ACLVB – Liberale V ...
PROTOS terug operati ...
Pleidooi voor gebouw ...
Jeruzalem: wat staat ...

"Twenty years ago, Jerusalem was 70 percent Jewish and 30% Arab, which is the government's goal. Today, the relation is around 65% to 35%, which constitutes a strategic threat to Jerusalem." (Nir Barkat, Mayor of Jerusalem, 12 januari 2010)
In 1967 valt Israël de Westelijke Jordaanoever binnen en de facto ook Oost-Jeruzalem. Door het westelijke deel van de stad te annexeren, krijgt Israël er 70 km2 bij, die het afneemt van de Westelijke Jordaanoever. In de stad met de nieuwe grenzen leven dan 66.000 Palestijnen.
Deze Palestijnen wonen er, hebben er hun velden, hun huizen, hun scholen, hun winkels, op geannexeerde grond die vanaf dan deel uitmaakt van Jeruzalem, de stad die Israël als zijn hoofdstad beschouwt. In 1967 vertegenwoordigen de Palestijnen 25% van de inwoners en de joodse Israëli’s 75%.
Het Israëlische beleid in Jeruzalem is gepland en beantwoordt aan specifieke doelstellingen. De plannen die Israël met Jeruzalem heeft, zijn het voorwerp van studies, die publiekelijk worden geciteerd door de pers, de burgemeester van Jeruzalem of de Israëlische Eerste Minister.
Het meest recente plan, “Jerusalem Master Plan 2000”, werd in september 2004 opgesteld door een bureau van Israëlische stedenbouwkundigen op vraag van de Israëlische autoriteiten en Jeruzalem. Het houdt verschillende doelstellingen in voor een “ideale” ruimtelijke ordening van het territorium. Deze ordeningen moeten onder andere toestaan om een bepaalde demografische verhouding te behouden ten voordele van de Israëlische joden. Meer bepaald moet het de contouren tekenen van een beleid waar de inheemse bevolking niet meer dan 30% van de stedelijke bevolking zou tellen: 30% Palestijnen en 70% joodse Israëli’s op 950.000 inwoners die de stad zou moeten tellen in 2020.
Vandaag maakt de Palestijnse bevolking 34% uit van de totale bevolking en haar groeipercentage ligt driemaal hoger dan die van de joodse bevolking. Als de demografische tendensen zich voortzetten, verwachten de auteurs van het plan dat de Palestijnen 40% zullen uitmaken van de bevolking van Jeruzalem in 2020.
Als Israël een joodse meerderheid in de stad wil behouden, zal de regering volgens het plan aangepaste maatregelen moeten treffen om te komen tot de 70-30-verhouding door de “variabelen te forceren”. Het plan beperkt zich tot voorstellen om bestaande kolonies te ontwikkelen en uit te breiden in het oostelijke deel van de stad, bijvoorbeeld door Palestijnse wijken te transformeren (zoals de Silwan-wijk) in een joods archeologisch park (de stad van David).
Om het project te realiseren die de natuurlijke demografische “variabelen forceert”, worden er verschillende acties ondernomen tegen de Palestijnse bevolking, zoals het slopen van Palestijnse huizen, sluitingen van Palestijnse scholen, inbeslagname van grond, het intrekken van woonvergunningen… Het leven van 200.000 Palestijnen in Jeruzalem is bijna onmogelijk geworden, 75% onder hen leeft onder de armoedegrens.
Ook al trekken sommige Palestijnen weg uit Jeruzalem, blijft de meerderheid zich verzetten. Ze organiseren concerten, ze kamperen tegenover hun huizen die ingenomen werden door kolonisten, ze organiseren buitenschoolse activiteiten voor hun kinderen, ze weigeren de stad te verlaten, en zoals de laatste dagen, verzetten ze zich fysiek tegen de bezettingsmacht… Deze Palestijnse weerbaarheid bedreigt de verwezenlijking van het Israëlische plan en wordt dus onderdrukt door de bezettende ordetroepen.
De sluiting van het Nidal Center (beheerd door HWC, een partnerorganisatie van intal) door het Israëlische leger in juli 2009, en de repressie van de laatste dagen resulteren niet in een strijd tussen twee gemeenschappen maar in een strijd tussen een bezette bevolking en een bezettende staat.
Foto: activestills.org