Wat betekent de terugkeer van Marokko naar de Afrikaanse Unie voor de Sahrawi?

siemens-get-out-of-western-sahara

Dat Marokko na decennia van afwezigheid opnieuw mag toetreden tot de Afrikaanse Unie (AU) werd in Rabat onthaald en gevierd als een overwinning, maar wat betekent het voor de Westelijke Sahara, een gebied dat al sinds 1975 bezet wordt door het Marokkaanse koninkrijk? Kan de Marokkaanse integratie in de Afrikaanse Unie leiden tot een blijvende oplossing voor het reeds meer dan 40 jaar aanslepende conflict?

Nadat de AU op 30 januari 2017 besloten had om Marokko opnieuw een volwaardig lidmaatschap toe te kennen, waren er niets dan jubelende krantenkoppen te lezen in het land. De koning, de minister van Buitenlandse Zaken en het team van diplomaten die het land na 33 jaar terug in de schoot van de AU loodsten, werden uitgebreid bewierookt.

Westelijke Sahara

In 1984 stapte Marokko op eigen initiatief uit de voorganger van de AU, de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid (OAE), uit protest tegen de opname van de Sahrawi Arabische Democratische Republiek (SADR). De SADR werd op 27 februari 1976 uitgeroepen door de nationale bevrijdingsorganisatie van het Sahrawi-volk, het Polisario Front, en reclameert de soevereiniteit over de Westelijke Sahara, een voormalige Spaanse kolonie. De regering van de SADR controleert vandaag echter maar een dunne strook van de Westelijke Sahara (zo'n 20 à 25% van het territorium). De rest van het gebied wordt bezet door Marokko sinds Spanje zich uit de regio terugtrok eind 1975.

Marokko's langdurige bezetting van de Westelijke Sahara is in strijd met het internationaal recht. Reeds in 1963 werd de Westelijke Sahara opgenomen in een lijst van gebieden geïdentificeerd door de VN, die in aanmerking kwamen voor zelfbeschikking in een dekolonisatieproces. De notie zelfbeschikking was toen al verankerd in het VN-handvest en wordt ondersteund door VN-resolutie 1514 die stipuleert dat "alle volkeren het recht hebben op zelfbeschikking". Op 16 oktober 1975 oordeelde het Internationaal Gerechtshof dat Marokko geen enkele soevereiniteitsaanspraak kon maken op de Westelijke Sahara en dat het hedendaags internationaal recht sowieso prioriteit verleent aan het zelfbeschikkingsrecht van de Sahrawi, het etnische volk dat in het gebied leeft.

Het koninkrijk heeft zijn droom van een 'Groter Marokko' echter nooit opgegeven en stimuleerde de afgelopen decennia actief de hervestiging van Marokkanen in de Westelijke Sahara. Deze praktijk bemoeilijkt het reeds lang door de VN en de Sahrawi gewenste referendum over zelfbeschikking. Marokko en het Polisario ruziën al jaren over wie er nu precies in aanmerking komt om aan zo'n eventueel referendum te participeren. (Mogen de vele tienduizenden naar het gebied geïmmigreerde Marokkanen al of niet meestemmen?) In het kader van het staakt-het-vuren tussen het Polisario Front en Rabat werd in 1991 de Missie van de VN voor een Referendum in de Westelijke Sahara (MINURSO) in het leven geroepen, maar wegens onenigheid over de criteria ter bepaling van de kiesgerechtigden en door de uitstelpraktijken van Marokko, is dat referendum er nooit gekomen.

Economische drijfveer

Dat Rabat zich blijft vastklampen aan de bezette regio, kan niet los gezien worden van de economische voordelen die ze de Marokkaanse staat oplevert.

Ten eerste fungeert de Westelijke Sahara als toegangspoort tot sub-Sahara Afrika, waar Marokko de afgelopen jaren zeer actief aanwezig is op economisch en politiek vlak. Rabat investeert op grote schaal in sub-Sahara Afrika en rijfde er al verschillende belangrijke economische deals binnen in het bankwezen, de fosfatenindustrie en de dienstensector, vooral in West-Afrika. Deze economische strategie heeft niet louter de versterking van de economische banden tussen Marokko en de betrokken Afrikaanse landen tot doel, maar streeft uitdrukkelijk de steun van deze landen na in de kwestie van de Westelijke Sahara. Door via een agressief economisch beleid Afrikaanse bondgenootschappen te creëren, probeert Marokko zich dus ook te verzekeren van politieke medestanders. De vraag is in hoeverre deze landen effectief medestanders zullen blijken binnen het kader van de AU.

Ten tweede is de Westelijke Sahara rijk aan natuurlijke bronnen, voornamelijk fosfaten, en zijn de kustwateren vruchtbare gebieden voor de visserij. Het bezette gebied genereert een belangrijk deel van het Marokkaans nationaal inkomen. Marokko haalt 20% van zijn jaarlijks overheidsbudget uit de fosfatenindustrie.

Kortom de Marokkaanse economie is enorm afhankelijk van de illegale exploitatie van de bezette Westelijke Sahara. Als Marokko's belangrijkste afzetmarkt, is de Europese Unie medeplichtig. Een aantal grote Europese bedrijven, zoals het Duitse Siemens en het Italiaanse Etel, sloten de laatste jaren ook lucratieve contracten met het Marokkaanse koninkrijk rond de ontwikkeling van groene energieprojecten in de Westelijke Sahara, waardoor ze de bezetting mee helpen legitimeren. In 2000 en 2012 sloot de EU belangrijke handelsakkoorden met Marokko met betrekking tot de landbouw, de agro-industrie en de visserij, die Europese visserijbedrijven ook in staat stellen om te opereren langs de kust van de Westelijke Sahara. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in december 2016 echter dat deze akkoorden tussen de EU en Marokko "geïnterpreteerd moeten worden in overeenstemming met de relevante bepalingen van het internationaal recht die van toepassing zijn op de betrekkingen tussen de Europese Unie en het Koninkrijk Marokko, wat betekent dat het akkoord niet geldt voor het territorium van de Westelijke Sahara". Daarmee wordt onderstreept dat voortaan Marokko, noch de Europese Unie het recht heeft om de natuurlijke bronnen van de Westelijke Sahara te exploiteren. De uitspraak van het Hof verwijst naar VN-resolutie 1803 (XVII) die stipuleert dat "staten en internationale organisaties strikt en consciëntieus de soevereiniteit van volkeren en naties over hun natuurlijke rijkdom en bronnen zullen respecteren, conform het Handvest van de Verenigde Naties."

Overwinning?

Tot op vandaag wordt de soevereiniteit van Rabat over de Westelijke Sahara door geen enkele andere lidstaat van de VN erkend, hoewel er landen zijn die duidelijk gemaakt hebben dat ze in de toekomst eventueel wel steun zouden kunnen verlenen aan de Marokkaanse annexatie van het gebied.

Veel waarnemers waren verbaasd toen Marokko vorig jaar het verzoek indiende bij de AU om opnieuw te mogen toetreden. Zeker omdat de positie van het koninkrijk rond de Westelijke Sahara eigenlijk niet veranderd is sinds zijn terugtrekking uit de Organisatie van de Afrikaanse Unie in 1984. Blijkbaar zien de Marokkanen hun comeback bij de AU nu als een ideale manier om steun te vergaren voor hun zaak. De Marokkanen zullen onmiskenbaar de mogelijkheid krijgen om vanuit en binnen de AU te werken aan de ondersteuning van hun aanspraken, maar het zou overmoedig zijn van Rabat om te denken dat alles nu in een stroomversnelling zal terecht komen.

Om de AU te mogen vervoegen moest Rabat immers voldoen aan verschillende toelatingsvoorwaarden, waaronder de erkenning van de onaantastbaarheid van de nationale grenzen overgeërfd uit de koloniale periode. Marokko heeft zich er zo toe verbonden om de regels van de AU te respecteren en er zijn al duidelijke indicaties dat het nauwgezet in het oog zal gehouden worden. Hoewel de AU-lidstaten stemden voor de herintegratie van Marokko, uitten tien Afrikaanse landen ernstige reserves, waaronder enkele continentale zwaargewichten zoals Nigeria, Algerije en Zuid-Afrika (naast onder meer Zimbabwe, Namibië en Oeganda). In Zuid-Afrika werd de toetreding van Marokko zelfs ervaren als een zware teleurstelling. Het regerende Afrikaans Nationaal Congres (ANC) verspreidde een communiqué waarin verklaard werd dat het "de beslissing van de Afrikaanse Unie om Marokko opnieuw toe te laten tot de organisatie betreurt". De Zimbabwaanse president Robert Mugabe zei dat "de stemming om Marokko terug op te nemen in de Unie een gebrek aan ideologie blootlegt bij sommige Afrikaanse leiders [...] die niet allemaal dezelfde revolutionaire ervaring hebben [...] en te afhankelijk zijn van hun voormalige kolonisatoren".

SADR

Net als Rabat, ziet ook de SADR de Marokkaanse toetreding tot de AU als een soort van overwinning. In dezelfde organisatie zetelen als de SADR, kan immers beschouwd worden als een impliciete erkenning ervan. Mohamed Salem Ould Salek, de minister van Buitenlandse Zaken van de SADR benadrukte: "De aanwezigheid 'in dezelfde ruimte' zou de SADR in staat kunnen stellen om de Marokkanen onder druk te zetten om hun verplichtingen na te komen, dus een referendum toe te laten in overeenstemming met de uitspraak uit 1975 van het Internationaal Gerechtshof."

De AU gaf alvast een duidelijk signaal dat het gretig is om een duurzame oplossing te vinden voor het conflict. Onmiddellijk na de goedkeuring van de toetreding van Marokko bepleitte de AU dat de VN-Veiligheidsraad zijn verantwoordelijkheid zou opnemen en de 'volledige werking' van MINURSO zou herstellen, omdat die "essentieel is voor de supervisie van het staakt-het-vuren en de organisatie van een zelfbeschikkingsreferendum". In hetzelfde AU-communiqué werd de VN-Veiligheidsraad ook verzocht "oplossingen te vinden voor de mensenrechtenkwestie en de illegale exploratie en exploitatie van natuurlijke rijkdommen op het territorium [van de Westelijke Sahara], volgend op de beslissing genomen door de Europese Unie op 21 december 2016 over de verdragen die getekend werden door de EU en Marokko betreffende de wederzijdse liberalisering van de handel in landbouwproducten en de visserij".

Ondanks de verklaringen van de AU en de historische uitspraken van de VN, het Internationaal Gerechtshof en de Het Hof van Justitie van de EU is er geen enkele concrete indicatie dat Marokko's lidmaatschap van de AU op korte termijn een tastbare vooruitgang zal opleveren in het conflict rond de Westelijke Sahara. Maar het feit alleen dat de twee gezworen vijanden, de SADR en Marokko, elkaar geregeld tegen het lijf zullen lopen binnen de radarwerken van de Unie kan op langere termijn wel leiden tot een nieuwe dynamiek voor een duurzame oplossing. Hun gezamenlijke aanwezigheid brengt de AU alvast in een betere positie als bemiddelaar.

Soetkin Van Muylem is stafmedewerker bij vzw Vrede

Vrede DOOR:

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels