Armen betalen drie k ...
Armoede op Madagaska ...
Armste Brazilianen k ...
Aung San Suu Kyi
Aung San Suu Kyi (°1945) werd in 1991 onderscheiden met de Nobelprijs voor de vrede. Aung San Suu Kyi werd hiermee geëerd voor haar werk op het gebied van mensenrechten en strijd voor democratie in Birma (Myanmar). Op 19 juni 2005 vierde de Nobelprijswinnares, oppositieleidster en dochter van 's lands eerste grote leider haar zestigste verjaardag onder huisarrest. Human Rights Watch en Amnesty International tonen aan dat ook haar landgenoten weinig reden hebben tot optimisme: minstens 1.350 mensen zitten om politieke redenen in Birma in de cel. De minderheden, 35 procent van de bevolking, zijn al decennia het slachtoffer van de militaire repressie.
Hoewel het boegbeeld van de Birmese strijd tegen de sinds 1962 regerende militaire junta al meer dan negen van de voorbije zestien jaar onder detentie doorbracht, zijn velen de Nobelprijswinnares niet vergeten.
VN-secretaris-generaal Kofi Annan riep op tot haar vrijlating en eerder waren al verzoeken aan de junta gericht door Vaclav Havel, de Dalai Lama, Desmond Tutu, de Britse buitenlandminister en een paar hoge VS-functionarissen.
Aung San Suu Kyi dankt haar bekendheid in Birma aan het feit dat ze de dochter is van Aung San, een zes maanden voor de onafhankelijkheid vermoorde generaal. Aung San Suu Kyi studeert eerst in India en dan in Oxford, waar ze haar echtgenoot leert kennen. Voor ze trouwt, woont ze een tijdje in New York
Als Aung San zwanger wordt, keert het echtpaar naar Groot-Brittannië terug, waar Aris professor wordt en Aung San voor hun twee kinderen zorgt. In 1988 keert ze naar haar geboorteland terug wanneer haar moeder een beroerte heeft gekregen. Op dat moment is Birma, door de erg slechte economische omstandigheden, het toneel van grootschalige studentenprotesten die bloedig worden onderdrukt.
Aung San Suu Kyi ziet het als haar taak om, net als haar vader en moeder, haar land te dienen en richt de Nationale Democratieliga op, die bij de eerste vrije verkiezingen in 1990 82 procent van de stemmen haalt. De oppositie krijgt de macht echter niet en de politieke, economische en sociale impasse waarin Birma zit, wordt in het daaropvolgende anderhalve decennium niet doorbroken.
Integendeel, de meeste NLD-activisten die niet snel genoeg kunnen ontkomen naar het buitenland, of naar de kampen in de jungle van de sinds de onafhankelijkheid tegen het regime vechtende etnische minderheden, worden gearresteerd, mishandeld en krijgen zware straffen.
Aung San Suu Kyi zelf zal tot in 1995 onder huisarrest leven en wordt in 2000 opnieuw gearresteerd. In mei 2002 komt ze vrij, maar wanneer het op een rondreis in het noorden tot een treffen komt tussen haar aanhangers en een regeringsmilitie wordt ze weer onder huisarrest geplaatst.
Haar zestigste verjaardag was haar 2.523ste dag van detentie. In 1999 werd Aung San Suu Kyi door een persoonlijk drama getroffen: haar echtgenoot overlijdt in Groot-Brittannië aan prostaatkanker. De laatste keer dat Michael Aris zijn vrouw zag, was met Kerstmis 1995. De junta wilde Aung San Suu Kyi wel naar Groot-Brittannië laten reizen opdat ze aan het ziekbed van haar man zou kunnen zijn, maar ze vreesde daarna geen inreisvisum voor haar vaderland meer te krijgen en bleef in Birma.
Aung San Suu Kyi is het wereldberoemde boegbeeld van de Birmese strijd voor vrijheid, maar ze is niet de enige die een hoge prijs betaalt voor haar overtuigingen. Volgens een persbericht dat Amnesty ter ere van haar verjaardag verspreidde, zitten er minstens 1.350 mensen om politieke redenen in Birmese cellen. Vier van hen zijn dit jaar in detentie gestorven. Een van de vooraanstaandste NLD-leiders in detentie is U Win Tin, een 75-jarige journalist die al sinds 1989 achter de tralies zit.
Terwijl de ogen van de wereld op de politieke strijd in Rangoon en Mandalay zijn gevestigd, schrijft Human Rights Watch, zijn de 35 procent Birmese burgers die tot etnische minderheden behoren al jaren vergeten slachtoffers van militaire repressie. De organisatie beschrijft het verhaal van een Karen-boerenfamilie die in 1979, 1992, 1998 en in 2002 werd aangevallen door het leger. Meisjes, jongens en boeren worden afgemaakt. Hun huizen werden geplunderd en in brand gestoken, hun dieren gedood en opgegeten.
Bron: De Morgen, 18.06.2005 (Catherine Vuylsteke)