België weigert verantwoording af te leggen voor semi-geheime oorlog in Irak/Syrië

België scoort op het vlak van transparantie slechter dan Bahrein of Saoedi-Arabië

België blijft één van de minst transparante leden van de internationale Coalitie tegen IS. Na Nederland en Jordanië is België het land dat het minste informatie geeft over de uitgevoerde luchtaanvallen in Irak en Syrië en mogelijke burgerdoden. Dat blijkt uit nieuw onderzoek door het onderzoekscollectief Airwars naar transparantie binnen de Internationale Coalitie tegen IS. Het Belgische luik van dit rapport werd op 13 februari 2017 voorgesteld bij 11.11.11.

De Internationale Coalitie maakte volgens Airwars sinds augustus 2014 minstens 2.358 burgerdoden en gebruikte 65.731 bommen en raketten in Irak en Syrië. Enkel de Verenigde Staten erkenden verantwoordelijkheid voor 199 burgerslachtoffers, terwijl alle andere bondgenoten uit de Coalitie -waaronder België- 0 (nul!) burgerslachtoffers erkennen.

Hotspot Mosoel

Uit de enige publiek beschikbare informatie van het Ministerie van Defensie moet blijken dat België tot 30 september 2016 minstens 161 luchtaanvallen uitvoerde. 83 procent van deze aanvallen vond plaats rond Mosoel, een erg dichtbevolkte "hotspot" van gerapporteerde burgerslachtoffers. Het totale gebrek aan Belgische transparantie maakt het echter onmogelijk om uit te maken of de Belgische luchtmacht verantwoordelijk is voor een deel van de burgerdoden door de Internationale Coalitie.

Airwars heeft het over een 'ongekende claim' en stelt dat België een 'semi-geheime en over het algemeen niet-transparante oorlog' blijft voeren.

De bewering dat buiten de VS geen enkele bondgenoot burgerslachtoffers maakt, lijkt alleszins ongeloofwaardig. Uit officiële Amerikaanse en VN-data over luchtaanvallen in Afghanistan, Pakistan en Jemen blijkt dat gemiddeld één burger wordt gedood per zeven tot tien luchtaanvallen.

Airwars heeft het dan ook over een 'ongekende claim' en stelt dat België een 'semi-geheime en over het algemeen niet-transparante oorlog' blijft voeren. Defensie verklaarde recent aan Vredesactie, dat een aantal documenten opvroeg via de wet op openbaarheid van bestuur, dat er 'geen documenten beschikbaar zijn betreffende slachtoffers van Belgische aanslagen gezien het feit dat er nog geen "collateral damage" heeft plaatsgevonden'. Een vreemde bewering, want Defensie kan logischerwijs enkel vaststellen dat het geen burgerslachtoffers maakt nadat het dit grondig onderzocht heeft. Als Defensie beweert dat er geen documenten bestaan over de controle op burgerslachtoffers, hoe kan het dan met 100 procent zekerheid weten dat het geen burgerslachtoffers maakte?

Het vermijden van burgerslachtoffers is ook vanuit militair-strategisch belang essentieel. Burgerslachtoffers ondermijnen verder de legitimiteit en het lokale draagvlak van de Internationale Coalitie en spelen de IS-propaganda in de kaart.

Strategisch belang

De geheime sfeer waarin de Belgische militaire missie baadt, doet het ergste vermoeden over mogelijke burgerslachtoffers. Het vermijden van dergelijke burgerslachtoffers is nochtans ook vanuit militair-strategisch belang essentieel. Burgerslachtoffers ondermijnen verder de legitimiteit en het lokale draagvlak van de Internationale Coalitie en spelen de IS-propaganda in de kaart. Het vermijden van burgerslachtoffers is daarom van vitaal strategisch belang om IS en andere terreurgroepen duurzaam te verslagen.

Defensie roept redenen van "nationale veiligheid" in om de gebrekkige transparantie te verantwoorden, hoewel verschillende bondgenoten uit de internationale Coalitie (Canada, de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk, ...) beduidend beter scoren op het vlak van transparantie zonder daarbij hun militairen in gevaar te brengen.

Waar onze acties juist plaatsvinden, daarvan ligt de Belgische bevolking niet wakker. Ik heb daar nog nooit één e-mail over gekregen.Woordvoerder Minister van Defensie

Nood aan publiek debat

Defensie blijft echter weigeren om meer informatie te geven en actiever samen te werken met organisaties als Airwars. Dit terwijl deze laatste wél een constructieve dialoog heeft met bijvoorbeeld het Amerikaanse leger. De woordvoerder van Minister van Defensie Vandeput verklaart echter dat de Belgische publieke opinie niet wakker ligt van transparantie want dat 'ze daar nog nooit een email over ontvangen heeft', terwijl de Belgische majoor-generaal Vansina stelt dat 'het niet in de aard van het Belgische volk ligt om de data over deze oorlog elke dag te checken'.

Onderteken de oproep van Vredesactie aan Defensie: "Ik wil meer informatie over onze militaire interventies"

11.11.11 roept Defensie op om onmiddellijk transparanter te rapporteren over de Belgische inzet in Irak en Syrië, naar het voorbeeld van landen als Canada, de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. Een groter publiek en politiek debat over transparantie, burgerslachtoffers en verantwoording is dringend nodig.

11.11.11 steunt daarom ook de mailingactie van Vredesactie, die Defensie verzoekt om onmiddellijk grotere transparantie aan de dag te leggen. 

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels