Partners van 11.11.11 wereldwijd onder druk

Protestactie van Fundacion Pachamama tegen de poging van de Ecuadoriaanse overheid om de organisatie het zwijgen op te leggen.

In alle landen waar 11.11.11 actief is staat de relatie tussen staat en civiele maatschappij onder druk. Volgens de organisaties Freedom House en Civicus is dit een wereldwijde trend. Ondanks de grote afstand en verschillen tussen pakweg Ecuador, Rwanda en Indonesië, zijn er tal van parallellen te trekken in de manier waarop de verschillende overheden kritische stemmen de mond proberen te snoeren.

11.11.11 is erg verontrust. Het middenveld speelt een cruciale rol in de strijd voor duurzame ontwikkeling en voor respect voor mensenrechten.

Augustus 2015. De Boliviaanse president Evo Morales fulmineert tegen vier ngo's die de nieuwe regeringsplannen voor uitbreiding van de exploratie van gas en petroleum aanklagen. "Zekunnen maar beter met hun werking stoppen", aldus Morales. Vice-president, Álvaro García Linera, vindt het ongeoorloofd dat deze ngo's "partijgebonden politieke activiteiten financieren in het land".

Eerder al werd de wetgeving op ngo's aangepast. Morales: "De regering is al een regering van het volk, kritische stemmen zijn dus niet nodig". Een maand later roept dezelfde regering op om de buitenlandse financiering van de ngo Fundación Jubileo te onderzoeken. 38 andere organisaties worden onwettig verklaard en administratief aangepakt.

Dezelfde maand, aan de andere kant van de Atlantische Oceaan, legt de Burundese president Nkurunziza voor de derde keer de eed af, na gecontesteerde verkiezingen en in een sfeer van diepe politieke crisis. In zijn speech richt hij zich tot de ngo's, die zich sterk hadden verzet tegen een derde mandaat: "We vragen aan de organisaties van het middenveld om zich niet in politieke zaken te mengen en zich te onthouden van handelingen of uitspraken die aanzetten tot verdeeldheid, onlusten of moordpartijen, zoals tijdens de recente opstanden het geval was. Hou jullie eerder bezig met het welzijn van de bevolking door ontwikkelingsacties te ondersteunen".

Tegelijk kondigde hij een herziening van de wet op ngo's aan "om de wanorde uit het verleden te vermijden". In november werden verschillende middenveldorganisaties, waaronder 11.11.11 partners FOCODE en PARCEM, voorlopig geschorst. De rekeningen werden bevroren en de verantwoordelijken onderworpen aan een onderzoek.

In de vroege ochtend van 1 september wordt Emerito Samarca, directeur van ALCADEV, samen met twee medestanders brutaal vermoord in de Filipijnen. Alcadev is een partnerorganisatie van Solidagro, een Belgische ngo en lid van 11.11.11. De organisatie zorgt voor scholing van inheemse jongeren uit de Caraga-regio. Vermoed wordt dat een paramilitaire groep achter deze moord zit. Het motief: de mondigheid van de jongeren tegen mijnbouwprojecten in hun streek.

In alle landen waar 11.11.11 actief is staat de relatie tussen staat en civiele maatschappij onder druk.

Relatie onder druk

De aanvallen tegen het middenveld beperken zich niet tot Bolivia, Burundi of de Filipijnen. In alle landen waar 11.11.11 actief is staat de relatie tussen staat en civiele maatschappij onder druk. Volgens de organisaties Freedom House en Civicus wordt de handelingsruimte voor het middenveld kleiner. Ondanks de grote afstand en verschillen tussen pakweg Ecuador, Rwanda en Indonesië, zijn er tal van parallellen te trekken in de manier waarop de verschillende overheden kritische stemmen de mond proberen te snoeren.

In Burundi bedreigt een verstrenging van de wet, met name een jaarlijkse registratie en een verbod op coalities, al jaren het voortbestaan van het middenveld. De nieuwe regering Nkurunziza wil er op korte termijn werk van maken om zo het protest tegen zijn derde mandaat en tegen de overheidsrepressie af te straffen. Enkele ngo's werden al geschorst en hun rekeningen werden bevroren.

Uit een onderzoek van een partnerorganisatie in Rwanda bleek dat een meerderheid van de Rwandese ngo's vindt dat het wetgevend kader hun vrijheid onvoldoende beschermt. Een opmerkelijk resultaat gezien praktisch alle onafhankelijke middenveldorganisaties verdwenen zijn.

In Bolivia werden onlangs alle organisaties verplicht om zich opnieuw te registreren via een erg moeilijk en bureaucratisch proces.

De vorige regering in Indonesië ondernam een poging om de wet op ngo's te wijzigen om zo haar greep te versterken. Onder meer door internationaal protest geraakte de wet niet goedgekeurd. Ook in Ecuador en Peru probeert de overheid op gelijkaardige wijze de ngo's het werken moeilijk te maken.

Volgens Civicus is dit een wereldwijde trend. In 2014 werden in 96 landen significante restricties toegevoegd aan het wettelijke kader dat de activiteiten van ngo's regelt.

In 2014 werden in 96 landen significante restricties toegevoegd aan het wettelijke kader dat de activiteiten van ngo's regelt.Civicus State of Civil Society Report

In 2013 werden twee partnerorganisaties van 11.11.11 door de overheid gesloten. De Ecuadoraanse regering deed dat door letterlijk de deuren van Fundacion Pachamama te verzegelen. Pachamama zou zich niet aan haar eigen doelstellingen hebben gehouden door zich aan partijpolitieke activiteiten te wijden en de staatsveiligheid te ondergraven. De echte reden voor de sluiting was vooral de steun aan inheemse organisaties die zich verzetten tegen petroleumontginning in de Amazone.

De Rwandese overheid was iets subtieler: een overheidsinstantie valideerde een illegale overname van mensenrechtenorganisatie Liprodhor, terwijl dat eigenlijk niet tot haar bevoegdheid behoorde. Ook mensenrechtenorganisaties LDGL en MDD, beiden partners van 11.11.11, staan onder zware druk. Een rechtszaak haalde in het geval van Liprodhor niets uit en zorgde zelfs voor een korte detentie van een aantal (ondertussen voormalige) personeelsleden van Liprodhor.

Activisten onder vuur

Ook de activisten zelf worden vaker bedreigd. Of erger.

Vaak wordt justitie, niet zelden onder sterke politieke druk, gebruikt om activisten buiten spel te zetten.

In Ecuador moest Paulina Muñoz, gewezen coördinatrice van een partnerorganisatie, onderduiken. Veel belangrijke figuren uit Rwanda en meer recent uit Burundi hebben noodgedwongen een veilig onderkomen gezocht in een buitenland.

Vaak wordt justitie, niet zelden onder sterke politieke druk, gebruikt om activisten buiten spel te zetten. Belangrijke Burundese activisten zoals Pierre Claver Mbonimpa en Faustin Ndikumana zijn beiden voorwaardelijk vrij, na opsluiting en rechtszaken, omwille van hun kritiek op de overheid.

Pierre Claver bij zijn arrestatie

In augustus van dit jaar werden zowat alle belangrijke middenveldorganisaties, waaronder partners van Belgische ngo's, in een rapport bedreigd met vervolging voor hun 'betrokkenheid in de organisatie van de opstand' tegen het derde mandaat van Nkurunziza.

In Congo zitten twee jonge activisten, Fred Bauma van La Lucha en Yves Makwambala van Filimbi, nog steeds vast in de gevangenis van Kinshasa, omdat zij deelnamen aan een atelier over verkiezingen en goed bestuur.

Begin 2013 werd Anwar Sadat, directeur van Walhi op Zuid-Sumatra, samen met andere activisten mishandeld en gearresteerd.

Maar het gaat soms verder. De bekende mensenrechtenactivist Pierre Claver Mbonimpa werd deze zomer in Bujumbura neergeschoten door onbekenden. Gelukkig overleefde hij de aanslag. Hij wordt nu, met steun van 11.11.11, in België verzorgd.

Het lokale middenveld blijft mobiliseren voor gerechtigheid na de moorden op Floribert Chebeya (Congo in 2010) en Ernest Manirumva (Burundi in 2009).

Wereldwijd werden er in de eerste maanden van 2014 130 mensenrechtenverdedigers vermoord. Zelden verschijnen de echte daders in het beklaagdenbankje.

Zelfde motivatie, zelfde doelwitten

Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen de acties en de motivering ervan door de overheden in de verschillende landen.

Vaak komen dezelfde termen terug. 'Terroristen', dat waren de activisten van Filimbi en La Lucha volgens de woordvoerder van de Congolese regering. De financiering van een activiteit via de Amerikaanse ontwikkelingssamenwerking werd handig gebruikt om hen als 'agenten voor buitenlandse belangen' op te voeren. Ook in Bolivia, Rwanda en Ecuador duiken gelijkaardige beschuldigingen op.

Mensenrechtenactivist Floribert Chebeya in 2010 in Congo vermoord

Middenveldorganisaties krijgen het verwijt dat zij tegen 'ontwikkeling' gekant zijn. Ngo's die werken rond mensenrechten en lobbywerk verrichten, probeert men in de richting van dienstverlening en projecten te duwen. Ook worden vaak vermeende 'linken met oppositiepartijen' bovengehaald.

Overigens, niet alleen middenveldorganisaties staan onder druk. Ook journalisten en oppositiefiguren hebben het vaak hard te verduren.

Meer en meer worden internationale ngo's, zoals 11.11.11 en zijn leden, door de machthebbers in de landen waar ze werken in het vizier genomen. En niet alleen de overheid maakt het soms moeilijk voor het middenveld: gewapende groepen (bijvoorbeeld in Oost-Congo of op Mindanao in de Filipijnen), religieuze groepen (in Indonesië) of economische actoren (in Latijns-Amerika) bedreigen het middenveld omdat die de mensenrechtenschendingen aankaart of vragen stelt bij mijnbouwprojecten.

Verontrust

11.11.11 is erg verontrust over de toenemende druk op zijn partnerorganisaties. Het middenveld speelt een cruciale rol in de strijd voor duurzame en inclusieve ontwikkeling en voor respect voor mensenrechten.

Door onze partnerorganisaties te versterken, maar ook door de ambassades van België en de Europese Unie te benaderen en in Brussel de problematiek van de toenemende druk op de handelingsruimte van het middenveld op de politieke agenda te zetten, willen we hieraan iets veranderen.

België moet het belang van een onafhankelijk en kritisch middenveld met voldoende handelingsruimte blijven verdedigen, bilateraal in de partnerlanden, binnen de Europese diplomatie en binnen de VN-Mensenrechtenraad.

Zeker nu de Belgische bilaterale ontwikkelingssamenwerking wegtrekt uit middeninkomenslanden in Latijns-Amerika en Azië en in fragiele en minst ontwikkelde landen zoals Burundi en Congo meer wil samenwerken met het lokale middenveld, is het belangrijk om te blijven ijveren voor een goed klimaat voor de lokale civiele maatschappij.

België moet het belang van een onafhankelijk en kritisch middenveld met voldoende handelingsruimte blijven verdedigen, bilateraal in de partnerlanden, binnen de Europese diplomatie en binnen de VN-Mensenrechtenraad.

'Enabling environment'

De taak van de overheid

Het is de taak van de overheid om mee de basisvoorwaarden te scheppen voor een rechtvaardige en duurzame maatschappij. Ze moet daarbij ruimte laten voor de inbreng van het maatschappelijk middenveld (ngo's, vakbonden, kerken, vrouwenorganisaties, inheemse bewegingen, enz.) en hen een plek geven binnen de maatschappij.

Staten hebben een internationale verplichting om goede voorwaarden – economisch, politiek, sociaal, cultureel en juridisch – te creëren waarin het middenveld kan werken. Daarvoor moet een overheid het volgende voorzien:

  1. een goede politieke en publieke omgeving, waarin burgerengagement gewaardeerd en aangemoedigd wordt en er regelmatige interactie is tussen publieke instellingen en de civiele samenleving;

  2. een goed regelgevend kader, waarbij wetgeving, administratieve regels en praktijk conform zijn met de internationale standaarden en activiteiten van de civiele maatschappij waarborgen;

  3. een 'free flow of information', met voldoende toegang tot ideeën, gegevens, rapporten en beslissingen om aan middenveldorganisaties toe te laten zich te informeren, hun bezorgheden te uiten en bij te dragen tot oplossingen;

  4. langetermijnondersteuning, door het versterken van de capaciteit van de gemarginaliseerde stemmen en voldoende toegang tot middelen en plaatsen om samen te komen;

  5. een gedeelde ruimte voor dialoog en samenwerking, via een plek voor de civiele maatschappij in de besluitvorming.


Deze verplichting tot het creëren van een 'enabling environment' is ook gebaseerd op een aantal fundamentele mensenrechten, die vastgelegd zijn in internationale verdragen, zoals de vrijheid van meningsuiting, de vrijheid van vereniging, de vrijheid van vredevolle samenkomst en het recht om te participeren in publieke zaken. Die rechten zijn ook een vehikel om andere civiele, culturele, economische, politieke en sociale rechten uit te kunnen oefenen.

De taak van het middenveld

Om een 'enabling environment' te garanderen moeten middenveldorganisaties ook zelf moeite doen om transparant te zijn en rekenschap af te leggen aan hun achterban. Dit verschaft hen legitimiteit.

Door netwerken en samenwerkingsverbanden op te bouwen tussen verschillende middenveldgroepen en individuen, op verschillende niveaus, dragen ze hieraan bij en zorgen ze voor een gecoördineerde stem, voor solidariteit en bescherming.

Middenveldorganisaties moeten ook professioneel en ethisch te werk gaan, door corruptie uit te bannen, hun onafhankelijkheid te garanderen, expertise te versterken en zich constructief en geweldloos op te stellen.

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels