Waar komt de naam 11 ...
Waar vind ik achterg ...
Waar vind ik multime ...
Waaraan besteden de ...
Een panorama van meningen en thema's
Vlaamse organisaties die zich bezighouden met ontwikkelingssamenwerking zijn er in alle vormen en maten. Naast ngo’s in de enge zin bestaan er diverse andere kleine en grote verenigingen zoals solidariteitscomités, parochiegroepen, scholen, bedrijven, steuncomités voor Vlamingen in het buitenland, en ga zo maar door.
Iedere ngo maakt een eigen analyse van de wereld en ontwikkelt zo een eigen visie en opdracht. In de loop der jaren zijn de visies van ngo’s geëvolueerd en verjongd, al vertegenwoordigen ngo’s nog steeds een panorama van verschillende meningen. Ze hebben verschillende achtergronden en vertalen hun opdracht via verschillende strategieën in verschillende landen.
Vlaamse ngo’s werken rond een grote verscheidenheid aan thema’s: landbouw, economie, justitie en mensenrechten, opleiding en onderwijs, vrouwen en gender, infrastructuur, gezondheid, democratisering en welzijn.
De eerste ngo’s in het Noorden zijn ontstaan in de jaren zestig, vaak vanuit missie-organisaties en in een poging om de samenwerking met vroegere kolonies opnieuw op te nemen. De nadruk lag daarbij vooral op hulpverlening en technische bijstand. Naarmate in de komende jaren begrippen als 'ontwikkeling' en 'Derde Wereld' ingang vonden bij de brede publieke opinie, groeiden deze ngo’s uit tot initiatiefnemers van ontwikkelingsprojecten in het Zuiden. Via grote campagnes werd een beroep gedaan op de vrijgevigheid van de steeds grotere achterban van de ngo’s. Het idee achter de ngo-werking was eenvoudig: het rijke Noorden moest het onderontwikkelde Zuiden helpen.
In de geest van Mei ’68 kwam hiertegen een contestatiebeweging op gang: jongeren verwierpen het caritatieve karakter van de noordelijke ngo’s en begonnen nadruk te leggen op structurele problemen, politieke acties en bewustmakingswerk. Van dan af zouden ngo’s steeds meer aandacht hebben voor de ideeën en de inbreng van partnerorganisaties uit het Zuiden. Vanaf het midden van de jaren tachtig en in de jaren negentig werd ook deze aanpak in vraag gesteld door ngo’s die betwijfelden of politieke analyses wel veel zoden aan de dijk zouden brengen. Deze begonnen zich internationaal te vertakken en ze gingen op een meer pragmatische manier te werk, vaak rond noodhulp. Vanaf de jaren tachtig zijn ook ngo’s ontstaan die zich gingen toeleggen op een specieke aanpak en thema’s. Enkele voorbeelden zijn Dierenartsen Zonder Grenzen, Platform Handicap en Ontwikkelingssamenwerking (PHOS) en de Balkanactie van de gemeenten.
Vlaamse ngo’s in het Zuiden
In 2002 waren Vlaamse ngo’s actief in 99 landen. Tachtig procent van de bestedingen in het Zuiden ging naar landen die volgens de VN een laag tot gemiddeld ontwikkelingspeil hebben. Volgens het Jaarboek van Vlaamse niet-gouvernementele ontwikkelingssamenwerking van Coprogram (2003) ging zowat de helft van de bestedingen van Vlaamse ngo’s naar Afrikaanse landen. Latijns-Amerika en Azië waren telkens goed voor bijna een vijfde van de bestedingen. De belangrijkste partnerlanden zijn DR Congo, Angola, Afghanistan, India, Soedan, Burundi, Rusland, Haïti, Kenia en Guinee.