Noodhulp in Pakistan ...
Noodoperatie in Ivoo ...
Noodoproep voor Tsja ...
Noord en Zuid botsen ...
Vandaag begint in Genève de achtste ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO), waar wordt onderhandeld over een vergaande liberalisering van de wereldhandel. Tien jaar na hun lancering in Doha (Qatar) zitten die onderhandelingen muurvast. Er is geen akkoord over de belangrijkste dossiers noch over een manier om uit de impasse te geraken. Marc Maes, handelsexpert van 11.11.11 woont de vergadering bij en legt hier uit wat er loos is in de WTO.
De achtste ministerconferentie van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) komt ongeveer één maand na de tiende verjaardag van de lancering van de 'Doha Ontwikkelingsronde', dat is een zeer ambitieuze onderhandelingsronde voor een vergaande liberalisering van de wereldhandel, met bijzondere aandacht voor de noden van de ontwikkelingslanden. Tenminste, zo werd deze ronde voorgesteld. Maar al snel bleek dat de rijke landen vooral op zoek waren naar zeer vergaande toegevingen van de ontwikkelingslanden. Binnen de kortste keren zat het er bovenarms op.
Twee jaar na Doha weigerden de ontwikkelingslanden om nog verder te onderhandelen over een belangrijk deel van de agenda: investeringen, overheidsaanbestedingen en concurrentieregels. Daarna kwam het nooit meer goed. De ronde sukkelde van mislukking naar mislukking. Op de vorige ministerconferentie in 2009 had men nog hoop dat er terug beweging zou komen in de onderhandelingen. Nu geeft iedereen toe dat de ronde muurvast zit.
Maar nog geen drie jaar na de oprichting van de WTO begon vooral de EU toch aan te dringen op een nieuwe onderhandelingsronde. Die zou niet alleen gaan over de handel in diensten en de landbouw, maar ook over al de andere goederen (uit de industrie, mijnbouw, bosbouw, visserij) en over alweer een reeks nieuwe thema's: investeringen, overheidsaanbestedingen, concurrentieregels en een vereenvoudiging van de douaneverrichtingen. De ontwikkelingslanden zagen dat niet zitten. Landbouw en diensten was al werk genoeg. Bovendien vonden ze dat er nogal wat problemen waren met de uitvoering van de akkoorden die uit de Uruguay Ronde waren gekomen en dat er dus best eerst een evaluatie en bijschaving zou komen van deze akkoorden.
Maar de EU hield voet bij stuk en kreeg bijval van andere rijke landen voor wat de EU ondertussen de Millenniumronde was gaan noemen. Een poging om een akkoord te krijgen voor de lancering van de Millenniumronde tijdens WTO-ministerconferentie van Seattle in 1999 stootte in de conferentie op verzet van de ontwikkelingslanden en buiten op straat op luid protest.
Maar de EU liet niet af. Twee jaar later stond de ronde opnieuw op de agenda van de WTO-ministerconferentie die ditmaal doorging in Doha, de hoofdstad van het woestijnland Qatar. Van straatprotest zou men daar alvast geen last hebben. Bovendien kwam de conferentie enkele weken na de aanslag op de WTC-torens in New York. De VS, die achter de plannen van de EU stond, drong er op aan dat de WTO-leden zich eensgezind zouden tonen in het zicht van de gruwel van het terrorisme. Bovendien, zo beloofden de rijke landen, zou deze ronde bijzondere aandacht hebben voor de belangen van de ontwikkelingslanden. De evaluatie en bijsturing van de bestaande akkoorden zou het eerste werk zijn van de ronde, tegelijk met het opstarten van de onderhandelingen over goederen en diensten. Vervolgens zou een volgende ministerconferentie (in Cancun in 2003) beslissen over de manier waarop de nieuwe thema's zouden worden aangepakt.
Op de volgende ministerconferentie in Cancun zetten de ontwikkelingslanden de tering naar de nering. Gezien de gebrekkige vooruitgang van de evaluatie en bijsturing van de bestaande akkoorden, de terughoudendheid van de rijke landen op vlak van landbouwsubsidies, en hun gulzigheid op vlak van toegang tot markten van het Zuiden, weigerden ze om de nieuwe thema's te onderhandelen met uitzondering van de vereenvoudiging van de douaneverrichtingen.
Sindsdien is het nooit meer echt goed gekomen met de Doharonde. Het bleef trekken en sleuren voor kleine toegevingen. De onderhandelingen spitsten zich alsmaar meer toe op landbouw en goederen. Zolang daar geen evenwicht werd gevonden tussen subsidies en invoerrechten en tussen Noord en Zuid zouden er in de andere dossiers ook geen toegevingen worden gedaan. De evaluatie en bijsturing en de dienstensector geraakten op de achtergrond net als alle andere kleinere thema's. Dringende zaken werden niet aangepakt, zoals de achteruitgang van de katoensector in de Sahellanden, die ten dele te maken heeft met de concurrentie van gesubsidieerde katoenproductie in de VS. De VS stelde zich trouwens almaar stugger op vlak van de eigen landbouwsubsidies en de invoertaksen van de ontwikkelingslanden. Een drastische algemene vermindering van de invoertaksen is voor de VS niet genoeg, en in verschillende sectoren die voor hen belangrijk zijn moeten de invoertaksen van de grotere ontwikkelingslanden zelfs naar nul.
Ondertussen is het besef gegroeid dat de menselijke activiteit klimaatverandering veroorzaakt, en de rijkdom van het Noorden roofbouw gepleegd heeft op de planeet en dat de ontwikkelingslanden dit slechte voorbeeld zijn gevolgd.
Ondertussen heeft de wereld meerdere voedselcrises gekend en is de honger in de wereld toegenomen. Er zijn verschillende redenen voor deze crises: de sterke afhankelijkheid van sommige landen van de wereldmarkt, toenemende bevolking, de teelt van energiegewassen, speculatie, klimaatverandering. In ieder geval sommigen landen willen meer dan ooit de eigen landbouwproductie beschermen, anderen houden hun export in om de eigen behoeften voorrang te geven. Overschotten op de markt en de strijd voor markttoegang, heeft meer plaats geruimd voor tekorten en de nood aan een beheer van vraag en aanbod.
Ondertussen heeft de ongebreidelde liberalisering van de financiële diensten, het gebrek aan toezicht en het onverantwoorde winstbejag een financiële crisis veroorzaakt met alle economische gevolgen vandien.
In de WTO leiden deze crises niet tot een grote verandering van de standpunten, eerder tot een verharding ervan. De organisatie en de leidende leden zeggen dat de verdere vrijmaking van de wereldhandel goed is om uit de economische crises te geraken, om voedsel beschikbaar te maken, rijkdom te creëren en te verdelen en zelfs om de klimaatcrises aan te pakken (want hoe rijker, hoe meer middelen om er iets aan te doen, en bovendien krijgen landen toegang tot goederen en diensten die daar voor nodig zijn). Dat de liberalisering van de wereldhandel, en van de financiële diensten iets zou hebben bijgedragen aan de crises, wordt volledig ontkend.
Toch maakt de veranderde wereld landen onzeker over de in te slagen weg en groeit de aarzeling bij meerdere landen om nu nieuwe grote liberaliseringsverplichtingen aan te gaan. De WTO probeert ondertussen landen tegen te houden om protectionistische maatregelen te nemen om de crises af te weren.
Waarom dan niet verder doen op elk van de thema's met de landen die wel kunnen of willen vooruitgaan? Met andere woorden, akkoorden sluiten tussen de landen die dat willen, dus geen 'multilaterale akkoorden' (tussen alle leden), maar 'plurilaterale akkoorden' (tussen sommige leden). Maar dan moeten de landen die niet mee kunnen of willen zich neerleggen met de regeling die de andere treffen, en kunnen zij zich achteraf alleen nog maar aansluiten zonder dat er met hun bekommernissen is rekening gehouden. Vooral de rijkere landen zien plurilaterale onderhandelingen wel zitten. De meeste ontwikkelingslanden niet.
Ander voorstel, ook weer vooral van de rijke landen. Waarom niet proberen om 'nieuwe' thema's op tafel te leggen, bijvoorbeeld: energiezekerheid (door de liberalisering van de export van energiebronnen), toegang tot grondstoffen (die het Noorden nodig heeft, maar vooral in het Zuiden zitten), klimaat (door de invoering van invoertaksen op koolstofrijke producten; maar dat is géén liberalisering) of wat van: investeringen, overheidsaanbestedingen en concurrentieregels (?!).
De raad heeft ook wel een nota naar de ministerconferentie gestuurd met enkele algemeenheden en de vage aanbeveling dat de minsterconferentie nog eens zou kijken naar de mogelijkheden van 'andere onderhandelingsmethodes' (plurilaterale onderhandelingen?) en 'early harvest'. Maar met die aanbevelingen is meteen weer ongerustheid gecreëerd. Ministerconferenties zijn redelijk onvoorspelbaar. Als de rijke landen al hun trucken en drukkingsmiddelen uit de kast halen zouden er wel eens verrassingen uit de bus kunnen vallen. Veel ontwikkelingslanden zijn er niet gerust in en ''Our World Is Not For Sale" ook niet.
Marc Maes, 11.11.11 beleidsmedewerker handel en ontwikkeling