Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


Mensenrechten - inleiding

Aangebracht door 11.11.11 op do 02 sep 2004

Mensenrechten en ontwikkeling zijn nauw met elkaar verbonden.

Burgerrechten en politieke rechten (BuPo-rechten) slaan op de organisatie van de staat, de representativiteit van overheden en de fysieke integriteit van mensen. Economische, sociale en culturele rechten (ESC-rechten) bestrijken zowat alle sectoren die belangrijk zijn voor ontwikkeling en ontwikkelingssamenwerking: gezondheid, voedsel, huisvesting, onderwijs, arbeid, enzovoort.

Ontwikkelingssamenwerking en mensenrechten

Mensenrechten bieden een invalshoek en een instrumentarium om ongelijkheid en onrecht aan te klagen. Het mensenrechtendiscours maakt duidelijk dat schrijnende vormen van ongelijkheid en onrechtvaardigheid zoals geen toegang hebben tot onderwijs, voedsel of gezondheidszorg geen toevalligheden maar schendingen van mensenrechten zijn, waarvoor verantwoordelijken kunnen worden aangesproken. Slachtoffers worden op die manier rechthebbenden. De staat moet burgerrechten en politieke rechten verzekeren en is verantwoordelijk voor de realisatie van economische, sociale en culturele rechten. Een overheid mag niemand folteren, verhinderen zich te verenigen en zijn mening te uiten. Bovendien moet een overheid ervoor zorgen dat alle kinderen naar school kunnen gaan, dat iedereen toegang heeft tot gezondheidszorg en een behoorlijke levensstandaard kan handhaven. Mensenrechten bieden ook een universeel begrippenkader. Dat kan verhelderend zijn om problemen te benoemen. Het kan staten, internationale organisaties en actievoerders helpen om hun werkterrein af te bakenen, hun doelstellingen scherp te stellen en te evalueren, en hun acties te formuleren.

Wat zijn mensenrechten?

In de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (10 december 1948) staan, naast het gelijkheidsbeginsel, de volgende rechten:

  • burgerrechten en politieke rechten (vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten) het recht op leven en onschendbaarheid van de persoon, het slavernijverbod, het folterverbod, het recht om erkend te worden als persoon, het recht op een eerlijk proces, het verbod op willekeurige arrestatie, het recht op privacy, het recht op bewegingsvrijheid, het recht om asiel te vragen, het recht op nationaliteit, het recht om te huwen, het recht op eigendom, het recht op vrije overtuiging, het recht op vrije meningsuiting, het recht op vereniging en vergadering en de politieke rechten.
  • economische, sociale en culturele rechten (vastgelegd in het Internationaal Verdrag inzake Economische, Sociale en Culturele Rechten) het recht op sociale zekerheid, het recht op arbeid, het recht op vrije tijd, het recht op een behoorlijke levensstandaard, het recht op onderwijs, het recht op cultuur en het recht op een rechtvaardige maatschappelijke en internationale orde.

De draagwijdte van Economische, Sociale en Culturele rechten

Meer nog dan burgerrechten vertalen de Economische, Sociale en Culturele rechten problemen van armoede en onderontwikkeling in rechten. ESCrechten houden een drievoudige plicht in voor overheden:

het respecteren van de rechten van de bevolking: de staat mag verworven rechten niet terugschroeven. Als de staat iemand wil onteigenen en daardoor het land en de landbouwinkomsten afneemt, moet de staat de betrokkenen vergoeden voor geleden schade en een gelijkwaardig stuk land ter beschikking stellen.

de bescherming van de ESC-rechten ten opzichte van derden: de staat mag niet toelaten dat een multinational op zijn grondgebied schadelijke stoffen loost in zijn rivieren, en zo het recht op gezondheid van de lokale bevolking schendt. De staat moet bijgevolg activiteiten door derden op zijn grondgebied, die leiden tot schending van mensenrechten, strafbaar stellen.

de realisatie van ESC-rechten: de staat moet er voor zorgen dat iedereen toegang heeft tot basisvoorzieningen zoals onderwijs, gezondheidszorg en arbeid en hij moet ingrijpen wanneer de bevolking niet langer toegang heeft tot dergelijke basisvoorzieningen.

Een aantal rechten in het ESC-verdrag moeten onmiddellijk worden gerealiseerd: iedere staat moet bijvoorbeeld onmiddellijk zorgen voor kosteloos basisonderwijs. Basisonderwijs is zo fundamenteel voor de realisatie van de andere rechten dat het in het ESC-verdrag een absolute prioriteit heeft gekregen. Andere rechten zoals de vrijheid van vereniging of de vrijheid voor iedereen om aan het culturele leven deel te nemen, vereisen geen enkele financiële inspanning van de staat, zodat van iedere staat van bij het onderschrijven van het verdrag verwacht wordt ze te realiseren. Voor een aantal andere rechten, zoals het recht op kosteloos secundair onderwijs, is het voldoende dat een staat maximale inspanningen levert om ze geleidelijk aan te realiseren, in de mate dat de overheid er de middelen voor heeft. In die zin bevatten die rechten niet veel meer dan lovenswaardige doelstellingen. Toch bestaat ook hier een minimumdrempel: de verplichting om geleidelijk aan vooruitgang te boeken, houdt minstens de plicht in om niet achteruit te gaan. Als een staat altijd al kosteloos secundair onderwijs heeft voorzien en plots inschrijvingsgeld zou vragen, dan wordt het recht op onderwijs aangetast. Als uit statistische gegevens blijkt dat steeds minder mensen toegang hebben tot basisgezondheidszorg, kan er ook sprake zijn van een schending. In die gevallen moet de staat bewijzen dat ze niet langer de financiële middelen heeft om het niveau van die diensten te handhaven. Het volstaat echter niet om aan te tonen dat de inkomsten van de staat dalen of dat er meer middelen aan andere sectoren worden besteed. De realisatie van ESC-rechten moet volgens het ESC-verdrag immers prioriteit krijgen in de besteding van overheidsmiddelen.

Een rechtenbenadering van ontwikkeling

Een mensenrechtenbenadering van ontwikkeling vereist dat een ontwikkelingsorganisatie zowel in haar begrippenkader als in haar actiemiddelen gebruik maakt van mensenrechten. Verder houdt zo een benadering in dat mensenrechtenactivisten oog hebben voor ontwikkelingsproblemen als schendingen van mensenrechten en dat ze kennismaken met de terreinen waarop die schendingen zich voordoen. Kiezen voor een rechtenbenadering veronderstelt dat de organisatie zich baseert op mensenrechten in haar analyse van oorzaken van armoede of ongelijkheid, in het formuleren van doelstellingen en in het opvolgen van haar initiatieven.

Wanneer een ontwikkelingsorganisatie kiest voor een mensenrechtenbenadering, betekent dit niet dat ze een mensenrechtenorganisatie moet worden. Het betekent niet dat alle activiteiten een juridisch karakter moeten krijgen of dat alle problemen van ontwikkeling een zaak worden voor rechtbanken. Het betekent wel dat mensenrechten een referentiekader bieden voor concrete acties en toelaten om vooruitgang te beoordelen. Campagnes rond schuldenlast worden bijvoorbeeld niet in de rechtbank uitgevochten, maar de argumentatie voor schuldkwijtschelding ten aanzien van donoren wordt wel sterker wanneer actievoerders kunnen aantonen dat de schuldenlast een staat verhindert om haar verplichtingen na te komen. Om te komen tot een rechtenbenadering van ontwikkeling moeten ontwikkelings- en mensenrechtenorganisaties beter gaan samenwerken. Mensenrechtenactivisten hebben niet noodzakelijk de expertise in huis om economische en sociale gegevens en statistieken te verwerken. Ontwikkelingsorganisaties die hiermee vertrouwd zijn, vertalen deze gegevens niet noodzakelijk in mensenrechtentermen. Ontwikkelingsorganisaties hebben in veel gevallen ook meer voeling met de basis, met het lokale niveau waar ze werken. Met hun informatie kunnen ze mensenrechtenexperts helpen om een stevig dossier samen te stellen, campagnes te voeren, naar de rechter te stappen of in de mensenrechtenorganen van de Verenigde Naties aan de alarmbel te trekken.

Een rechtenbenadering van ontwikkeling kent ook een aantal beperkingen. Een eerste beperking is de vaagheid van begrippen. De verplichtingen die het ESC-verdrag in het leven roept, zijn niet altijd glashelder. Wat betekent het bijvoorbeeld dat je iemand zijn recht op voedsel moet garanderen? Wat houdt het in dat iedereen recht op arbeid heeft? Je stapt niet naar de rechter om van de staat een bord eten of een job te eisen. Toch heeft de staat de plicht om het recht op voedsel en arbeid te verwezenlijken. Zowel in het kader van de Verenigde Naties als binnen uni versiteiten en ngo’s is er al heel wat denkwerk verricht om de begrippen te verduidelijken. Binnen de Verenigde Naties schrijft een comité met deskundigen inzake economische, sociale en culturele rechten commentaren bij elk van de rechten in het verdrag.

Wanneer organisaties de ESC-rechten steeds meer gaan gebruiken, zal de invulling ervan ook preciezer worden. Het praktische nut van de rechten kan vergroten als zowel mensenrechten- als ontwikkelingsorganisaties in het Noorden en Zuiden een beroep doen op ESC-rechten in hun campagnes, educatie-activiteiten en acties. Een rechtenbenadering vereist dan minimaal dat organisaties aan iedere actie ook een politieke en eventueel juridische actie koppelen om de staat erop attent te maken dat hij zijn juridisch vastgelegde plichten niet naleeft.

Een tweede beperking is de gebrekkige afdwingbaarheid van de rechten. Staten kunnen wel op het matje geroepen worden voor schendingen van mensenrechten bij de mensenrechtenorganen van de VN, maar in de praktijk verandert een veroordeling van de VN-mensenrechtencommissie in Genève niet echt veel op het terrein. Bovendien staan de klachtenmechanismen van de VN-organen nog niet helemaal op punt en kunnen enkel staten worden aangesproken voor mensenrechtenschendingen. Staten zijn nochtans niet altijd de ergste schenders. Andere actoren, zoals internationale financiële instellingen en bedrijven, dreigen vaak te ontsnappen aan aansprakelijkheid voor mensenrechtenschendingen: ze zijn niet rechtstreeks gebonden door de mensenrechtenverdragen.

Uitdagingen

Een eerste grote uitdaging voor een rechtenbenadering van ontwikkeling vormen de Millennium Ontwikkelingsdoelstellingen. Om die te realiseren, is volgens de Millenniumverklaring een globaal partnerschap voor ontwikkeling nodig. Aan de doelstellingen worden concrete en meetbare indicatoren en een scherpe deadline gekoppeld. Bij de analyse van de doelstellingen en de opvolging van de vooruitgang op het terrein kan een mensenrechtenbenadering een reële toegevoegde waarde bieden. Aan alle domeinen die in het lijstje voorkomen, kunnen concrete rechten worden gekoppeld. Een mensenrechtenbenadering van de doelstellingen laat toe om duidelijk de verantwoordelijken aan te duiden voor het realised ren ervan en om duidelijk te maken dat ook de internationale gemeenschap verantwoordelijk is om ze te realiseren. Een tweede uitdaging bestaat erin om de verantwoordelijkheid voor de realisatie van mensenrechten open te trekken en uit te breiden naar niet-statelijke actoren. Het IMF, de Wereldbank en de Wereldhandelsorganisatie zijn geen staten en zijn niet of slechts onrechtstreeks verbonden aan de Verenigde Naties. Daardoor ontsnappen ze aan de juridische verantwoordelijkheid voor mensenrechtenschendingen. Nochtans hebben hun beleidsbeslissingen een grotere impact op mensenrechten dan beslissingen van staten. De vraag in welke mate die instellingen gebonden zijn door mensenrechtenverdragen is voer waar experts graag hun tanden in zetten.

Ook multinationals kunnen zo goed als ongehinderd hun gang gaan. Hun invloed in ontwikkelingslanden wordt steeds groter, zonder dat daar een toenemende juridische verantwoordelijkheid aan wordt gekoppeld. Ook hier kunnen ontwikkelings- en mensenrechtenorganisaties de handen ineenslaan om schendingen van mensenrechten door bedrijven te identificeren en te documenteren. Het kan hier gaan om schendingen van basisrechten in en buiten het bedrijf, zoals de vrijheid van vereniging of het recht op gezondheid. Op dat terrein is al voorbereidend werk geleverd door een comité van VN-experts, die alle internationale regelgeving die van toepassing is op de activiteiten van bedrijven in kaart hebben gebracht: mensenrechten, milieuverdragen, richtlijnen van de OESO over corruptie enzovoort. De tekst is niet afdwingbaar, want hij is nog niet goedgekeurd op het niveau van de VN-mensenrechtencommissie. Ngo’s kunnen een rol spelen in het zo breed mogelijk verspreiden van de normen, mét een kritische analyse van de inhoud ervan. Hoe groter de bekendheid van de normen, hoe moeilijker het wordt voor de VN-commissie Mensenrechten om de inhoud ervan af te zwakken onder invloed van de lobby van de industrie.

Bron: De feiten over ontwikkelingssamenwerking, 2004, Brussel, 11.11.11, 160 p.


Laatste aanpassing op vr 28 aug 2009
Artikel 3926 keer gelezen
Share/Bookmark

Gerelateerde info

Thema's

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell