Niet de beslissing van Trump maar de onderhandelingen in Bonn bepalen het klimaat

bonn-climate-talks-may-2017

Terwijl de media focussen op de vraag of president Trump al dan niet het Akkoord van Parijs zal honoreren, lopen er in het Duitse Bonn deze en volgende week belangrijke tussentijdse onderhandelingen over de inhoud ervan.

Of de VS het akkoord verlaten of niet is een belangrijke vraag maar voor de meest kwetsbare landen niet de belangrijkste kwestie. Want of de wereld 1,5°C of 3°C zal opwarmen, of kleine eilandstaten zullen overleven of verdrinken, of humanitaire crisissen zoals de huidige in Oost-Afrika en Nigeria zullen blijven toenemen net als het aantal klimaatvluchtelingen en vooral: of ontwikkelingslanden dat allemaal de baas zullen kunnen, is niet afhankelijk van de beslissing van één land. Veel bepalender zijn de lopende onderhandelingen.

Openstaande vragen

Het Akkoord van Parijs legde in 2015 vast wat de globale respons moet zijn op het klimaatprobleem. Nu bepalen de landen hoe ze die zullen bieden. Het Paris Rulebook daarover moet af zijn tegen de klimaattop in 2018 (COP24).

Op heel wat vragen moeten tegen dan antwoord komen. Wanneer en hoe zullen de nationale plannen een eerste keer worden geüpdatet? Hoe zullen landen communiceren over hun inspanningen? Op welke manier krijgen nieuwe marktmechanismen, zoals de aankoop van 'schone lucht' in andere landen, al dan niet een plaats? Wat is de rol van landbouw en voedsel in het behalen van de doelstellingen? Het antwoord op deze (en heel wat andere) vragen zal de toekomst bepalen. Het belang van de tussentijdse onderhandelingen in Bonn is groot.

In 2018 staat ook een Facilitative Dialogue (FD2018) op de agenda. Daar wordt voor een eerste keer sinds het Akkoord van Parijs een globale stand van zaken opgesteld. En dat is nodig, want de huidige plannen op tafel zijn onvoldoende. Een rapport van het VN klimaatverdrag concludeerde dat die ons nog op een traject van 3°C à 3,5°C opwarming zetten. Wat met de plannen wordt gedaan tijdens en na de FD2018, is nog een open vraag. Voor ons is dat duidelijk: nog voor 2020 moet de ambitie omhoog. Dat betekent dat ook financiering op de agenda van de FD2018 moet staan. Meer middelen garanderen immers meer mogelijkheden voor ontwikkelingslanden.

Kwetsbare landen prioriteit voor voorzitter Fiji

Fiji, inkomende voorzitter van de volgende klimaattop, maakt zich ondertussen op voor cycloon Ella die het eiland razendsnel nadert. Fiji is de eerste kleine eilandstaat ooit om voorzitter te zijn van de klimaatonderhandelingen. Als kwetsbare eilandstaat legt ze de focus waar ze moet liggen: het belang van aanpassing aan klimaatverandering, meer ambitie en financiering voor ontwikkelingslanden.

Ook belangrijke afspraken over financiering voor ontwikkelingslanden moeten in 2018 immers rond zijn. Want ook daar geldt dat de belangrijkste kwestie niet is dat de VS hun openstaande belofte van 2 miljard dollar voor het Green Climate Fund zullen schrappen. Het is natuurlijk een tegenvaller, maar de garantie dat het geld dat wél wordt gegeven goed terechtkomt - en niet snijdt in budgetten voor andere ontwikkelingsnoden - is nog belangrijker. In plaats van nieuw geld te geven, gebruiken de meeste landen immers hun (dalende) ontwikkelingsbudgetten voor klimaatuitdagingen. Het gebrek aan afspraken daarover heeft die landen al veel meer dan 2 miljard dollar doen mislopen.

Fiji wacht een belangrijke taak. Het jaar 2018 wordt bepalend voor het klimaat en de aanloop daarvoor moet in 2017 genomen worden. Bij de vorige klimaattop in Marrakesh moest de startknop nog omgedraaid worden. Fiji moet garanderen dat in Bonn, nu en eind dit jaar, een versnelling hoger wordt geschakeld. Het voorzitterschap heeft natuurlijk niet alles in handen, Europa en dus ook België moeten het voortouw nemen in het verhogen van ambitie. Maar als kwetsbare eilandstaat heeft Fiji alvast de morele autoriteit om dat van de internationale gemeenschap af te dwingen.

Lien Vandamme
Beleidsmedewerker Klimaat

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels