Rode Kruis-Vlaandere ...
Noam Chomsky
Behalve bekend vanwege zijn wetenschappelijke prestaties als taalkundige staat Noam Chomsky (°1928) ook alom bekend als activist. Hij beschouwt zichzelf als libertarisch socialist en in veel opzichten als anarchist.
Chomsky is in Philadelphia, Pennsylvania, geboren als zoon van William Chomsky, een geleerde in de Hebreeuwse taal- en letterkunde die uit Rusland geëmigreerd was. Noam Chomsky begon in 1945 aan zijn studies in filosofie, taalkunde en wiskunde aan de universiteit van Pennsylvania. Hij studeerde daar onder Zellig Harris, een professor in de taalkunde voor wiens politieke visies hij wel wat sympathie kon opbrengen. In 1949 trouwde hij met Carol Schatz en later kregen Noam en Carol drie kinderen. Hij behaalde in 1955 zijn Ph.D (vergelijkbaar met de doctorstitel), waarbij hij het meeste onderzoek de voorgaande vier jaren aan de Harvard universiteit had verricht. In zijn doctoraalscriptie begon hij al enkele van zijn linguistische ideeën te ontwikkelen, en zette deze voort in zijn boek uit 1957 genaamd Syntactic Structures. Dit is waarschijnlijk zijn beroemdste werk binnen de taalkunde, en lange tijd is het een soort bijbel geweest voor veel taalkundigen binnen de Chomskyaanse traditie, die vaak Chomskyanen genoemd werden.
Nadat hij zijn doctorstitel ontving, doceert Chomsky aan het MIT (Massachusetts Institute of Technology). Gedurende de eerste decennia raakte hij meer en meer betrokken bij politiek, waarbij hij kritiek uitte op de Amerikaanse politiek en oorlog tegen Vietnam rond het jaar 1965. In 1969 publiceerde hij American Power and the New Mandarins, een essay over hetzelfde onderwerp. Vanaf die tijd is hij zeer bekend vanwege zijn radicale politieke visies, en geeft hij over de hele wereld lezingen hierover. Verder heeft hij diverse boeken over het onderwerp geschreven. Hij betrekt duidelijk stelling tegen de Amerikaanse inmengingspolitiek in Cuba, Haiti, Oost-Timor, Nicaragua, het Israelisch-Arabische conflict, de oorlog rond Kosovo en de Golfoorlog (2003). Hij geldt eveneens als criticus van de mondialisering, de media en het neoliberalisme. Vanwege zijn visie, die voornamelijk als libertarisch socialistisch kan worden gezien, kreeg hij een grote aanhang onder extreem-linkse mensen, maar ook veel critici. Doordat hij zijn standpunten op doorgaans degelijk onderzoek baseert, wordt hij eveneens door intellectuelen van links en rechts serieus genomen. Minder appreciatie geniet hij ten aanzien van de uiteindelijke conclusies die hij trekt, die volgens critici in de buurt komen van samenzweringstheorieën. In de tussentijd is hij blijven schrijven en doceren over taalkunde en de gevolgen van het Amerikaanse buitenlands beleid.
Syntactic Structures was een uitbreiding van zijn doctoraalscriptie van 1955, waarin hij transformationele grammatica's introduceerde. De theorie beschouwt taaluitingen (woorden, frasen en zinnen) als corresponderend met abstracte "oppervlaktestructuren", die op hun beurt afgeleid kunnen worden of corresponderen met "dieptestructuren".
Wegens zijn politieke opvattingen is Chomsky in de Verenigde staten een controversieel figuur. Hij beschrijft zichzelf als een persoon die "meelift op de traditie van het anarchisme". Chomsky is van mening dat alle autoriteit en hiërachie op rechtmatigheid moet worden onderzocht, en zo nodig bestreden. Hij verschilt van de meeste andere anarchisten omdat hij wel voorstander is van de parlementaire democratie.
Ondanks het feit dat hij zelf joods is, is hij meerdere malen beschuldigd van anti-semitisme. In 1979 nam hij het met een aantal andere vooraanstaande intellectuelen op voor Robert Faurisson. Faurisson had een boek geschreven dat de holocaust ontkende, waarvoor hij veroordeeld werd. Chomsky en de zijnen, meenden dat dat een inbreuk op de vrijheid van meningsuiting was. Bovendien redeneerde hij dat holocaustontkenners niet per definitie anti-semitisch zijn. Men kan volgens Chomsky ook de holocaust ontkennen, en te gelijker tijd blij zijn dat het niet heeft plaatsgevonden. Volgens Chomsky was Faurisson een voorbeeld van een niet anti-semitische holocaustontkenner. Chomsky zelf heeft de holocaust overigens nooit ontkend. Andere beschuldigingen van anti-semitisme komen voort uit het feit dat Chomsky zeer kritisch staat tegenover de gedragingen van Israël.
Chomsky heeft zich regelmatig kritisch uitgelaten tegenover de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten. Hij beschouwde bijvoorbeeld de Vietnamoorlog en de acties tegen het Sandinistische bewind in Nicaragua als terrorisme. Hij redeneerde dat met de standaarden die de VS hanteren, landen als Nicaragua en Joegoslavië het recht zouden hebben de Verenigde Staten te bombarderen. Na Terroristische aanslagen op 11 september 2001 is de interesse voor Chomsky's werken weer toegenomen. Naar aanleiding van de aanslagen schreef hij 9/11 en later Hegemony or Survival (in het Nederlands vertaald als De Arrogantie van de Macht). In beide boeken spreekt Chomsky zich zeer kritisch uit tegenover de VS. Chomsky is meerdere malen beschuldigd vanwege anti-Amerikanisme