Wat zijn ontwikkelin ...
Water halen is vrouw ...
Water, de impact van ...
Water op het spel in ...
Toegang van de armste bevolkingsgroepen tot drinkbaar water en sanitaire voorzieningen is een van de eerste prioiriteiten van de republiek Benin op het vlak van armoedebestrijding. Millenniumdoelstelling 7 wil het aantal mensen dat geen toegang heeft tot drinkbaar water met de helft verminderen. Volgens mij is dit één van de belangrijkste doelstellingen omdat ze raakt aan het leven en de menselijke waardigheid.
Eind 2005 wijst een evaluatie uit dat er een grote kloof is tussen de te halen doelstelling en de situatie op dat ogenblik. De nationale strategieën moeten dringend aangepast en alle nationale en lokale actoren betrokken.
Benin kan wat deze millenniumdoelstelling betreft nog op het appel zijn in 2015 als de overheid voldoende investeert in deze twee sectoren op het vlak van mensen, techniek en financies. Maar toch is er reden tot ongerustheid. Want de uitvoering bij de actoren blijft achter, de ontwikkeling van een uitvoerend orgaan loopt achterstand op evenals de besluitvorming door lokale raden.
Tussen beloften en realiteit…
Het laatste jaaroverzicht van de sector water en sanitaire voorziening van mei 2006 heeft een daling aangetoond in de belangrijkste indicatoren voor rurale watervoorziening :
Manklopende overdracht van bevoegdheden naar lokaal niveau
Als je naar het wettelijk kader kijkt zie je dat Benin zich – in theorie althans- volop geëngageerd heeft in een proces van decentralisatie en deconcentratie. Maar in de realiteit wordt de decentralisatie die aan de gang is sinds 2002 niet gevolgd door de versterking van een lokale beleidsstructuur en beslissingsmacht van de lokale raden. De donoren en de staat aarzelen om het domein ‘water en sanitatie’ toe te vertrouwen aan de gemeenten. Onder voorwendsel dat deze laatste niet voldoende zijn uitgerust blijft de staat bijna alle projecten op vlak van water en sanitaire voorzieningen opvolgen. Natuurlijk speelt hier het element financiële macht. De markt voor putboringen, putten en waterleidingen is niet alleen interessant voor de bedrijven maar ook voor zij die toewijzen en opvolgen...
Nochtans heeft een recente door Nederland gefinancierde studie uitgewezen dat er in zekere mate bevoegdheden kunnen en zouden moeten overgedragen worden aan de lokale besturen. Dat betekent een herschikking van bevoegdheden doorvoeren en goede afspraken maken.
Centraliseren is in deze materie nochtans riskant. Eens een waterpunt geïnstalleerd is moeten de dorpelingen hun plan trekken voor onderhoud en beheer. De gemeente zou wel een rol kunnen spelen in de installatie en de opvolging van het waterpunt. Dat bouwt verder op de erkenning van de gemeente als wettelijke eigenaar van het waterpunt. En de gemeente moet beschikken over de technische en financiële middelen om een goed beheer mogelijk te maken.
Water als koopwaar
Alhoewel de sociale waarde van water wel wordt erkend primeert in de feiten de economische waarde ervan. De verkoop van water moet alle kosten dekken van exploitatie tot vernieuwing van installaties. De staat heeft zich teruggetrokken uit het beheer van de waterpunten maar de gemeenten kunnen de bevoegdheid niet overnemen- omdat de middelen niet zijn overgeheveld. Er is ook geen enkele solidariteitsmechanisme tussen gebruikers onderling en tussen gemeenten.
Dat heeft tot gevolg dat de financiële inspanning voor een huishouden in het noordwesten, een van de armste regio’s- met verspreide bewoning, drie tot vijf keer hoger is dan voor de bewoners van kleine agglomeraties in het zuiden.
In die arme regio’s leven de boeren grotendeels van overlevingslandbouw en ze hebben zeer weinig geld. Toch moeten de boerinnen op het eind van het droge seizoen, als de oogst op is en de gewone bronnen droog staan, water zien te kopen om te overleven.
Nieuwe wegen
Andere mechanismen om beheer, onderhoud en vernieuwing te financieren moeten ontwikkeld worden. Solidariteit tussen gebruikers moet bijdragen tot de watervoorziening in arme regio’s. De staat en de gemeenten moeten instaan voor een goede ondersteuning van de ‘watercomités’ met extra ondersteuning in de arme regio’s. En ook de internationale solidariteit moet gericht zijn op de verbruikersorganisaties en ondersteuning van de gemeenten - zodat die deze vitale sectoren zelf in handen kunnen nemen.
Armand HOUANYE
Coördinator van het Nationaal Water Partnerschap