Kindslaafjes zwermen ...
Kleding schenken aan ...
Kledingindustrie Mau ...
Klein success met Ja ...
Ik werk bij de organisatie Capad. Die verenigt verschillende boerenorganisaties in zowat heel Burundi. Onze taak is om hun belangen te verdedigen bij de overheid. In totaal zijn zo'n 21.000 boerenfamilies aangesloten. 10% daarvan zijn vrouwen. Dat is niet verwonderlijk, want tijdens de oorlog van de jaren '90 zijn veel mannen omgekomen. Zij hebben evenwel niet makkelijk, want zij kunnen zelf geen land bezitten. Ze bewerken de grond die van hun man is.
Wij ijveren al jaren voor het optrekken van het nationale budget voor de landbouw. De overheid moet investeren in goed zaaigoed en materiaal, als de Burundese boeren moeten kunnen concurreren met de producten uit de buurlanden. Dit jaar konden wij en verschillende andere boerenorganisaties dat samen met 11.11.11 doen. Die gemeenschappelijke campagne heeft volgens mij zeker haar vruchten afgeworpen. Zo kreeg ik de kans om in het parlement het probleem van de Japanse rijst aan te kaarten.
Met de voedselcrisis vorig jaar werd een grote hoeveelheid Japanse rijst ingevoerd. Precies geteld 5.680 ton witte rijst. Dat komt overeen met 11% van de totale lokale productie. Een beetje vreemd trouwens, want Japan heeft helemaal geen rechten om rijst uit te voeren naar Burundi. In feite ging het om rijst uit Amerika, bestemd voor Japan.
De lokale boeren waren hiervan echter de dupe. De Japanse rijst was van betere kwaliteit, maar werd op de markt aan dezelfde prijs verkocht. Het gevolg laat zich raden: de boeren kregen hun rijst niet meer verkocht.
Nog steeds ligt zo'n 3.500 ton rijst in opslagplaatsen.
De boeren moesten hun prijs serieus laten zakken. Ze maakten grote verliezen, tot wel 145 Burundese frank per kilo. Dat heeft zware gevolgen voor de families. Zij hebben het geld broodnodig, niet alleen om hun gezin te onderhouden, maar ook om de kredieten terug te betalen. Omdat ze niet voldoende geld hadden hebben veel boeren dit jaar niet meer in rijst kunnen investeren. Sommigen hebben zelfs hun grond moeten verlaten.
Toen ik hierover sprak, sloeg dat in als een bom. Blijkbaar waren de parlementairen zelf niet op de hoogte van de invoer van de Japanse rijst!
Wel hebben ze onverwacht snel actie ondernomen. Het parlement stelde een hogere prijs vast voor de Japanse rijst dan voor de rijst van de lokale boeren. Een succes, zeker en vast, ik ben erg blij dat de overheid naar de boeren heeft geluisterd en hen hierin heeft gesteund.
Toch is dit niet voldoende voor Capad. De organisatie wil dat er een controle komt op de invoer van rijst, zodat iets dergelijks zich in de toekomst niet meer kan voordoen. Ook wil ze dat er controle komt op genetisch gemanipuleerde rijstvariëteiten.
Ik ben er bovendien rotsvast van overtuigd dat Burundi de mogelijkheden heeft om voldoende rijst te produceren om de eigen bevolking te voeden. Jaarlijks wordt zo'n 75.000 ton rijst verbouwd, dat staat gelijk aan 48.000 ton gepelde rijst. Als de overheid meer zou investeren, zouden de boeren zelfs twee oogsten op een jaar kunnen hebben.