Bestaan er interessa ...
Bioburgers en zomerf ...
Brems en Vander Mael ...
Clustermunitieverdra ...
In 2008 kwam het Clustermunitieverdrag tot stand. Dat krachtige verdrag biedt een antwoord op het menselijke leed veroorzaakt door het gebruik van clustermunitie. Momenteel onderhandelen de staten die partij zijn bij het Conventionele Wapenverdrag van 1980 in Genève over een ander verdrag over clustermunitie. Dit nieuwe verdrag kan een ernstige stap achteruit betekenen in de bescherming van burgers tegen de dodelijke gevolgen van niet-geëxplodeerde submunitie.
Wat is het Clustermunitieverdrag?
Na een lang diplomatiek proces kwam eind 2008 in Oslo een internationaal verdrag tot stand dat
een antwoord moest bieden op het menselijke leed veroorzaakt door het gebruik van clustermunitie. Dit krachtige Clustermunitieverdrag verbiedt niet alleen categoriek het gebruik, de productie, het vervoer en de opslag van clustermunitie, maar verplicht de staten ook om bestaande stocks te vernietigen, niet-ontplofte clustermunitie in besmette gebieden op te ruimen en adequate hulp te verlenen aan slachtoffers van clustermunitie. Het Clustermunitieverdrag is op 1 augustus 2010 in werking getreden. Tot dusver hebben al 111 staten – waaronder ook België – zich aangesloten.
Ernstige bezorgdheid
Op dit moment wordt in Genève onderhandeld over een nieuw verdrag over clustermunitie. Dit bouwt verder op het Conventionele Wapenverdrag van 1980 en staat los van het
Clustermunitieverdrag. De ontwerptekst van dit nieuwe protocol geeft aanleiding tot belangrijke bezorgdheden.
Minder strenge voorwaarden
In het nieuwe protocol zou de lat immers heel wat lager liggen dan in het Clustermunitieverdrag. Dit laatste verbiedt de staten die partij zijn categoriek om in welke omstandigheden ook clustermunitie te gebruiken, ongeacht wanneer de munitie werd geproduceerd. Het ontwerp van het nieuwe protocol beperkt dit absolute verbod daarentegen tot clustermunitie die werd geproduceerd vóór 1 januari 1980. Het gebruik van clustermunitie die na deze datum geproduceerd is, zou nog steeds toegelaten zijn als die clustermunitie is uitgerust met een zelfvernietigingmechanisme. Hoewel de ervaring in recente conflicten leert dat dergelijke zelfvernietigingmechanismen feilbaar zijn, voorziet het ontwerp geen criteria wat betreft de betrouwbaarheid ervan.
Bescherming van burgerbevolking verzwakt
Daarenboven zou het nieuwe protocol niet van toepassing zijn op clustermunitie met een failure rate lager dan 1 procent. Dat is zorgwekkend want het feitelijke aantal niet-geëxplodeerde submunitie ligt in realiteit vaak danig hoger dan de cijfers die producenten claimen op basis van de tests die zij uitvoeren. Kortom, het nieuwe verdrag zou een ernstige stap achteruit betekenen in de bescherming van burgers tegen de dodelijke gevolgen van niet-geëxplodeerde submunitie. Meer nog, dit nieuwe verdrag zou het gebruik legitimeren van bepaalde types clustermunitie die door het Clustermunitieverdrag verboden zijn, precies omdat zij een onaanvaardbare bedreiging vormen voor de burgerbevolking in situaties van gewapend conflict en lang daarna.
Verzwakking van het internationaal humanitair recht
De impact van het nieuwe protocol is niet beperkt tot clustermunitie. Dit nieuwe verdrag houdt een verzwakking in van de bescherming van de burgerbevolking ten aanzien van standaarden voorgeschreven door het reeds bestaande verdragsrecht. Het is de eerste keer in de ontwikkeling van het internationaal humanitair recht dat dit gebeurt. De aanvaarding van het nieuwe protocol zou met andere woorden een bijzonder ongelukkig precedent uitmaken, dat negatieve gevolgen kan hebben voor de integriteit en coherentie van het internationaal humanitair recht in zijn geheel.
Clustermunitieverdrag ondermijnd
Tot slot staat het vast dat het nieuwe protocol de diplomatieke inspanningen om staten te overtuigen toe te treden tot het Clustermunitieverdrag ernstig bemoeilijkt. Het spreekt voor zich dat staten die vandaag aarzelen om zich aan te sluiten bij het sterke Clustermunitieverdrag in de toekomst zullen opteren voor de minst restrictieve norm. Nochtans bepaalt het Clustermunitieverdrag uitdrukkelijk dat de staten die partij zijn de hoge standaarden van dit verdrag moeten bevorderen en al het mogelijke moeten doen om het gebruik van clustermunitie door andere staten te ontmoedigen en tegen te gaan. Het is duidelijk dat deze verplichting bijzonder moeilijk te rijmen valt met het ondersteunen van de totstandkoming van het nieuwe protocol.