Bezoek koning Albert ...
Inheemse Ecuadoranen ...
Onderzoekscommissie ...
Interview met Antona ...
1. U bent directeur van POHDH, een koepel van 8 mensrechtenorganisaties in Port-au-Prince. Eerst en vooral, in welke staat bevindt het gebouw waarin uw kantoor zich bevindt? Heeft u reeds contact kunnen opnemen met alle collega´s?
Het gebouw waarin POHDH gehuisvest was, stond na de eerste aardbeving wel nog recht, maar is na de tweede beving volledig ingestort, wat ook alle werkmateriaal heeft vernietigd. Het personeel van POHDH is extreem getroffen door deze catastrofe. Van een collega is nog steeds geen nieuws en wij gaan er nu vanuit dat we hem verloren hebben. Ernst Lemy was verantwoordelijk was voor de commissie ´recherche et documentation`. Vijf van onze werknemers zijn hun huis verloren, waaronder ikzelf. Ook binnen onze lidorganisaties moeten we vele overledenen en materieel verlies betreuren.
2. Op welke manier kunt u uw werk hernemen? Wat heeft u specifiek nodig?
Ik denk dat het belangrijker dan ooit is dat POHDH snel zijn werk kan hervatten. Het gevaar op schendingen van de mensenrechten wordt er bij het ontbreken van een functionerende overheid niet minder op. Het is nog steeds de taak van het maatschappelijke middenveld deze schendingen te rapporteren en aan te klagen, ook al grijpen die plaats in een situatie van hoogdringendheid en door de vele verschillende nationaliteiten die zich nu op Haïtiaans grondgebied bevinden. Het platform heeft daarom zeker nood aan nieuwe werkkrachten en natuurlijk ook aan een nieuw kantoor.
3. Hoe ziet u de situatie in Haïti vandaag evolueren? Heeft de Haïtiaanse staat wel nog de capaciteit om het respect voor mensenrechten te doen eerbiedigen? En wat zijn momenteel de rechten die het meest geschonden worden?
De staat is inderdaad ook zwaar getroffen. Het nationaal paleis, het justitie paleis en het parlement zijn ingestort, wat ook heel veel slachtoffers eiste. 3 senatoren hebben de aardbeving niet overleefd, samen met heel wat directeurs-generaals van de ministeries. Ik geloof dat de aardbeving van 12 januari de overheid nog minder in staat zal stellen fundamentele rechten in Haïti te vrijwaren, ondanks dat ze die verantwoordelijkheid blijven behouden. Het recht op leven, water en voedsel zijn momenteel uiteraard het meest gecompromitteerd. Maar ook het principe van gelijke behandeling en het recht op zelfbeschikking zijn momenteel uiterst relevant.
4. Wat gebeurt er precies in Haïti momenteel? In de westerse media werden we snel geconfronteerd met beelden van geweld en plunderingen. Stemmen deze overeen met de realiteit en is er werkelijk een veiligheidsprobleem?
Het probleem van Haïti is er vandaag allesbehalve een van onveiligheid en geweld. In tegendeel zelfs: wat ik vandaag zie is een grote samenwerking en enorme discipline tussen mijn landgenoten. Waar we nu wel mee geconfronteerd worden is een gebrekkige coördinatie van alle hulp die het land is binnen gekomen. Bovendien laten buitenlandse militairen niet toe dat de nationale politie hun werk doet zoals het hoort gedaan te worden. Ik geloof dan ook dat het beeld van geweld dat internationale media op Haïti hebben geprojecteerd helemaal niet overeenstemt met de realiteit.
5. Hoe ziet u de verdeling van eerste hulp verder evolueren en aan wat heeft Haïti nu het meest nood?
De allereerste nood was uiteraard hulp om mensen te redden die zich nog levend onder het puin bevonden. Vandaag is dat echter vooral het toedienen van medische zorgen om zo het recht op gezondheid en zorg te garanderen. Daarnaast moet men ook beginnen met het evacueren van mensen naar de provincies, wat tegelijkertijd een reden moet zijn om nog meer in te zetten op plattelandsontwikkeling zodat we in onze eigen noden kunnen voorzien. Er is ook nood aan psychologische hulp om de niet te onderschatten traumatische gevolgen van de aardbeving op te vangen.
6. In een eerste reactie hebben de Verenigde Staten de controle over de luchthaven van Port-au-Prince overgenomen, wat onder andere leidde tot ontevredenheid bij Brazilië en Frankrijk. Ook Médecins sans Frontières klaagden dat slechts een van hun zeven vliegtuigen toestemming kreeg om te landen. Hoe ziet u de rol van de VS in het Haïti van vandaag?
Ik kwalificeer dat als een inmenging in de interne gelegenheden van Haïti. Haïti leeft met geen enkel land op voet van oorlog terwijl er ook geen risico op burgeroorlog is. Toch stuurt de VS ons tienduizenden soldaten. Met welk recht nemen zij de controle over de luchthaven over? Meer dan waarschijnlijk werd niet eens de moeite genomen om de Haïtiaanse overheden die vraag te stellen. De rol van de VS is momenteel dan ook niet helemaal duidelijk. Als het klopt dat ze willen samenwerken met Haïti, waarom dan niet proberen eerst en vooral MINUSTAH, de VN stabiliseringsmissie, te versterken? Wordt de VN niet nog minder relevant dan ze al waren nu de VS nog meer op eigen kracht in Haïti willen opereren? De noden van Haïti zijn momenteel echter van een andere orde dan veiligheid.
7. Welke boodschap hebben de Haïtiaanse overheden tot nog toe aan het Haïtiaanse volk kunnen overbrengen? Wat is voor de staat nu de grootste uitdaging?
De overheden moeten nu vooral proberen informatie te brengen. Zeker over de mogelijkheid van een nieuwe aardbeving in de nabije of verdere toekomst en natuurlijk over haar rol in het beheer van de noden die nu het sterkst naar voor komen. Bovendien moet ze ook een mening formuleren over hoe de heropbouw in zijn werk moet gaan en op welke manier Haïti beter voorbereid kan zijn voor dergelijke natuurrampen. Ze moet op middellange termijn ook eisen dat de internationale gemeenschap niet langer voedsel en medicijnen tot bij de bevolking brengt, maar in tegendeel werken om de Haïtianen in staat te stellen voor zichzelf te kunnen zorgen. Dat betekent inzetten op voedselproductie i.p.v voedselhulp en ziekenhuizen bouwen i.p.v zorg tot bij de hulpbehoevenden te brengen.
8. In welke mate is de PNH (Police Nationale d’ Haïti) nog in staat haar werk te doen?
De PNH is in verschillende eenheden op de straten van Port-au-Prince en andere steden waar ik intussen voorbij kwam, zichtbaar. Het beeld van een verwoeste politiemacht, die inderdaad ook heel veel kantoren en agenten verloor, werd ook in de media gebruikt om het risico op onlusten en geweldplegingen aan te halen. Maar nogmaals, hiervan is na de aardbeving geen sprake geweest. De PNH doet haar werk, wat enorm belangrijk is aangezien ik geloof dat enkel een Haïtiaans orde-apparaat, en niet internationale ordetroepen, de veiligheid structureel kan garanderen.
9. Hoe ziet u de heropbouw van Haïti? Is het Haïtiaanse volk al aan de heropbouw begonnen en welke positieve beelden vielen u daarbij op?
Het is een foute weergave om over de heropbouw van Haïti te spreken, want het gaat uiteindelijk over Port-au-Prince, Jacmel en de andere steden en dorpen daartussen. Haïti is echter niet volledig van de kaart geveegd, ook al zal de economie zwaar te leiden krijgen onder de gevolgen van de beving. Maar we mogen ook niet vergeten dat reeds voor de aardbeving, de Haïtiaanse economie erg kwetsbaar was en weinig voorstelde in reële termen, o.a. door wanbeheer van de overheid. De problemen die voor de aardbeving van Haïti een economische mislukking maakten, mogen doorheen het proces van heropbouw niet vergeten worden.
Een positief beeld dat ik overhou aan de voorbije twee weken is de zelfredzaamheid van Haïtianen vanaf de eerste dag na de catastrofe. Iedereen die nog in leven was of niet zwaar gewond, heeft de hoofden bij elkaar gestoken, en dat maakt dat de balans van slachtoffers vandaag voor een enorm aantal families minder zwaar is dan ze had kunnen zijn. Ten tweede, er zijn vier dagen voorbij gegaan zonder dat er enige hulp van buitenaf zichtbaar was en waarin de chaos de overhand had. Maar op het moment dat de dorst en de honger zeer sterk werd, waren er de nog functionerende Haïtiaanse radiostations die tot kalmte opriepen. Ook de `collectivités territoriales` (regionale overheden) speelden een zeer belangrijke rol bij het helpen van mensen die naar de provincies wilden. Wat vooral bijblijft van deze dramatische gebeurtenis, is zeker niet het beeld van geweldplegingen, maar vooral de veerkracht van Haïtianen en hun vrijwillig ondernomen actie om hun naaste te helpen.
Antonal Mortimé, secrétaire exécutif POHDH
(Plate-forme des Organisations Haitiennes des Droits Humains)