CETA-handelsakkoord met Canada: 11.11.11 tevreden met beslissing om naar Europees Hof van Justitie te stappen

EU-vrouwe-justitia

Het federale overlegcomité heeft groen licht gegeven aan buitenlandminister Didier Reynders om het Europees Hof van Justitie (EHJ) de wettelijkheid te laten onderzoeken van het handelsakkoord met Canada (CETA). Dat is goed nieuws.

11.11.11 vraagt meteen dat de Belgische en Vlaamse regeringen en parlementen de uitspraak van het Hof afwachten vooraleer verdere stappen te zetten met de ratificering van CETA.

11.11.11 wijst samen met andere middenveldorganisaties als sinds 2015 op de negatieve effecten van CETA, meer specifiek op de gevaren van de geschillenregeling tussen privé-investeerders en de staten. Die regeling zou Canadese en Amerikaanse investeerders in Europa bijzondere rechten geven.

In oktober vorig jaar weigerde Waalse minister-president Paul Magnette om CETA goed te keuren als er niet eerst aan een aantal voorwaarde voldaan werd. Een onderzoek door het EHJ was daar een onderdeel van. Magnette volgde daarmee een resolutie van het Waals parlement die op haar beurt het resultaat was van drukking vanuit het middenveld.

Alle parlementen van de EU lidstaten moeten zich over CETA uitspreken

Ondertussen is CETA getekend en goedgekeurd door het Europese parlement. Op 21 september 2017 zal het akkoord daardoor al voor het grootste gedeelte worden uitgevoerd. Maar niet de investeerder-staat geschillenregeling. Het EHJ heeft zich daarover in mei van dit jaar al uitgesproken : buitenlandse investeringen zijn een gedeelde bevoegdheid tussen de EU en de lidstaten. Daarom moet CETA ook nog door alle parlementen van de lidstaten worden goedgekeurd. In België alleen al zijn er dat zes.

Federale en Vlaamse regering spannen kar voor het paard

De federale en Vlaamse regering hebben in juni een voorontwerp van wet of decreet goedgekeurd om die ratificatie in gang te zetten. 11.11.11 vraagt dat deze procedures worden bevroren tot het Hof zijn uitspraak gedaan heeft. Het zou niet erg consequent zijn om een procedure te starten bij het Europees Hof en tegelijk CETA al ter stemming voor te leggen.

11.11.11 vraagt ook aan het Vlaamse en federale parlement om CETA verder grondig te onderzoeken en er een reeks hoorzitting aan te wijden met experten en vertegenwoordigers van het middenveld. Hoewel dit niet de gewoonte is in ons land, is dit een essentiële stap. Het risico bestaat dat internationale verdragen worden goedgekeurd zonder dat volledige inhoud en draagwijdte voldoende duidelijk zijn. Gezien de enorme impact van dergelijke verdragen op onze democratische besluitvorming is stemming zonder onderzoek en debat, geen goed idee. Daarom zal 11.11.11 oproepen om tegen CETA te stemmen.

De Europese handelssneltrein moet stoppen

11.11.11 wijst er ook op dat er nog meer soortgelijke akkoorden als CETA in de pijplijn zitten tussen de EU en landen als Japan, Singapore, Vietnam, Mexico, de Zuid-Amerikaanse douane-unie Mercosur, Chili, Australië en Nieuw-Zeeland. Tegelijk onderneemt de EU ook stappen om een mondiale investeerder-staat geschillenregeling op de rails te krijgen die het bijzonder privilege van buitenlandse investeerders om financiële compensaties te eisen voor algemene beleidsmaatregelen versterkt.

Het Europese handelsbeleid is een sneltrein die almaar door raast zonder dat burgers en nationale parlementen er greep op hebben. Deze trein moet stoppen voor een grondige juridische inspectie en (democratische) controle.


Waarom CETA in strijd is met de EU verdragen

De Europese Verdragen vestigen een eigen Europese rechtsorde, met aan het hoofd het Europese Hof van Justitie. Enkel Europese rechtbanken kunnen oordelen over klachten tegen Europese regelgeving en beleidsdaden en over eisen tot schadevergoedingen. Alleen zij kunnen beslissen wie dan de verantwoordelijke is, de EU of de lidstaten.

De investeerder-staat geschillenregeling in CETA lijkt deze rechtsorde te ondermijnen door buitenlandse investeerders het recht te geven om aan te kloppen bij arbitragetribunalen buiten de EU om financiële compensaties te vragen voor beleidsmaatregelen van de EU of haar lidstaten.

Vermits de Europese Verdragen eisen dat alle internationale akkoorden van de EU in overeenstemming moeten zijn de Europese Verdragen, riskeert CETA onwettig te zijn. Maar alleen het Europese Hof van Justitie kan daar uitsluitsel over geven en alleen als de Europese Commissie, het Europese Parlement, de Raad of de lidstaten dat vragen. Tot nu toe wilde of durfde niemand deze vraag stellen. Onder druk van het middenveld is de vraag nu toch gesteld.

Als het Hof inderdaad beslist dat CETA in tegenstrijd is met de Europese Verdragen dan is het ongeldig en moet het opnieuw onderhandeld worden. De uitspraak geldt voor alle Europese handelsovereenkomsten met ISDS, dus ook EU-Singapore en EU-Vietnam die nog moeten goedgekeurd worden.

Het onderzoek van CETA door het Hof zal verscheidene maanden in beslag nemen.

Marc Maes
Beleidsmedewerker handelsbeleid

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels