Paradise Papers: bewijst het fiscale 'ancien régime' zijn failliet?

tax-havens-airflight

Het parlementaire onderzoek naar de Panama Papers en grootschalige fiscale fraude is nog maar net afgerond of een nieuw schandaal dient zich aan. Via een datalek van een toonaangevend advocatenkantoor op Bermuda kregen journalisten inzage in meer dan 13 miljoen documenten. Nogmaals maken die 'Paradise Papers' duidelijk hoe multinationals en vermogende individuen, zoals de Britse koningin, popzanger Bono en Formule 1-piloot Lewis Hamilton, erin slagen miljarden aan belastingen te ontwijken. Ook de Belgische overheid blijkt, via de Belgische Maatschappij voor Internationale Investeringen, betrokken.

'Alles gebeurt in overeenstemming met de lokaal geldende wetgeving', luidt de reactie steevast op nieuwe onthullingen. En net daar wringt het schoentje. De vernoemde bedrijven en individuen zijn niet de rotte appels in de mand. De mand zelf is tot op de draad versleten.

De vernoemde bedrijven en individuen zijn niet de rotte appels in de mand. De mand zelf is tot op de draad versleten.

Misschien eerst even de cijfers op een rijtje, want de Paradise Papers leggen eigenlijk slechts een topje van de ijsberg bloot.

De verhalen die deze week naar buiten kwamen gaan over – met een technische term – 'basiserosie en winstverschuiving'. Belastingen worden betaald op winsten. De kunst bestaat er dus in je winsten te verschuiven naar locaties – belastingparadijzen – waar die niet of weinig worden belast. Bermuda is zo'n locatie waar het tarief op bedrijfswinsten 0% bedraagt. Op die manier wordt de basis – het bedrag waarop belastingen worden geheven – helemaal uitgehold of 'geërodeerd' in 'normale' landen waar winst wel belast wordt.

Volgens het IMF gaat er jaarlijks 600 miljard dollar verloren door belastingontwijking. Een conservatieve schatting van de OESO situeert het verlies aan inkomsten voor de lidstaten tussen 100 en 240 miljard dollar per jaar, goed voor 10% van de ontvangsten uit de vennootschapsbelasting.

Motor voor ongelijkheid

Uit de cijfers blijkt ook dat belastingparadijzen een motor voor ongelijkheid vormen.

Enerzijds blijft belastingontwijking sterk beperkt tot een absolute toplaag van de samenleving. Ongeveer de helft van het vermogen in belastingparadijzen is afkomstig van gezinnen die meer dan 50 miljoen dollar bezitten, blijkt uit wetenschappelijke analyses van eerdere datalekken als Swissleaks en Panama Papers. Die ongelijkheid zien we ook geografisch. Fiscale mogelijkheden worden in ontwikkelingslanden nog meer dan elders bepaald door multinationals.

Voorzichtige schattingen van het IMF tonen dat het verlies van belastinginkomsten voor ontwikkelingslanden tot 1,75% van het bnp bedraagt. Dat is relatief gesproken 3x meer dan in ontwikkelde economieën.

De fiscale globalisering treft ontwikkelingslanden dus veel harder. De VN schat dat belastingontwijking door bedrijven elk jaar minstens 100 miljard dollar kost aan ontwikkelingslanden. Voorzichtige schattingen van het IMF tonen dat het verlies van belastinginkomsten voor ontwikkelingslanden tot 1,75% van het bnp bedraagt. Dat is – relatief gesproken – drie maal meer dan in ontwikkelde economieën.

Dat zijn schokkende cijfers. Maar waarover moeten we het meest verontwaardigd zijn: over het feit dat individuele bedrijven of vermogende celebrities de spelregels in hun voordeel kunnen toepassen of dat de spelregels dat enorm maatschappelijk verlies überhaupt toelaten.

Een verklaring die je vaak hoort waarom de regels zijn wat ze zijn is dat je nu eenmaal een accomoderend beleid nodig om investeringen aan te trekken. Bedrijven dragen immers meer bij via nieuwe investeringen en werkgelegenheid dan via belastingen. En omdat elk land individueel in een strijd verwikkeld is om diezelfde investeringen, staan landen met fiscale messen tegenover elkaar.

Of dat argument ook steek houdt is nog een andere vraag. Uit onderzoek, onder meer van de OESO, blijkt heel wat andere factoren vaak een belangrijkere rol spelen in het aantrekken van investeringen: rechtszekerheid, infrastructuur of opleidingsniveau en gezondheid. Allemaal zaken gefinancierd met belastinggeld.

Paradigmaverschuiving

Het enige antwoord op dat fiscaal messentrekken is een internationale aanpak. Free rider-problemen en een race to the bottom kan je maar oplossen door samen te werken. De laatste jaren zijn stappen gezet in die richting.

De OESO – de club van rijkste landen – werkte aan een uitgebreid programma op 'winstverschuiving en basiserosie' aan te pakken. Zelf spreekt de OESO graag van een 'paradigmashift' die fiscale planning naar de marge zou terugdringen. Een paradigmaverschuiving is het niet geworden, daarvoor is het plan te vrijblijvend. De OESO-richtlijnen hebben immers geen kracht van wet, maar schuiven 'minimale standaarden' naar voor. Natuurlijk is de druk op individuele landen groot om daar werk van te maken, maar een verplichting of sancties voor leerlingen die slecht luisteren zijn er niet. De Paradise Papers hebben alvast de verdienste dat sancties tegen niet meewerkende jurisdicties wel op de agenda staan.

Ook in Europa lijkt sinds kort een andere wind te waaien, al is het tot nog toe eerder een zacht briesje. Er kwam een 'anti-ontwijkingsrichtlijn' en het debat wordt gevoerd over een 'common consolidated corporate tax base' (CCCTB) waarbij één geconsolideerde belastingbasis wordt bepaald voor Europese multinationals. Op die manier is op zijn minst duidelijk op welke basis belastingen moeten geheven worden en staat het landen vrij daar mee te doen wat ze willen. Maar over dat soort zaken moeten alle lidstaten het eens zijn, en dat blijkt moeilijk. Een eerste voorstel voor zo'n Europese vennootschapsbelasting werd teruggetrokken wegens 'te ambitieus'. Intussen heeft de Europese Commissie een nieuw voorstel gelanceerd zonder harmonisering van nationale bedrijfsbelastingen.

Als we de internationale fiscaliteit echt in een andere baan willen duwen, moeten verantwoordelijke leiders streven naar een wereldwijd akkoord om een einde te maken aan financiële geheimhouding en belastingmisbruik.

Fiscale concurrentie als fundament van een fiscaal 'ancien régime' blijft dus - ook in Europa - overeind. Als we die internationale fiscaliteit echt in een andere baan willen duwen, de motor van ongelijkheid willen doen sputteren dringt een paradigmaverandering zich op en moet het systeem gebaseerd op fiscale competitie herdacht worden ten voordele van fiscale samenwerking. Net zoals de wereldgemeenschap in Parijs in 2015 overeen kwam dat de aarde niet meer dan 1,5 graden mag opwarmen, moeten verantwoordelijke leiders streven naar een wereldwijd akkoord om een einde te maken aan financiële geheimhouding en belastingmisbruik. Zo niet valt er morgen of overmorgen alweer een rotte appel door de mand.

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels