Wanpraktijken van mijnbouwbedrijf Glencore onder de loep

observadores-glencore

De Zwitserse mijnbouwgigant Glencore gedraagt zich allesbehalve voorbeeldig in de landen waar het bedrijf actief is. Dat blijkt nogmaals uit een gezamenlijk rapport van verschillende partnerorganisaties van Broederlijk Delen uit Latijns-Amerika.

Het nieuwe rapport is een initiatief van Red Sombra. Dit netwerk van Latijns-Amerikaanse ngo's volgt sinds 2013 de lokale impact van de mijnbouwprojecten van Glencore op de voet. Ook verschillende partnerorganisaties van Broederlijk Delen maken deel uit van Red Sombra.

In het rapport bespreken de organisaties de wanpraktijken van Glencore op vlak van mensenrechten, milieu en bedrijfsvoering in vier landen: Argentinië, Bolivia, Colombia en Peru. Hiermee willen ze een kritische tegenstem vormen voor de officiële duurzaamheidsverslaggeving van het bedrijf.

Eerder brachten we de bedenkelijke reputatie van Glencore al onder de aandacht in het onderzoeksrapport over Belgische banken en mijnbouw van Broederlijk Delen, 11.11.11 en FairFin.

Op bezoek bij aandeelhouders

Twee vertegenwoordigers van het netwerk, Limbert Sánchez (CEPA - Bolivia) en Jaime Borda (DHSF - Peru), stelden het rapport voor tijdens een lobbytour naar Duitsland en Zwitserland. Daar spraken ze onder meer met parlementsleden, regeringsvertegenwoordigers, journalisten en ngo's.

De delegatie bezocht ook de jaarlijkse aandeelhoudersvergadering van Glencore, en nam er het woord in aanwezigheid van zo'n tweehonderd aandeelhouders en de directie van het bedrijf. In het geval van Bolivia kaartte CEPA hoofzakelijk de watervervuiling en –tekorten aan die het gevolg zijn van de mijnbouwactiviteiten in de regio's Oruro en Potosí.

Limbert Sánchez van CEPA vroeg Glencore welke maatregelen het bedrijf samen met de overheid zou nemen om de lokale gemeenschappen van voldoende water te voorzien en verdere vervuiling te vermijden.

In het geval van Peru hekelde Jaime Borda (DHSF) de onwil van Glencore om in dialoog te gaan over de milieu-impact van de mijnen Tintaya en Antapaccay in de provincie Espinar, en in het bijzonder de aangetoonde vervuiling door zware metalen in de omgeving van de mijn. Ook hier stelde DHSF de vraag welke remediërings- en compensatiemaatregelen het bedrijf van plan is te nemen.

Glencore ontving in de periode 2011-2016 zo'n 10 miljard euro aan financiering door banken die actief zijn in België.

Politiegeweld

Daarnaast sprak DHSF Glencore ook aan over de mensenrechtenschendingen in Espinar: zo kwam het in 2012 tot gewelddadige confrontaties tussen manifestanten van boerenorganisaties en de politie, waarbij twee burgers om het leven kwamen en zeventig mensen gewond raakten. Momenteel loopt voor het Hooggerechtshof in Londen een rechtszaak over de rol van Glencore bij de onderdrukking van die protesten.

Er bestaan in Peru contracten tussen verschillende mijnbouwbedrijven en de nationale politie. DHSF slaagde erin om de overeenkomst tussen XStrata (het bedrijf dat in 2013 met Glencore fusioneerde) en de nationale politie openbaar te maken, een primeur in Peru. Officieel bestaan deze overeenkomsten om de veiligheid rond mijnbouwsites te garanderen.

Maar de voorbeelden van buitensporig politiegeweld bij sociale conflicten rond mijnbouw in Peru zijn talrijk. Mensenrechtenorganisaties vinden deze contracten dan ook onverantwoord en pleiten ervoor dat ze ongrondwettelijk worden verklaard. Ook de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Mensenrechten tikte de Peruaanse overheid hierover al op de vingers.

Glencore ontkent zowel in het geval van Bolivia als Peru dat de watertekorten en milieuvervuiling iets te maken zouden hebben met haar mijnbouwactiviteiten. Het bedrijf weigert ook verantwoordelijkheid op te nemen voor het geweld tijdens de protesten van 2012.

De problematische projecten in Peru en Bolivia zijn maar enkele voorbeelden van de wanpraktijken van Glencore: het rapport van Red Sombra vermeldt nog tal van andere incidenten van milieuvervuiling, betrokkenheid bij mensenrechtenschendingen, ondoorzichtige bedrijfspraktijken en belastingontwijking in de vier landen.

Broederlijk Delen pleit ervoor dat investeringen in bedrijven die niet voldoen aan internationale standaarden worden afgebouwd.

Miljardeninvesteringen

Zoals een eerder dossier van Broederlijk Delen, 11.11.11 en FairFin aantoonde, investeren banken die actief zijn in België miljarden in controversiële mijnbouwbedrijven. Glencore is het mijnbedrijf dat in de onderzochte periode (2011-2016) veruit het grootste deel van de financiering ontving (ongeveer 10 miljard euro). In mei 2017 namen verschillende banken bovendien deel aan een nieuwe lening van honderden miljoenen euro aan Glencore.

Samen met andere organisaties pleit Broederlijk Delen ervoor dat investeringen in bedrijven die niet voldoen aan internationale standaarden worden afgebouwd. De banken zelf moeten duidelijke uitsluitingscriteria opstellen voor investeringen in de mijnbouw, die rekening houden met de specifieke uitdagingen op vlak van mensenrechten en milieuschade. We blijven hierover in gesprek gaan met de bankensector en beleidsmakers.

Broederlijk Delen DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels