Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


De onveiligheid in Noord Afghanistan

Aangebracht door Pax Christi (De Weerd Gio en Bogaert Tim) op di 07 jul 2009

Pax Christi Vlaanderen formuleert hierbij haar standpunt m.b.t. de huidige situatie in Afghanistan. Tim Bogaert, medewerker Geweldpreventie, zette het standpunt van Pax Christi samengevat in dit webbericht.

De opdracht van de internationale gemeenschap in Noord-Afghanistan is duidelijk: wees meer zorgvuldig in de selectie van lokale partners waarmee samengewerkt wordt, in het bijzonder met betrekking tot activiteiten die betrekking hebben op de hervorming en opleiding van leger en politie; en pak de discriminatie van de etnische Pashtu aan.


De onveiligheid in Noord Afghanistan.

25/06/2009

 

Deze week verloren drie Duitse militairen het leven tijdens een gezamenlijke Duits-Afghaans-Belgische patrouille in de buurt van Kunduz. De patrouille werd onder vuur genomen en een gepantserd voertuig kwam hierbij in een rivier terecht waarna de inzittenden niet tijdig bevrijd konden worden. Dit zoveelste ernstige incident toont dat het gangbare onderscheid tussen het veilige noorden en het onveilige zuiden van Afghanistan niet meer overeenkomt met de realiteit op het terrein. Ook het noorden van Afghanistan is in oorlog.

 

Hoewel er sinds 2003 buitenlandse militairen gestationeerd zijn, neemt ook in het noorden van Afghanistan de onveiligheid en instabiliteit zienderogen toe. Het zou fout zijn alle schuld hiervoor in de schoenen van de militaire operatie te schuiven. Toch kan het niet ontkend worden dat de militaire aanwezigheid er ondanks een voortdurende uitbreiding van het engagement niet in geslaagd is de destabilisering van Noord-Afghanistan tegen te houden, laat staan het kader te scheppen waarin de wederopbouw van Afghanistan plaats kan vinden.

                                                                                                                       

Hoe komt dit? Sinds de komst van Barack Obama luidt nu ook het officiële credo dat de inzet van militaire middelen alleen niet zal volstaan om Afghanistan te stabiliseren en dat er bijkomend civiel engagement noodzakelijk is. Op het terrein wordt dit echter vertaald in meer dan 20.000 extra militairen en amper 400 bijkomende civiele experten, waarbij het dus militairen zijn die via de zogenaamde Provincial Reconstruction Teams (PRTs) de civiele taken op zich gaan nemen. Een echte verhoging van het civiele engagement kan je dit dus bezwaarlijk noemen.

 

Maar er is meer. Er wordt ook onvoldoende rekening gehouden met de lokale conflictdynamiek, waardoor we onze – vaak goedbedoelde – pogingen om de situatie te stabiliseren baseren op verkeerde of onvolledige uitgangspunten.

 

Zo is het fout om alle veiligheidsincidenten in het noorden van Afghanistan per definitie toe te schrijven aan de Taliban. Het noorden van Afghanistan is geen traditioneel bolwerk van de Taliban, maar het is wel een regio waar verschillende lokale warlords en criminele netwerken actief zijn en ook regelmatig met elkaar in de clinch gaan. Net zoals in andere conflictsituaties elders ter wereld, teren ook zij op instabiliteit en fragiliteit om de eigen machtsbasis te verstevigen en de eigen inkomsten te verzekeren. Ze hebber er alle belang bij dat de machteloosheid van de centrale overheid blijft duren en dus ook dat de pogingen die de internationale gemeenschap onderneemt om het land te stabiliseren mislukken. Met de Taliban heeft dit veel minder te maken. Dat deze lokale machtsgroepen bovendien elk hun mannetjes hebben bij de verschillende lokale instellingen – overheid, politie, leger – waarmee de internationale gemeenschap samenwerkt, draagt evenmin bij tot realistische perspectieven op succes.

 

Dit neemt niet weg dat de invloed van de Taliban ondertussen wel toeneemt in het noorden van Afghanistan. De meest voor de hand liggende verklaring is dat een langdurige buitenlandse militaire aanwezigheid in een conservatief islamitisch land steeds verzet zal oproepen bij een deel van de lokale bevolking, en dus in de kaart zal spelen van de Taliban die zich opwerpen als de verdedigers van Afghanistan tegen de buitenlandse bezetters. Dit klopt slechts ten dele. In 2001 juichte de meerderheid van de Afghaanse bevolking de buitenlandse interventie toe, opgelucht dat hiermee een einde zou komen aan het gehate Taliban-regime. Intussen is die positieve houding wel volledig omgeslagen, vooral omwille van het uitblijven veiligheid, stabiliteit en van positieve veranderingen in de dagdagelijkse levensomstandigheden. En de Taliban weten handig gebruik te maken van deze situatie.

Een bevolkingsgroep die het bijzonder hard te verduren hebben, zijn de Pashtu – de bevolkingsgroep waaruit ook de Taliban afkomstig zijn – in het noorden van Afghanistan. De meerderheid van de Pashtu leeft in het zuiden van Afghanistan, terwijl ze in het noorden een belangrijke minderheid vormen. De VN- Vluchtelingenorganisatie schat dat na de val van de Taliban, waarmee de macht in het noorden van Afghanistan in handen kwam van etnische Tadjiken, Uzbeken en Hazara’s, minstens 1,2 miljoen etnische Pashtu uit het noorden van Afghanistan weggevlucht zijn uit vrees voor represailles en etnische zuiveringen.

 

Velen van hen trokken naar Zuid-Afghanistan waar ze sindsdien in kampen leefden. Door het aanhoudende geweld in Zuid-Afghanistan zijn ze ook daar niet veilig en velen kiezen er dan ook voor om terug te keren naar het noorden van Afghanistan. Daar worden ze nog steeds gediscrimineerd door de lokale autoriteiten en grotendeels over het hoofd gezien door de internationale hulporganisaties. Zonder werk, woning, inkomen, medische zorg of onderwijs vormen ze een gedroomd reservoir van potentiële rekruten voor de Taliban.

 

De opdracht van de internationale gemeenschap in Noord-Afghanistan is duidelijk: wees meer zorgvuldig in de selectie van lokale partners waarmee samengewerkt wordt, in het bijzonder met betrekking tot activiteiten die betrekking hebben op de hervorming en opleiding van leger en politie; en pak de discriminatie van de etnische Pashtu aan. Geen enkele vorm van buitenlandse militaire aanwezigheid zal een verschil kunnen maken zolang er met deze aspecten geen rekening gehouden wordt.

 

 

Tim Bogaert

Dienst geweldpreventie – Pax Christi Vlaanderen


Laatste aanpassing op di 07 jul 2009
Artikel 1985 keer gelezen
Share/Bookmark

Elke organisatie is volledig verantwoordelijk voor de inhoud van haar bijdrage.
Deze bijdrage is niet noodzakelijk het standpunt van 11.11.11 - Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging vzw.
Klik hier voor onze disclaimer


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell