Minder doden op zee, meer in de woestijn

640px uitgesnedenOK IOM Djitaba Keita met kids 1 opinie bogdan libie keoma zec

Het verhaal dat Libische milities migranten met geweld tegenhouden, illustreert hoe Europa steeds meer de mensenrechten onder de mat veegt in het kader van zijn migratiebeleid. Er vallen dan wel minder doden op de Middellandse Zee, maar in de woestijn en in de detentiecentra zijn de migranten erger af dan ooit. 

De cijfers zijn spectaculair. Het aantal aankomsten in Italië ligt deze zomer 80% lager in vergelijking met vorig jaar.  Daar kan – op het eerste zicht - niemand  tegen zijn. Vanuit een Europees  perspectief lijkt het inderdaad een cleane oplossing. Achter de cijfers tekent zich - soms ver - buiten Europa echter een very dirty keerzijde af. Misschien zorgt de huidige aanpak op korte termijn wel voor minder doden op de Middellandse Zee, in de woestijn en in detentiecentra zijn migranten erger af dan ooit. 

Duistere zijde

De Europese samenwerking met één van de Libische regeringen past  in een veel breder plaatje. Het Europese migratiebeleid wordt steeds meer uitbesteed aan derde landen. Hierdoor hoopt de EU onder haar internationale verplichtingen uit te komen. De Europese verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen valt bovendien gemakkelijker te ontlopen in landen ver weg, buiten het zicht van eigen bevolking, kritische ngo’s en media. De steun - onder andere met ontwikkelingsgeld - die de EU bijvoorbeeld geeft aan de schietgrage Libische kustwacht laat toe om te doen wat geen van de lidstaten ooit zou kunnen doen zonder het internationaal recht te overtreden. We hebben het over schieten op reddingsboten en achtervolgen van NGO-boten in internationale wateren. De flagrante schendingen van de rechten van migranten in Libische detentiecentra werden   door de VN uitvoerig gedocumenteerd. Maar ook in andere landen wordt de duistere zijde van het Europese beleid zichtbaar.

Europa pompte de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s in externe grensbewaking en te veel energie in deals met dubieuze regimes.

Minder doden op zee, meer in de woestijn

Begin deze zomer brachten we in een onderzoek aan het licht hoe de EU in Niger grenswachters ondersteunt met ontwikkelingsgeld. Ze zorgen ervoor dat duizenden mensen veel gevaarlijker routes nemen met honderden doden in de woestijn tot gevolg. Vandaag passeren 6.000 migranten per maand langs de gevaarlijke grens met Tsjaad. Er duiken    steeds meer berichten op over migranten die omkomen van honger en dorst nadat ze door smokkelaars worden achtergelaten in de woestijn uit vrees voor controles. Ook in Burkina Faso, Tsjaad, Mali, Mauritania en Senegal ondersteunt de EU met ontwikkelingsgeld lokale veiligheidsdiensten om migratie op het terrein te bestrijden.

Daarnaast zijn Marokko, Egypte en Soedan cruciale partners in het Europese migratiebeleid. Ook in Marokko - van waar de laatste maanden een record aantal mensen de oversteek naar Spanje wagen - brachten organisaties als Human Rights Watch grootschalige mensenrechtenschendingen van migranten aan het licht. Bovendien gebruikt de Marokkaanse regering de vluchtelingenkwestie als  chantagemiddel om andere zaken van Europa af te dwingen. De Marokkaanse minister van Landbouw dreigde ermee de grenzen naar Europa te openen als Europa niet toe zou geven in een handelsgeschil over producten uit de Westelijke Sahara. Gelijkaardige dreigementen horen we al veel langer van Erdogan bij kritiek op de mensenrechtensituatie in Turkije en van het regime in Soedan, waar Europa terug aan tafel zit met dictator Bashir die door het Internationaal Strafhof gezocht wordt voor genocide.

Langs de andere kant van de Middellandse Zee, zorgde de Turkijedeal ervoor dat de instroom al langer ‘onder controle’ werd gebracht. Maar ook daar is er een donkere keerzijde. De organisatie Refugees International bracht vorige week een ontnuchterend rapport uit over de mensonterende situatie van vluchtelingen op de Griekse eilanden, meer dan een jaar na het afsluiten van de Deal.  

Ondertussen in Europa

Het Europese spreidingsplan, dat de druk op Italië en Griekenland moet verlichten door de opvang van asielzoekers te spreiden over de verschillende lidstaten, blijft een grote mislukking.  Bijna twee jaar na de lancering is minder dan 30% van de beloofde opvangplaatsen ingevuld. Als we vergelijken met het oorspronkelijke streefcijfer van 160.000 mensen is dat slechts 16%.  De huidige situatie is in deze landen onhoudbaar geworden.  De hoge drempel van 75% erkenningskans die de EU hanteert zorgt ervoor dat zelfs mensen uit Afghanistan en Irak niet in aanmerking komen voor hervestiging. Op die manier  zal de druk op Italië en Griekenland nauwelijks  verminderen. De Italiaanse Minister van Buitenlandse Zaken heeft dan ook gelijk als hij zegt dat Europa zijn land in de steek laat. Het praat de dubieuze samenwerking van Italië met Libië en hun pestgedrag ten aanzien van ngo’s niet goed. Maar het verklaart gedeeltelijk waarom Europa haar migratiebeleid steeds meer uitbesteedt. Daarbij worden ontwikkelingsbudgetten soms onterecht ingezet en schuiven mensenrechten steeds verder onder de mat. Europa pompte de afgelopen jaren honderden miljoenen euro’s in externe grensbewaking en te veel energie in deals met dubieuze regimes. Hoog tijd om meer te investeren in perspectief voor mensen ter plekke. Want daarover horen we bijzonder weinig.

Bogdan Vanden Berghe, directeur 11.11.11

Deze bijdrage verscheen als opinie in De Standaard op 24 augustus 2017

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels