Gezocht: regering met respect voor mensenrechten

Op 11 januari 2018 vindt in de Kamer van Volksvertegenwoordigers een debat plaats over de samenwerking van België met Soedan. De vrees van enkele ngo's over de gevolgen van deze samenwerking is jammer genoeg terecht gebleken. Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Amnesty International, 11.11.11 en de Liga voor Mensenrechten eisen dan ook dat de regering haar verantwoordelijkheid opneemt. 

Het risico op foltering

Artikel 3 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens, het verbod op foltering en onmenselijke en vernederende behandeling, is een absoluut recht. Het is altijd van toepassing, uitzonderingen zijn niet toegestaan. Het speelt een sleutelrol in het terugkeerbeleid. Een overheid mag dus nooit iemand terugsturen naar een land waar die persoon een reëel risico loopt op foltering of andere mishandeling. Of iemand asiel aanvraagt, is daarbij niet van belang. Of effectief foltering of mishandeling plaatsvindt, evenmin. Iemand aan de mogelijkheid blootstellen, volstaat om het folterverbod te schenden.

Dat veronderstelt een grondig onderzoek naar het risico op foltering bij terugkeer. De overheid moet dus uitsluiten dat er een reëel risico op foltering bestaat. Het is niet aan de betrokkene om aan te tonen dat hij bij terugkeer gefolterd zal worden. Volgens het Europees Hof voor de Rechten van de Mens hebben de nationale autoriteiten de plicht om uit eigen beweging alle beschikbare informatie te beoordelen vooraleer een beslissing te nemen over een uitwijzing. Die informatie kan bestaan uit internationale rapporten en getuigenissen.

Grondiger onderzoek

Ondanks vele debatten daarover in het Federaal Parlement is het nog steeds niet duidelijk hoe het onderzoek naar eventuele mensenrechtenschendingen in een land als Soedan dan gebeurt. Zo stelde de staatssecretaris dat mensen asiel zouden moeten aanvragen, willen zij een risico op foltering uitsluiten. De directeur-generaal van de Dienst Vreemdelingenzaken, daarentegen, verklaarde dat de Dienst Vreemdelingenzaken die toetsing altijd uitvoert bij uitwijzingen, zij het summier.

Wij betwijfelen ernstig dat zo'n summier onderzoek voldoende waarborgen biedt. Er waren in dit geval immers verschillende bronnen beschikbaar die wezen op het reële risico op foltering, waaronder getuigenissen in internationale rapporten. Bovendien beschikt de staatssecretaris sinds eind oktober over informatie van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen, die eveneens bevestigt dat Soedanezen afkomstig uit bepaalde regio's een reëel risico lopen op foltering. De overheid had dus een grondiger onderzoek kunnen en moeten voeren naar het profiel van de aangehouden Soedanezen.

Toezicht op missie

De getuigenissen over gefolterde of mishandelde Soedanezen die eind december in de media verschenen, baren ons ernstige zorgen. De overheid voerde in haar dossiers geen grondig onderzoek en kwam daardoor haar internationale verplichtingen niet na. Bovendien stelde onze overheid met de identificatiemissies Soedanese mensen bloot aan hun overheid, hun potentiële vervolgers. De staatssecretaris gaf in het parlement toe dat er wel een ambtenaar van de Dienst Vreemdelingenzaken aanwezig was bij die identificatie, maar dat hij – bij gebrek aan een tolk – niet kon verstaan wat er werd gezegd. De overheid stelt mensen bloot aan een regime dat bekendstaat om zijn totale gebrek aan respect voor de mensenrechten, maar neemt niet de nodige maatregelen om adequaat te kunnen toezien op die identificatiemissie. Dat is een ernstig falen.

Onze eisen

Wij zijn tevreden dat alle repatriëringen naar Soedan voorlopig geschorst zijn. Maar daar mag het niet bij blijven. Wij eisen dat onze regering en de staatssecretaris voor Asiel en Migratie Theo Francken hun verantwoordelijkheid opnemen en de fundamenten van onze rechtsstaat respecteren.

Daarom vragen wij dat onze regering:

  • uiterste voorzichtigheid aan de dag legt bij samenwerking met autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor ernstige mensenrechtenschendingen en de nodige controle behoudt over een eventuele samenwerking;
  • in het geval van uitwijzing - ook buiten de asielprocedure - plaatsmaakt voor een grondige toetsing van de regionale context aan de fundamentele mensenrechten;
  • alle mensen in administratieve detentie die momenteel niet kunnen worden verwijderd, vrijlaat. Een persoon die niet kan worden teruggestuurd mag volgens het internationaal recht niet opgesloten blijven.
11.11.11 DOOR:

Ondertekenaars

  • Vluchtelingenwerk Vlaanderen
  • Amnesty International
  • 11.11.11
  • Liga voor Mensenrechten

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels