Onvoldoende voor een 'Pacific COP', alle ogen gericht op volgend jaar

Klimaattop Bonn: analyse 11.11.11

unfcc-cop23-welcome-ceremony-flickr

Het was al duidelijk sinds Parijs: de twee daaropvolgende jaren zouden vooral technisch worden. Een overgangsperiode naar de klimaattop in Polen in 2018. Daar moet de ambitie omhoog en moeten de afspraken over de implementatie van het Akkoord van Parijs rond zijn. Tegelijk nam kwetsbare eilandstaat Fiji het voorzitterschap op. Dat zorgde er voor dat andere hete aardappelen ook een belangrijke plaats kregen, zoals het antwoord van historische vervuilers op de schade die klimaatverandering nu al aanricht en zal aanrichten in de toekomst ('loss and damage'), voornamelijk in arme landen.

Wat in Bonn opviel, is dat de kloof tussen (vooral Afrikaanse) ontwikkelingslanden en de historische vervuilers opnieuw grote proporties aannam. Rijke landen blijven financiering beschouwen als een toegeving naar ontwikkelingslanden, een vorm van solidariteit. In de praktijk gaat het om een hefboom voor ambitie in die landen, en is financiering dus een sleutelelement in het creëren van globale samenwerking. Zo lang dat inzicht er niet komt, zullen de onderhandelingen jaar na jaar doorgaan tot laat in de nacht.

Positieve signalen binnen en buiten het proces

Ook dit jaar blokkeerde de gesprekken de laatste dag en moest tot vroeg in de ochtend onderhandeld worden. Nochtans was de impressie tijdens de eerste week van de top dat het er constructief aan toe ging.

Er werden enkele concrete beslissingen genomen. Er kwam een officiële erkenning van het belang van inheemse bevolkingsgroepen in het onderhandelingsproces, er werd een gender actieplan goedgekeurd en een werkgroep over landbouw opgericht. Dat laatste is belangrijk omdat landbouw een grote bron van broeikasgassen is, maar tegelijk van cruciaal belang is voor de wereldwijde voedselzekerheid.

Ook buiten het officiële proces zagen we positieve signalen. Zo werd er een alliantie tegen steenkool gevormd, bedoeld om in de komende maanden en jaren te groeien. Ook België stapte er in. Een belangrijk signaal naar de VS en Polen, volgende voorzitter van de klimaattop. Net buiten het conferentiecentrum maakten universiteiten, burgemeesters, bedrijven uit... de VS, verenigd onder de noemer 'We Are Still In', duidelijk dat Trump hen niet vertegenwoordigt. En in het weekend voor de klimaattop kwamen 25.000 mensen op straat in Bonn om een Duitse steenkooluitstap en globale klimaatrechtvaardigheid te vragen. 

Universiteiten, burgemeesters, en bedrijven uit de VS maken duidelijk dat Trump hen niet vertegenwoordigt en ze wél in het Akkoord Van Parijs willen blijven.

Talanoa dialoog moet ambitie opschroeven

De politieke wil die het Akkoord van Parijs mogelijk maakte, was niet helemaal afwezig in Bonn. Dat maakt de lancering van een 'Talanoa dialoog' duidelijk. Dit is een nieuwe naam voor de Facilitative Dialogue, die werd afgesproken in Parijs: een proces om voor het eerst de globale ambitie te bekijken in 2018, met als doelstelling de nationale klimaatplannen (NDC's) te updaten tegen 2020. Talanoa is een Fijiaanse traditie van gesprekken, openheid en participatie. De naamswijziging is ook tactisch: huidig voorzitter Fiji hoopt zo in de toekomst enig eigenaarschap te kunnen behouden.

Wat is hierover nu concreet beslist? De dialoog wordt opgesplitst in twee fases. Vanaf januari 2018 start een technische fase. Dit is het moment voor input van experts, wetenschappelijke rapporten en stakeholders. Ook het langverwachte rapport van het wetenschappelijk orgaan van de VN Klimaatconventie (IPCC) over het behalen van de doelstelling om de opwarming te beperken tot maximaal 1.5 °C, moet hier een belangrijke rol in krijgen. Deze fase moet uitmonden in concrete aanbevelingen, waarmee de politieke fase aan de slag kan. Dat zal gebeuren tijdens de klimaattop in Polen.

De doelstelling van de Talanoa dialoog is duidelijk: meer ambitie genereren. In die context is het belangrijk dat Nederland zich vragende partij stelde voor nieuwe, meer ambitieuze doelstellingen voor de EU. In plaatse van een vermindering van broeikasgassen van minstens 40% tegen 2030, pleit de kersverse Nederlandse regering voor een vermindering van 55%. Als de EU deze vraag serieus neemt, kan het een voortrekker zijn in het verhogen van de ambitie.

11.11.11 hoopt dat ook België zich snel in die zin uitspreekt.

'Loss and damage': tegenslag

Zoals gezegd, was Bonn een overgangstop waarop de verwachtingen voor concrete outputs laag waren.

Behalve dan op vlak van financiering voor loss and damage. Met kwetsbare eilandstaat Fiji als voorzitter was al voor het begin van de top duidelijk dat dit een hot topic zou worden. De vraag van de Minst Ontwikkelde Landen en ontwikkelingsorganisaties was duidelijk: COP23 moest concrete pistes naar voor schuiven om in de toekomst steun te bieden aan landen die te kampen krijgen met klimaatimpacts. Dat dat een dringende kwestie is, toonde het groot aantal krachtige orkanen die in het najaar van 2017 verschillende eilandstaten in de Caraïben verwoestten. 

Een dringende kwestie, maar nog altijd taboe voor veel (rijke) landen. De onwil om er over te onderhandelen was groot, de beslissing die werd genomen teleurstellend en een 'Pacific COP' onwaardig. Inspanningen om geld te mobiliseren voor loss and damage zijn doorgeschoven naar 2018, in de vorm van een 'expertdialoog'.

Het groot aantal belangrijke dossier dat al op de Poolse tafel ligt, doet vrezen dat het onderwerp opnieuw op de achtergrond zal verdwijnen. Een tegenslag voor ontwikkelingslanden, die disproportioneel hard getroffen worden door het klimaat. Die teleurstelling uitte zich in de rest van het proces.

In vele, voornamelijk arme, landen is klimaatverandering al een keiharde realiteit.

Financiering opnieuw breekpunt

Het was vooral een andere financieringskwestie die later de gemoederen verhitte: de voorspelbaarheid van de internationale klimaatfinanciering voor aanpassing en koolstofarme ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Een moeilijke discussie.

Voor ontwikkelingslanden is het cruciaal om op voorhand te weten welke financiering zal voorzien worden, wanneer en hoe ze er gebruik van zullen kunnen maken. Rijke landen willen liever niet te veel op voorhand vastleggen waar ze later op afgerekend kunnen worden.

Tot op de laatste dag hield deze kwestie de top gegijzeld. De kwestie werd doorgeschoven en moet beslecht worden op COP24.

Ook het 'Adaptation Fund' speelde een rol in de blokkage die vrijdag tot laat in de nacht doorging. De toekomst van dat fonds is een sprekend voorbeeld van de kloof tussen ontwikkelingslanden en rijke landen in de discussies. Het is belangrijk voor ontwikkelingslanden, die het gebruiken voor hun nationale plannen voor aanpassing aan de klimaatverandering.

Maar het werd opgericht onder het Kyoto-protocol, en de vraag is wat er mee zal gebeuren wanneer dat afloopt in 2020. Voor iedereen die de discussies volgt, is al sinds de vorige klimaattop in Marrakesh duidelijk dat het Adaptation Fund kan blijven bestaan onder het Akkoord van Parijs. Toch sleept een duidelijke beslissing daarover aan, omdat de rijke landen het fonds als een hefboom zien om andere dingen gedaan te krijgen van ontwikkelingslanden.

Alle ogen op COP24 en nationale implementatie

logo-cop24-Katowice-polish

De verwachtingen over de klimaattop in Katowice, Polen, volgend jaar (COP24) zijn hoog. De Talanoa dialoog moet er tot meer ambitie op korte termijn leiden, maar ook de afspraken over de implementatie van het Akkoord van Parijs ('Work Programme') moeten er afgerond worden. Het gaat dan om afspraken over de bovenvermelde voorspelbaarheid van de internationale klimaatfinanciering, maar ook over de vorm van de nationale klimaatplannen (NDC's) en criteria voor rapportering over zaken als uitstoot en financiering.

Een hele opdracht. Er werd daarom beslist om naast de gewoonlijke tussentijdse onderhandelingssessie in mei, een extra sessie te organiseren.

Ondertussen weten de landen al in grote lijnen wat ze moeten doen om hun klimaatambitie op te schroeven.

België moet al in 2018 aan de slag. Een belangrijk dossier op tafel is het Nationaal Energie- en Klimaatplan 2030. Daarin moeten de regio's en de federale regering een Belgische visie op klimaatbeleid uitwerken. Parallel zal er een interparlementair overleg lopen, dat op het einde van het jaar zal uitmonden in een resolutie over het Belgische klimaatbeleid, gestemd door alle parlementen. Een belangrijk signaal naar onze ministers dat de parlementen ook van hen samenwerking verwachten.

België moet ook zijn verantwoordelijkheid nemen in het dossier van de internationale klimaatfinanciering. De huidige inspanningen zijn te laag, zowel op internationaal als op Belgisch vlak.

Dat heeft ook de Franse president Macron begrepen. Op 12 december, de tweede verjaardag van het Akoord van Parijs, organiseert hij de 'One Planet Summit'. Deze top schijnt licht op het belang van klimaatfinanciering en mikt op concrete, nieuwe engagementen.

11.11.11 verwacht daar ook van België een bijkomende engagement.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

11.11.11 DOOR:

Lees ook

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels