Waar halen ngo's hun ...
Kalender: Anti-oorlo ...
Leestips water
Oorlog, uw beste bel ...
(op 13 maart vindt de 6e Vredesconferentie 'Oorlog uw beste belegging' plaats te Brussel )
Waarom zou je een oorlog stoppen als er zoveel aan te verdienen valt? Deze gedachte geeft sedert vele jaren een interessante benaderingswijze van conflicten. Je zou kunnen denken dat het 'zakelijk belang' vooral speelt in de zogenaamde nieuwe conflicten, bvb. tussen 'ongeregelde' partijen bij de binnenstatelijke conflicten. Maar het fenomeen is al zoveel ouder.
In onderzoekskringen wordt bijvoorbeeld aangenomen, dat de VS-economie na de 'grote depressie' (van de jaren 1930) niet zo zeer werd vooruit gestuwd door de New Deal van president Roosevelt, maar dat ze maar echt volop ging groeien dankzij de oorlogsproductie, eerst en vooral met leveringen op krediet aan de Britten, en later ook aan de Sovjets.
Toen we aan ons boek werkten 'Als de NAVO de passie preekt' stuitten we op bijzonder duidelijke analyses van VS-ondernemers over oorlog en winst. De baas van 'General Electric' was zo opgetogen over de economische resultaten die de oorlogssituatie (WOII) had opgeleverd, dat hij pleitte voor een permanente oorlogseconomie via een blijvende alliantie tussen het zakenleven en de krijgsmacht. Dit wordt ook als militair keynesianisme omschreven: de drijvende rol van defensie-opdrachten in de economie. Het gaat hierbij zogezegd om het creëren van werk, maar in feite draait het meer om het garanderen van de winstmogelijkheden voor bepaalde elites.
Industrie
Zo kreeg de Koude Oorlog vorm. Die oorlog was 'koud' in de rechtstreekse confrontatie tussen de twee zelfverklaarde vijanden VS en USSR, maar bracht bijzonder veel geld op voor de bewapeningsindustrie. Afscheidnemend president en ex-generaal Eisenhower vond het in 1961 zelfs nodig om de wereld te waarschuwen voor wat hij 'het militair-industrieel complex' noemde: “We zijn verplicht geworden om een omvangrijke permanente oorlogsindustrie op poten te zetten (...) Dat samengaan van een immens militair establishment en een grote wapenindustrie is een totaal nieuwe situatie voor de Verenigde Staten. We erkennen de noodzaak van die situatie, toch mogen we niet blind zijn voor de grote implicaties ervan. In de regering moeten we waakzaam zijn voor ongeoorloofde invloed, al dan niet gezocht, van het militair-industrieel complex. Het potentieel voor een desastreuze toename van misplaatste macht bestaat en zal blijven bestaan.”
In de loop van de Koude Oorlog was er een enorme stijging van de bewapening, met nieuwe bommen, nieuwe raketten met meervoudige kernkoppen, enzovoort. Deze ontwikkelingen werden niet geleid vanuit een militair-strategische aanpak. Het was de technologische ontwikkeling die de militaire strategie dicteerde. Rik Coolsaet zei het ooit zo: “Van technologie naar wapens, en van wapens naar een doctrine”.
Tot op vandaag wordt de militaire industrie gezien als een bron van technologische vernieuwing die de hele economie, of samenleving ten goede komt, denk maar aan het internet. Recente studies tonen aan dat er ook heel wat technologie uit de civiele research naar de militaire sector wordt overgedragen; de omgekeerde beweging dus. Wapens zijn ondertussen steeds meer 'wapensystemen' geworden, de vertechnologisering van het wapen maakt ook de producenten van ondersteunende elementen (zoals bijvoorbeeld beeldschermen voor vluchtcontrole) tot financiële winnaars in de oorlogsvoorbereiding en de oorlog zelf. Anderzijds vinden allerlei detailontwikkelingen uit bijvoorbeeld de 'gaming'-industrie (spelletjes voor computers) hun weg naar de wapenproductie. Civiele toepassingen en defensie-toepassingen vertrekken steeds vaker van dezelfde technologische basis en er is dus een groeiende kruisbestuiving tussen beide gebieden.
Om de 'oorlogssituatie' permanent als duwfactor voor economische activiteit te kunnen gebruiken, wordt er een meesterlijk verhaal van onveiligheid geconstrueerd. De samenleving wordt zo bereid gevonden om grote fondsen vrij te maken voor defensie. De producten van de wapenindustrie worden gretig bestudeerd en in aankoopprogramma's opgenomen door de militaire strategen. De militaire bedrijven munten uit in bijzondere overredingskracht om de gemeenschap ervan te overtuigen dat de aankoop van bepaalde wapensystemen de natie van onheil zal besparen. Het creëren van vijandbeelden en de daarbijhorende militaire doctrines, is daarbij noodzakelijk. Dat was zo tijdens de Koude Oorlog en dat is absoluut zo in de moderne oorlogsvoering. Toen het communisme 'verdween' als vijand, bleef men een tijdje hangen bij de drugsproductie, om dan in het nieuwe millennium het terrorisme als de grote vijand naar voren te schuiven. Dit vijandbeeld blijft zo ongedefinieerd dat de militaire strategen en hun industriële vrienden er elk wapen mee kunnen verantwoorden. Een sterk staaltje van scherpzinnige hebzucht.
Handel
Direct verbonden hiermee zijn de wapenhandelaars. Naast de overheden van de producerende landen, zoeken zij naar andere klanten. Er is enerzijds de legale wapenhandel, die de directe afzet omvat van een militair product en die als een gerechtvaardigde economische activiteit wordt beschouwd. De wapens worden aan zoveel mogelijk klanten verkocht om de omzet te vergroten en tevens als een soort economische risicospreiding. De meeste overheden zien eigenlijk wel in dat wapens verkopen niet hetzelfde is als bananen op de markt brengen en hebben een bepaalde vorm van regelgeving ontworpen (de een al wat strenger dan de ander). Tegelijkertijd zien we een patroon van het overtreden van de eigen regels. Het is duidelijk: economische motiveringen halen het makkelijk op ethische of zelfs politieke beperkingen.
Anderzijds is er ook de illegale wapenhandel. Maar het weze duidelijk: bijna het volledige smokkelcircuit betreft wapens die ooit als legale export de wereld zijn ingestuurd.
Heel wat (lokale) conflicten worden vandaag met zogenaamde 'lichte wapens' beslecht (handgeweren, machinegeweren, draagbare raketten, granaten, enzovoort). Veel oude lokale conflicten in Afrika bijvoorbeeld (onder meer disputen over de toegang tot water,...) werden voorheen met 'primitieve' wapens beslecht en brachten slechts een klein aantal slachtoffers met zich mee. De overvloed aan moderne wapens maakt van hetzelfde soort conflicten echte slachtpartijen. Heel wat van de 'nieuwe' conflicten binnen de grenzen van een land, draaien ook om de plaats die lokale groepen zich willen verschaffen in een gemondialiseerde economie: grondstoffen als coltan, diamant of hout worden de inzet van gewapende confrontaties. Hierbij worden ze gretig aangemoedigd door de uiteindelijke bestemmeling van de rijkdommen, die in de zoektocht naar een goedkope toelevering, weinig graten ziet in de oorsprong of productiewijze van zijn materiaal.
Contractors
Een fenomeen dat de laatste 15 jaar de kop op steekt, is de groeiende inzet van privé-'contractors' door (mijn)ondernemingen of door overheden. Onder de term 'contractors' vallen twee soorten ondernemingen, deze die militaire opdrachten uitvoeren en deze die ongewapende diensten aanbieden. Bij de grotere militaire operaties in de wereld -spontaan denken we aan Irak en Afghanistan- zijn er een hele reeks bedrijven betrokken die we gemakkelijkheidshalve groeperen onder de noemer 'logistieke steun', met als typevoorbeelden bedrijven zoals Haliburton of Bechtel. Ze leveren vertaaldiensten, transport, constructie, eten voor in de kantines, enzovoort. Het gaat hem dus om personeel dat niet tot het VS-leger behoort, maar wel taken uitvoert in opdracht en ter assistentie van het leger. Als die opdrachten militair van aard zijn, bijvoorbeeld veiligheidstaken, het opleiden van de Afghaanse troepen, enzovoort, -waarbij dus wel gewapend personeel wordt ingezet- dan spreekt men over militaire privé-ondernemingen, zoals bijvoorbeeld Blackwater (dat nu zijn naam heeft veranderd in Xe), Dyncorp, MPRI (Military Profesional Resources Incorporation), KBR (Kellogg Brown & Roots),...
Militarisering
Nieuwe tijden, heet het, vergen nieuwe antwoorden: problemen worden bedreigingen, defensie wordt veiligheid. Steeds weer wordt een militair antwoord gezocht. Dat is zowat het huidige dominante basisdenken van menig politiek leider. De plaats die de veiligheidsindustrie hierdoor verworven heeft, is kenschetsend voor de huidige ontwikkelingen. In de Unie wordt jaarlijks zo'n 200 miljoen euro gespendeerd aan het Europees Veiligheidsonderzoek. Er is ook sprake van een symbiose tussen binnenlandse en buitenlandse veiligheid. Volgens Ben Hayes van Statewatch vertrekt het om zich heen grijpende concept van 'homeland security' van het idee dat de westerse naties en de levenswijze van de westerlingen onder een nooit geziene bedreiging staan. Of het nu ziektes zijn, politiek geweld of protest, elk 'probleem' wordt als een ernstig gevaar gezien en de oplossing wordt gezocht in de verschuiving van een burgerlijke en gerechtelijke aanpak naar een militaire.
Deze nood om overal militaire antwoorden op te geven is er om de superioriteit van de westerse ondernemingen te garanderen. Sedert het eind van de Koude Oorlog is de belangrijkste bondgenoot van Europa, de Verenigde Staten, zowat constant in een oorlog verwikkeld. Het begon met de militaire operaties in Somalië, vervolgens kwam de oorlog van januari 1991 tegen Irak, die de hele jaren '90 verder duurde via de militaire controle van het embargo en de zelf ingestelde Iraakse no-fly-zones, om in 2003 uit te monden in een nieuwe grootschalige oorlog die vandaag nog altijd niet ten einde is. De oorlog in Bosnië werd in 1995 beëindigd met NAVO-bombardementen. Een nieuw culminatiepunt was de oorlog zonder VN-mandaat van de NAVO tegen Servië in 1999. Sedert 8 oktober 2001 vechten Amerikaanse en later ook NAVO-troepen tegen het 'terrorisme', verpersoonlijkt in Al Qaeda en de Taliban. De westerse economische suprematie kan niet zonder militarisering.
Georges Spriet