Haïti: twee jaar na ...
Haïti: van urgentie ...
Haïtianenverhalen: ...
"Handel tussen Afrik ...
[foto door Tineke D’Haese]
Mary Sakala is een boerin uit Zambia. Samen met haar man en zeven kinderen woont ze op een kleine boerderij. Ze dragen er zorg voor 35 geiten en een 30-tal kippen. Het vlees is deels voor hun eigen consumptie en het overige deel verkopen ze op de lokale markt. Op hun veld, 50 acres groot, groeit maïs, pindanoten, erwten, bonen en katoen. Mary verkoopt de zaden van deze gewassen op de markt, maar dat wordt steeds moeilijker. Ze moet immers de concurrentie aangaan met de grote zaadbedrijven, die aan een lagere productieprijs hybride zaden produceren en verkopen. Mary vreest dat als haar regering de EPAs ondertekent, er nog meer goedkope import volgt. Maar zijn die lage prijzen dan niet in het voordeel van de armsten?
“Nee”, zegt Mary, “want als we de goedkoop ingevoerde producten verkiezen boven ons eigen voedsel, komen we in een spiraal van armoede terecht. De boeren hier moeten hun producten kunnen verkopen om inkomen en koopkracht te genereren. Bovendien willen we onze eigen traditionele gerechten kunnen blijven eten.”
Mary is een van de bestuursleden van ESAFF in Zambia, de East and Southern Africa Farmer Federation, een regionaal netwerk van boerenorganisaties in Oost- en Zuidelijk Afrika die hun krachten verenigen om de kleine boer en boerin een stem te geven. “We moeten onze regering ervan overtuigen om de EPAs in hun huidige vorm niet te ondertekenen. Onze ministers en parlementsleden moeten inzien dat de kleine boeren hier het slachtoffer van zullen zijn. En vooral de kleine boerinnen, want het zijn vooral de vrouwen die voor de voedselproductie verantwoordelijk zijn.” ESAFF tracht via workshops en informatiesessies boeren bewust te maken van de gevolgen van deze handelsakkoorden. Via de mobilisatie van boeren en door hun boodschap via de pers te verspreiden, hopen ze gehoor te krijgen bij hun beleidsmakers.
“De handel tussen de Afrikaanse landen zelf moet beter uitgebouwd worden”, vindt Mary. “Dat is wel positief, omdat onze productiekosten vergelijkbaar zijn. Zambia zou bijvoorbeeld grote pindanoten naar Botswana kunnen exporteren, waar ze die niet hebben. Het zou ook goed zijn als we een toegevoegde waarde aan het product kunnen geven, van pindanoten kan je bijvoorbeeld boter maken. Maar voorlopig kan het nog niet, omwille van de tariefbarrières tussen Zambia en Botswana en het gebrek aan machines om toegevoegde waarde te creëren.”
Opgetekend door Saartje Boutsen, Vredeseilanden, op het Wereld Sociaal Forum in Nairobi.