IPIS Briefing 01 Feb ...
Israël mag nucleair ...
Israël moet intimid ...
Israël/Palestina: g ...
Op 14 september 2009 stuurde de Hamas de facto regering een video van de gevangen Israëlische soldaat Gilad Shalit de wereld in. In ruil daarvoor liet Israël op 2 oktober 2009 19 Palestijnse gevangenen vrij: 19 van de 7058 Palestijnse gevangenen die zich op dat moment in Israëlische gevangenissen bevonden. Een voorbeeld van hoe gevangenen pasmunt zijn in het conflict tussen Israël en de Palestijnen. Beide partijen gebruiken gevangenen als gijzelaars. Israël houdt de verstikkende blokkade van de Gazastrook vol zolang Gilad Shalit niet wordt vrijgelaten. Hamas en andere Palestijnse gewapende groepen eisen op hun beurt dat eerst honderden Palestijnse gevangenen in Israël vrijgelaten worden. In dit artikel besteden we aandacht aan de manier waarop Palestijnse gewapende groeperingen Gilad Shalit vasthouden en aan de mensenrechtenschendingen waaraan Israël zich schuldig maakt in het vasthouden van Palestijnen uit de Bezette Gebieden.
Gebrekkige toegang tot advocaat voor Palestijnse gevangenen
In Israël geldt de Criminal Procedure Law, de wet die de strafprocedure regelt. Volgens die wet moeten gevangenen zo snel mogelijk de bijstand van een advocaat krijgen. De wet laat in uitzonderlijke gevallen toe dat verdachten tot 96 uren vastgehouden worden vooraleer ze voor een rechter komen, en tot 21 dagen vooraleer ze toegang krijgen tot een advocaat.
Voor Palestijnen in de Bezette Gebieden gelden echter andere regels en minder garanties op een eerlijk proces. Hun aanhouding en vasthouding wordt geregeld door militaire bevelschriften. Palestijnen uit de Bezette Gebieden kunnen worden aangehouden zonder aanhoudingsbevel en kunnen verlengd incommunicado worden vastgehouden voor maximum 90 dagen, zonder contact met familie of advocaat. De eerste 15 dagen beslissen de ondervragers over de verdere aanhouding, daarna kan de Algemene Veiligheidsdienst deze periode met nog eens 15 dagen verlengen, en uiteindelijk beslissen militaire rechters telkens opnieuw over een verdere aanhouding. Palestijnen uit de Bezette Gebieden die aangehouden en vastgehouden worden, brengen dus soms weken door in gevangenschap zonder bijstand van een advocaat. Amnesty beschouwt dit als een schending van het recht op een eerlijk proces.
Foltering van Palestijnse gevangenen en ongeoorloofde ondervragingstechnieken
Tijdens de ondervragingen worden Palestijnse gevangenen soms het slachtoffer van foltering en andere mishandelingen. Gevangenen hebben tegen Amnesty International en andere mensenrechtenorganisaties getuigd over harde slagen op het hoofd en in de maag, stressposities en handboeien die zo hard aangespannen worden dat ze vreesden dat ze hun handen of armen zouden verliezen. Bovendien wordt de ondervraging van gevangenen beschuldigd van "veiligheidsmisdrijven" niet gefilmd, in tegenstelling tot het verhoor van andere gevangenen.
Hoewel alle klachten over ongeoorloofde ondervragingstechnieken onderzocht worden door een Klachteninspecteur heeft geen enkele van de meer dan 600 klachten die de inspecteur tussen 2001 en 2008 ontvangen heeft, geleid tot een strafonderzoek. Eén van de redenen voor deze straffeloosheid is het feit dat er in het Israëlisch recht, in strijd met het VN Verdrag tegen Foltering, geen absoluut verbod op foltering bestaat. Het Israëlische Hooggerechtshof rechtvaardigde foltering in geval van "noodzaak" (bijvoorbeeld de zogenaamde ticking bomb: ondervraging van een terreurverdachte die op de hoogte is van een nakende terroristische aanslag). Bovendien is de Klachteninspecteur die de klachten tegen de Algemene Veiligheidsdienst onderzoekt, zelf een voormalig lid van die dienst. Volgens Amnesty biedt dit niet voldoende waarborgen op onafhankelijkheid.
Meer dan 300 Palestijnse kinderen in Israëlische gevangenissen
In maart 2010 bevonden zich volgens de Israëlische mensenrechtenorganisatie B'tselem 337 Palestijnse minderjarigen in Israëlische gevangenissen. 39 onder hen zijn jonger dan 16. Het VN Committee against Torture, een VN-orgaan dat toeziet op de naleving van het VN Verdrag tegen Foltering, heeft zijn bezorgdheid geuit over het feit dat Palestijnse minderjarigen vastgehouden en ondervraagd worden zonder de bijstand van een advocaat of familielid. Bovendien worden deze minderjarigen illegaal vastgehouden in gevangenissen in Israël, wat familiebezoeken zwaar bemoeilijkt of zelfs onmogelijk maakt (zie verder).
Administratieve detentie van Palestijnen in Bezette Gebieden
B'tselem stelt dat Israël 237 Palestijnen administratief vasthoudt (cijfers maart 2010). Administratieve detentie is een vorm van detentie waarbij de autoriteiten een gevangene vasthouden zonder aanklacht of proces, en zonder intentie tot een proces. Doorgaans is dat om ‘geheime informatie' niet prijs te geven op basis waarvan de gedetineerde wordt vastgehouden. Het aantal Palestijnen in administratieve detentie is afgenomen, maar de praktijk blijft een flagrante schending van de fundamentele rechten van de gevangenen.
Volgens het VN Committee against Torture gaat de Israëlische praktijk van administratieve detentie in tegen artikel 16 van dat VN Verdrag tegen Foltering: het verbod op wrede, onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing. Het comité argumenteert onder meer dat administratieve detentie leidt tot "onredelijk lange periodes" van opsluiting zonder dat het recht op verdediging gegarandeerd is.
In Israël wordt een bevel tot administratieve detentie uitgevaardigd door de Minister van Defensie, voor een hernieuwbare termijn van 1 jaar. Binnen de 48 uur moet dit bevel herzien worden door een districtsrechtbank. Die kan het bevel bevestigen, inkorten of opheffen. De gedetineerde kan tegen deze beslissing in beroep gaan.
Voor Palestijnen in de Bezette Gebieden (met uitzondering van Oost-Jeruzalem) gelden ook hier andere regels. In de Bezette Gebieden worden administratieve detentiebevelen immers uitgevaardigd door militaire bevelhebbers, voor een termijn van maximum 6 maanden. Deze termijn kan onbeperkt hernieuwd worden als er ‘redelijke gronden' zijn om aan te nemen dat de gedetineerde een gevaar betekent voor ‘de veiligheid van de regio' of de ‘openbare veiligheid'. De gevangene kan tegen het bevel in beroep gaan bij een militaire rechtbank, en uiteindelijk ook bij het Israëlisch Hooggerechtshof, maar deze doen uitspraak op basis van geheime informatie die niet toegankelijk is voor de advocaat. In zo goed als alle gevallen bevestigt het Hooggerechtshof dan ook de administratieve detentie.
Volgens Amnesty International strookt deze gang van zaken niet met de fundamentele normen van een eerlijk proces. Administratieve gevangenen worden nooit geïnformeerd over de precieze aanklacht en van het bewijs dat aan de basis van die aanklacht ligt. Daardoor is het voor hen dus onmogelijk om effectief in beroep te gaan tegen het bevel. Administratieve detentie mag niet gebruikt worden als een manier om het strafrechtelijke systeem en de daaraan verbonden procedurele waarborgen te omzeilen. Amnesty vraagt al jaren dat alle administratieve gevangenen ofwel beschuldigd worden van een strafrechtelijke overtreding en binnen een redelijke termijn een eerlijk proces krijgen, ofwel onmiddellijk worden vrijgelaten.
Detentie op basis van 'Unlawful Combatants Law'
Volgens cijfers van B'tselem worden 8 Palestijnen vastgehouden onder de Unlawful Combatants Law (cijfers maart 2010). In januari en februari 2009, tijdens en na operatie Cast Lead, waren dat er respectievelijk 19 en 22. Het Israëlische parlement stemde deze wet in 2002. Deze wet heeft een nieuwe categorie van gevangenen geïntroduceerd, namelijk ‘strijders die geen aanspraak maken op de status van krijgsgevangene'. Onder deze wet kan de stafchef van het Israëlische leger iedereen vasthouden waarvan aangenomen wordt dat hij ‘deelgenomen heeft aan vijandelijke activiteiten tegen Israël, zowel rechtstreeks als onrechtstreeks' of ‘deel uitmaakt van een macht die vijandige activiteiten tegen Israël ontplooit'.
Alle gedetineerden die onder het toepassingsgebied van deze wet vallen, kunnen onbeperkt vastgehouden worden zonder aanklacht of proces ‘zolang de vijandigheden tegen Israël blijven duren'. De beoordeling van de bevelen tot detentie gebeurt achter gesloten deuren en op basis van geheim bewijsmateriaal dat de gedetineerde en zijn advocaat niet mogen inkijken. De gevangenen kunnen in beroep gaan bij het Hooggerechtshof. Maar aangezien zowel het misdrijf waarvan ze beschuldigd worden als de bewijzen geheim gehouden kunnen worden, is het zo goed als onmogelijk om een effectieve verdediging te voeren.
Verregaande beperkingen op bezoekrecht
Volgens de artikelen 49 en 76 van de Vierde Conventie van Genève betreffende de bescherming van burgers in tijden van oorlog moeten gedetineerden uit bezette gebieden vastgehouden worden in bezet gebied, en niet op het grondgebied van de bezettingsmacht. Op één na bevinden alle Israëlische gevangenissen waar Palestijnen vastgehouden worden zich op Israëlisch grondgebied. Dit is in strijd met het internationaal recht.
Palestijnen ouder dan 16 moeten een vergunning aanvragen om Israël binnen te komen. De familieleden van Palestijnse gevangenen die in Israël vastgehouden worden, moeten dus een vergunning aanvragen om hen te kunnen bezoeken. Het Internationale Comité van het Rode Kruis (ICRC) organiseert de familiebezoeken. De organisatie vraagt de vergunningen voor de familieleden aan bij het Israëlische leger, brengt de familieleden op de hoogte van het resultaat, geeft de vergunningen door en organiseert het transport naar de gevangenissen en terug. De vergunning geeft recht op een aantal bezoeken tijdens een periode van 3 maanden.
Israël weigert duizenden vergunningen op basis van vage ‘veiligheidsoverwegingen'. Deze beslissing wordt niet verder gemotiveerd. Het is dan ook onmogelijk om de weigering effectief aan te vechten. Het ICRC kan de geweigerde aanvragen wel opnieuw indienen via de zogenaamd ‘speciale procedure'. Alle aanvragen voor Palestijnen tussen 16 en 35 jaar oud worden automatisch geweigerd onder de normale procedure en onmiddellijk behandeld onder de ‘speciale procedure'.
Als de aanvraag goedgekeurd wordt onder de ‘speciale procedure' krijgt het familielid een vergunning die recht geeft op één bezoek binnen een periode van 45 dagen. Daarna moet een nieuwe aanvraag ingediend worden. Voor elk bezoek moet dus een maandenlange procedure doorlopen worden die aanleiding geeft tot veel onzekerheid.
Door het Israëlische vergunningssysteem kunnen duizenden Palestijnen hun familieleden in de gevangenis nooit bezoeken. Nog veel meer Palestijnen kunnen hun familieleden niet op regelmatige basis bezoeken. En dikwijls valt de zware last van de bezoeken op de schouders van heel kleine kinderen, die geen vergunning nodig hebben. Zij zijn dan het enige contact tussen de gevangene en zijn familie.
Volgens Amnesty International is Israëls weigering van duizenden vergunningen aan familieleden van Palestijnse gevangenen een collectieve straf, waarmee zowel de gevangenen als hun familieleden gestraft worden. Het verbod van collectieve straffen is een fundamenteel principe van internationaal humanitair recht. Bovendien is ook het recht op contact en bezoek van familieleden en vrienden een fundamenteel mensenrecht van gedetineerden. Als Israël Palestijnse gevangenen niet zou vasthouden op Israëlisch grondgebied, zou het probleem van de vergunningen zich niet stellen. (lees ook: "Ze nemen ons onze waardigheid af")
Palestijnen na vrijlating door Israël opnieuw gearresteerd door Palestijnse Autoriteit of Hamas
De Palestijnse Autoriteit op de Westelijke Jordaanoever houdt regelmatig Palestijnen vast die ervan verdacht worden een "veiligheidsrisico" te zijn, zonder de wettelijke procedures te respecteren. Deze praktijk is gebruikt tegen aanhangers van politieke partijen die kritiek uiten op de regeringspartij en tegen journalisten die werken voor media die sympathiseren met oppositiepartijen. In bepaalde gevallen werden gedetineerden gefolterd of mishandeld. In het afgelopen jaar is ten minste één persoon in hechtenis overleden als gevolg van vermeende foltering.
Het Hamas de facto bestuur in de Gazastrook maakt zich aan soortgelijke praktijken schuldig. Amnesty International heeft de Palestijnse Autoriteit en de Hamas-regering herhaaldelijk opgeroepen zich te houden aan de wettelijke procedures en ziet op de Westelijke Jordaanoever een patroon van de Palestijnse arrestaties van gedetineerden vlak na hun vrijlating uit Israëlische gevangenissen.
Gilad Shalit: Hamas weigert bezoek door familie en Rode Kruis
De Israëlische soldaat Gilad Shalit wordt nu al bijna 4 jaar gevangen gehouden door Palestijnse gewapende groepen in Gaza: sedert 25 juni 2006. Bezoek van zijn familie en/of van het Rode Kruis wordt afgewezen omdat de gewapende groepen vrezen dat het Israëlische leger er zo achter zou kunnen komen waar Shalit gevangen zit. Volgens de gewapende groepen zou het Israëlische leger die plaats dan ook kunnen beschieten met raketten en zo het leven van Gilad Shalit zelf in gevaar brengen. Zijn familie moet het daarom stellen met audio- en videotapes ter vervanging van ‘echt' bezoek. Uit een video-opname die zijn ouders kregen, bleek dat hij geen sporen van mishandeling vertoonde. Op een geluidsband bevestigde Gilad Shalit dat hij goed werd behandeld.
Hamas stelt dat de gewapende groepen die Shalit gevangen houden de principes van het internationaal recht erkennen en respecteren. Amnesty International betwist dat en roept de Hamas-de facto regering op er voor te zorgen dat Gilad Shalit bezoek kan ontvangen van het Rode Kruis en dat hij regelmatig informatie kan uitwisselen met zijn familie. De reden die Hamas opgeeft om dit te weigeren is niet geloofwaardig. Ook op andere gebieden heeft de Hamas-de facto regering in dit dossier de internationale regels overtreden. Bovendien is er geen reden om aan te nemen dat het Rode Kruis een bezochte gevangene in gevaar zou brengen. Het Rode Kruis heeft een sterke reputatie in het discreet omgaan met bezoeken van gevangenen.
Mensen ingezet als pasmunt in politiek steekspel
900 Palestijnse gevangenen uit Gaza mogen al sinds juni 2007 geen enkel familiebezoek meer ontvangen in Israëlische gevangenissen. Israël wil de familieleden mee straffen. Dit volledig verbod op familiebezoeken is deel van de blokkade die Israël al bijna drie jaar oplegt aan Gaza, een vorm van collectieve bestraffing van de familieleden. De Israëlische minister van defensie Ehud Barak zei hierover: "Deze aanpak om bezoeken aan gevangenen te beperken is in zekere mate een inbreuk op de rechten van de gevangenen, maar het past in het beleid van sancties dat de regering volgt ten aanzien van Gaza. Deze aanpak is zeker legitiem in het licht van de lange vasthouding van de Israëlische soldaat Gilad Shalit." Israël weigert de blokkade op te heffen en zal die zelfs aanscherpen totdat Shalit wordt vrijgelaten.
Hamas en Palestijnse gewapende groepen hebben dan weer gezegd Shalit nooit te zullen vrijlaten tot Israël verschillende honderden Palestijnen vrijlaat. Amnesty International veroordeelt het inzetten van gevangen als politieke pasmunt door beide partijen. Dat staat gelijk aan gijzelneming: het vasthouden van gijzelaars als politiek drukkingsmiddel om de andere partij ertoe te dwingen een eis in te willigen. Dit is onder internationaal humanitair recht uitdrukkelijk verboden. Ook gewapende groeperingen zijn daaraan gebonden. Israël moet bovendien onmiddellijk de blokkade opheffen. 1,5 miljoen mensen kunnen niet collectief worden bestraft voor de vasthouding van een Israëlische soldaat.
Julie Adyns
Vier cases
Lees hier het verhaal van de gedetineerden voor wiens zaak Amnesty International al jarenlang ijvert:
Bronnen