De Noord-Zuidbewegin ...
AgriCord bespreekt F ...
Landenfiche Haïti
Muhammad Yunus: de v ...
Muhammad Yunus werd geboren in 1940, in Chittagong, het zakencentrum van het toenmalige Oost-Bengalen, het huidige Bangladesh. Zijn vader, die edelsmid was, wist voor zijn zoons een goede opleiding te verzekeren. In 1965 sleepte Muhammad Yunus een Fulbright Scholarship in de wacht, waarmee hij naar Vanderbilt University trok in Nashville, Tennessee, om er zijn PhD in de economie te behalen. In 1972 keerde hij terug naar Chittagong, waar hij begon aan wat een mooie, maar niet noodzakelijk opvallende academische carrière leek te worden. Het lot zou er anders over beslissen.
Bangladesh is van oudsher een gebied met veel armoede en ziekte, maar de TBC-epidemie van 1974, die naar schatting 1,5 miljoen slachtoffers maakte, opende Yunus' ogen voor de ellende die hem omringde. De discrepantie tussen academische theorieën en praktische noden zette hem aan het denken. Hij ging met zijn studenten te velde het armoedeprobleem onderzoeken. In 1976, na bijna twee jaar fieldwork, interviewde hij een vlechtster van bamboe-stoelen, en dat gesprek was voor Yunus dé gebeurtenis uit zijn leven. De vrouw vertelde hem dat ze per stoel ongeveer 5 frank moest lenen, voor de aanschaf van het riet. Na terugbetaling - met woekerrente - bleef er voor haar nauwelijks iets over. Met andere woorden: haar inspanningen kwamen niet haarzelf ten goede, maar haar geldlener. Volgens Yunus lag de oorzaak bij het ontbreken van een financieel instrument dat specifiek door de armen gebruikt kon worden. De gebruikelijke financieringskanalen, de banken, achtten hen immers niet kredietwaardig, en de leningen waren te klein om hen te interesseren. De woekeraars vonden in de armen dus een gemakkelijke prooi. Yunus' antwoord: de Grameen Bank, opgericht in 1976. Drie jaar later bleek dat het systeem van Yunus werkte: het leven van honderden armen werd door de kleine leningen drastisch veranderd, en de terugbetaling van die leningen verliep zonder enig probleem. In 1979 wist hij de Centrale Bank van Bangladesh voor zijn ideeën te winnen, wat meteen tot een schaalvergroting van het project leidde. In 1983 had Grameen ('dorp') 59.000 cliënten in 86 kantoren. Yunus besloot de universiteit te verlaten, en zich ten volle te wijden aan zijn Grameen Bank. Met groot succes.
De Grameen Bank is geen liefdadigheidsinstelling: de leningen moéten terugbetaald worden, mét interest. Wie geld leent, belooft zich te houden aan 16 regels - de kinderen naar school sturen, het geld terugbetalen, het systeem van de bruidsschat achterwege te laten, enzovoort, én: lid worden van een klein groepje van leners. Die groepjes zorgen voor sociale controle en discipline, waardoor de terugbetalingen ook effectief gebeuren. Grameen scoort op dat vlak zelfs aanzienlijk beter dan de klassieke banken.
Mohammad Yunus heeft duidelijk school gemaakt. Asia Week, samen met de Far Eastern Economic Review wellicht het meest gerespecteerde blad over het Aziatische zakenleven, noemde hem één van de 25 invloedrijkste Aziaten. Zijn bank is de grootste van Bangladesh, met ongeveer 2 miljoen klanten - voor meer dan 90% vrouwen, verspreid over 35.000 dorpen. Men schat dat ongeveer 10% van de bevolking rechtstreeks gebruik maakt van Grameen-leningen. Partner-instellingen zijn actief in 35 landen, en zeker niet alleen in de Derde Wereld. Toen Bill Clinton nog gouverneur van Arkansas was, boezemden de ideeën - en de resultaten - van Yunus hem zoveel respect in dat hij hem vroeg een gelijkaardig initiatief op te starten in de VS. Dat werd het Good Faith Fund in Pine Bluff. Ook hier lukte het, en duizenden kansarmen uit de getto's leiden sindsdien een beter leven.
Door zijn creatie van een microkredietsysteem waar ook de armsten gebruik van kunnen maken, heeft Mohammad Yunus in substantiële mate bijgedragen tot de weg naar een oplossing van een van de pijnlijkste problemen van alle tijden.
Links: