyero is directeur van FORSC, het Forum van de Civiele Maatschappij in Burundi, een organisatie waarmee 11.11.11 al verscheidene jaren samenwerkt.
Raymond was in het land in het kader van de gemeenschappelijke campagne Centraal- Afrika die 11.11.11 samen met zijn partners voert. Op de voorjaarsvormingen in Oost-Vlaanderen gaf hij toelichting bij het Burundese luik van de campagne. Ook in Burundi was een stuurgroep actief binnen de campagne. Die lichtte onder meer het overheidsprogramma SAN- Strategie Agricole Nationale door, alvorens aanbevelingen te formuleren.
Hoe kijken jullie naar het nationale landbouwbeleid?
" Er zijn zeker sterke punten in het plan. Het is toekomstgericht en gaat uit van modernisering, van groei en van een markteconomie. Je moet weten dat er in Burundi weinig verhandeld wordt en het is dan ook nodig om commerciële uitwisseling te stimuleren. Een ander pluspunt van het plan is het multi-dimensionele karakter ervan. Alle sectoren zijn betrokken, tot en met de statistische verwerking. Maar we zien toch ook ook een aantal zwakke punten. Onze belangrijkste kritiek is dat het plan weinig relevant is voor de grote meerderheid van de plattelandsbevolking, de kleine boeren die vooral met overleven bezig zijn en niet met winst. Er is ook geen consultatie geweest van boerenorganisaties of anderen. Terwijl men toch zou moeten vertrekken van wat de noden zijn.
De grootste bezorgdheid van de kleine boeren is de voedselzekerheid. Er zijn provincies in het noorden die vaak slachtoffer zijn van hongersnood. Dat komt door klimaatfactoren, maar ook door een gebrek aan planning en continuïteit. Er is een te grote mobiliteit binnen de ministeries. Daarom dringen we onder meer aan op een stabiele administratie zodat programma's effectief kunnen uitgevoerd worden.
Een zwak punt is ook dat 85% van de middelen voor landbouw uit het buitenland komen. Dat maakt ons erg afhankelijk. Waarom kunnen we geen eigen middelen mobiliseren voor de landbouwsector? Dat is moeilijk maar niet onmogelijk."
Jullie hebben voor deze campagne nauw samengewerkt in Burundi. Wat zijn jullie plannen?
Sinds 2008 werken we in Burundi en binnen de regio samen aan dit project. We hebben samen vergaderd, analyses uitgewisseld, een strategie uitgewerkt. We zijn in de regio verschillende keren samengekomen. In 2008 in Rwanda, in 2009 in Bujumbura en dit jaar in Goma. Elke keer hebben we verder uitgeklaard waar we naartoe willen met deze campagne. We hebben na Goma onze aanpak in Burundi verfijnd en vastgelegd met welke boodschap we naar het publiek trekken.
Het hoogtepunt van onze campagne valt van 11 tot 17 oktober. In die periode valt ook de dag tegen honger. Belangrijk element in ons lobbywerk is het samenbrengen van organisaties van producenten met het nieuw verkozen parlement. Boerenorganisaties zullen zich gaan voorstellen en duidelijk maken wat ze verwachten, zoals meer investering in de landbouw en subsidies voor meststoffen en zaaigoed.
Wat doet de overheid rond de Millenniumdoelstellingen?
Ook op dat vlak zijn er wel mooie verklaringen. Maar de voorwaarden om vooruit te geraken zijn niet vervuld. Er is bijvoorbeeld geen transparantie. De president vraagt bijvoorbeeld 2 miljard Burundese frank voor sociale werken: de constructie van scholen, gezondheidscentra, enz. Maar als het Rekenhof een audit wil doen van de besteding daarvan, krijgt het te horen dat het daar geen recht toe heeft.
Er is wel een lokaal kader uitgebouwd van animatoren, lokale agronomen en provinciale directeurs voor landbouw en veeteelt. Dat is positief, maar ze zijn weinig gemotiveerd. De salarissen liggen zeer laag en er is een grote ongelijkheid tussen verschillende ambtenaren. De brigade tegen corruptie bijvoorbeeld wordt heel goed betaald - ook al werkt ze niet - maar in de landbouw is het loon zeer laag. Een provinciale directeur van het ministerie van Landbouw verdient 100 dollar per maand, een agronoom 30 dollar, een animator misschien maar 20 dollar per maand.
Wat stellen jullie voor?
Onze stuurgroep heeft een aantal aanbevelingen geformuleerd.
Er moet meer geld gaan naar de landbouw. Het budget voor landbouw was 3,6%. Nu is er wel een stijging tot 5%, maar die is te danken aan de schuldkwijtschelding . Daaraan was namelijk de voorwaarde gekoppeld dat vrijgekomen middelen besteed moesten worden in onderwijs, gezondheid of landbouw. 5% is ook nog altijd geen 10%, zoals in de verklaring van Maputo vooropgesteld.
Boeren en boerenorganisaties moeten een grotere rol kunnen spelen bij het totstandkomen van het beleid. Zij moeten meer controle hebben over de productie en vermarkting. In het geval van koffie bijvoorbeeld controleren zij de prijs niet. Zij moeten ook aan betaalbare meststoffen en goed zaaigoed kunnen geraken en de grondproblematiek moet aangepakt worden. Binnen het ministerie van Landbouw zouden permanente secretariaten moeten komen om de continuïteit te verzekeren.
mei 2010