Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype

WTO-dossier: De onderhandelingen tot juli 2004

Aangebracht door 11.11.11 op za 27 sep 2003


1. Wat vooraf ging: van Uruguay Ronde tot Doha Ronde
Voorlopige tussenstand van de Doharonde nog altijd in het voordeel van het Noorden
Op 1 augustus 2004 om 0u30 bereikte de Algemene Raad van de WTO na een verlenging van meer dan 24u een tussentijds akkoord. Maanden op voorhand was dit zogenaamd “Julipakket” (“July package”) aangekondigd als de laatste kans om de Doha Ronde, na de mislukking van Cancun, terug recht te trekken. Het Julipakket werd vooral in het Noorden op gejuich onthaald.

2. De Doha-agenda geraakt in het slop
Ondanks de ronkende benaming die de rijke landen in 2001 aan de Doharonde gaven, “de Doha Ontwikkelingsagenda (of DDA)”, kwam er van toegevingen aan de ontwikkelingslanden niet veel terecht. Al de datums die waren afgesproken voor het bereiken van tussentijdse resultaten verstreken zonder enige vooruitgang.

3. De inzet en mislukking van Cancun
Tegen de tijd dat de vijfde ministerconferentie van september 2003 in Cancun in zicht kwam zat de Doharonde helemaal in het slop. De rijke landen beslisten om het werkprogramma te vernauwen tot de belangrijkste thema’s en de ambities voor de ministerconferentie te verlagen tot het bereiken van enkele kaderakkoorden zonder concrete cijfers en percentages. Maar ook daarover werd in Cancun geen akkoord bereikt. De conferentie mislukte en bracht de Doharonde helemaal tot stilstand.

4. Negen maanden zwalpen na Cancun
Van september 2003 tot juli 2004 stopte men alle energie in het reanimeren van de ronde. De Algemene Raad van einde juli 2004 werd door de rijke landen naar voor geschoven als de laatste kans om de ronde terug op het spoor te krijgen: in het najaar zou de Europese Commissie immers van samenstelling veranderen en nadien zouden de VSA helemaal in de ban zijn van hun presidentsverkiezingen. Pas tegen het voorjaar van 2005 zou er terug onderhandeld kunnen worden. Ondertussen zou sinds Cancun meer dan anderhalf jaar verspild zijn en de Doharonde helemaal verloren zijn gegaan.

5. De WTO laat zich weer van zijn slechtste kant zien in Geneve
De Algemene Raad van eind juli 2004 had dus op zijn minst een pakket beslissingen moeten opleveren die men in Cancun had willen bereiken: van het “Julipakket” hing het voortbestaan van de ronde af en wie weet zelfs van de WTO!

De zorgvuldig opgebouwde druk deed in Geneve wat “11 september” deed in Doha: geen enkel land durfde zich laten kennen als spelbreker en zoveel op het spel te zetten. Het Julipakket kwam er uiteindelijk in de nacht van 1augustus, na opeenvolgende uitputtende marathonzittingen en verlenging van de Raad. De WTO en de Ronde waren gered! Maar de ontwikkelingslanden bleven in grote mate op hun honger zitten.

 

Het “Julipakket”
De belangrijkste beslissingen van het Julipakket gaan over landbouw, industriële tarieven en de “Singapore issues”. Verder staan er nog een hele reeks niet bindende voornemens in (vooral over specifieke ontwikkelingsdossiers) en een nieuwe reeks richtdatums.

Landbouw
Het Julipakket laat de rijke landen in praktijk toe om volop gebruik te blijven maken van subsidies. De dumping van gesubsidieerde landbouwproducten op de wereldmarkt kan blijven doorgaan, ook al bevat het Julipakket een akkoord over de afschaffing van directe exportsubsidies en de vermindering van andere vormen van exportondersteuning.

Op vlak van markttoegang of de vermindering van invoerbeperkingen is het akkoord vaag en zullen er nog véél onderhandelingen nodig zijn. Het voorstel van de EU en de VSA van augustus 2003 dat ontwikkelingslanden scherpe tariefverlagingen had opgelegd, is vervangen door een vagere formulering. Er worden “kwetsbare” producten ingevoerd voor alle WTO-leden en “speciale” producten voor ontwikkelingslanden, die meer zullen mogen beschermd worden. Maar ook hier blijft de tekst vaag over hoe en wat.

Industriële tarieven
Eigenlijk is de juiste term “niet-landbouw tarieven” en vallen visserij, bosbouw en mijnbouw hier ook onder wat meteen belangrijke vragen doet reizen over de milieu-impact van dit onderhandelingsthema.
In Cancun lag een tekstvoorstel op tafel van de rijke landen om scherpe tariefverlagingen door te voeren. Ontwikkelingslanden hebben zich daar altijd hard tegen verzet omdat ze vinden dat hun industrie zwakker staat en meer bescherming nodig heeft. Toch is deze tekst terug opgenomen in het Julipakket. Ontwikkelingslanden zijn er alleen in geslaagd een inleidende paragraaf toe te voegen waarin staan dat bepaalde aspecten nog verder moeten uitgeklaard worden. Of hen dat zal redden is zeer de vraag.

Singapore Issues
De industrielanden zijn minder vasthoudend geweest voor wat betreft de zogenaamde “Singapore Issues” (investeringen, overheidsaanbestedingen, concurrentieregels en vereenvoudiging van douaneformaliteiten). Industrielanden onder leiding van de EU wilden de WTO-bevoegdheden met deze domeinen uitbreiden en er onderhandelingen over beginnen. Ontwikkelingslanden hebben zich daar altijd tegen verzet. Nu zijn de eerste drie thema’s eindelijk van de Doha-agenda geschrapt. Met een bang hartje hebben ontwikkelingslanden wel onderhandelingen moeten aanvaard over de vereenvoudiging van de douanetarieven. Ze zijn erg bevreesd voor de kosten die dit met zich mee gaat brengen en de sancties die de WTO- kan uitspreken als ze hun verplichtingen niet kunnen uitvoeren.
De geruststellingen hierover door de rijke landen zijn niet erg sluitend.


'Goede' voornemens en katoen
Een groot deel van het Julipakket bestaat eigenlijk uit allerlei voornemens die niet echt bindend zijn. Hieronder vallen helaas ongeveer alle specifieke ontwikkelingsdossiers, ook het meest acute, namelijk het katoendossier.

Er komt geen snelle vermindering laat staan afschaffing van de subsidies die industrielanden, en vooral dan de VSA, geven aan hun katoenproductie. Honderdduizenden kleine katoenboeren in West-Afrika zullen die oneerlijke concurrentie blijven voelen. Het enige wat de Afrikaanse katoenproducerende landen, die dit dossier in 2003 bij hoogdringendheid op de agenda hadden gezet, hebben verkregen is de oprichting van een subcommissie en de verwijzing naar andere internationale instellingen. Hopelijk komen daar toch nog ooit bijkomende financiële middelen uit om de Afrikaanse katoenboeren bij te springen.


Speciale behandeling van ontwikkelingslanden (SDT) en implementatie

Ontwikkelingslanden vragen al sinds 1999 dat de bestaande WTO-akkoorden zouden worden herzien en bijgeschaafd. Er staan daar een groot aantal artikels in die ontwikkelingslanden “special and differential treatment” beloven, dat wil zeggen een bijzondere behandeling die rekening houdt met hun beperkingen en noden, maar waar nooit veel van gekomen is. Ook bij een hele boel andere artikels in de bestaande akkoorden zijn er problemen van uitvoering (of “implementation”) die zouden moeten uitgeklaard worden. Industrielanden hebben deze twee dossiers altijd op de lange baan geschoven. Ook nu weer.


Nieuwe richtdatums en GATS
Het Julipakket bevat een aantal nieuwe richtdatums. De belangrijkste hebben betrekking op de volgende ministerconferentie (zie verder) en de liberalisering van de dienstensector (GATS).
Het Julipakket zegt dat alle WTO-leden tegen mei 2005 een “verbeterd” GATS-aanbod moeten neerleggen. Tot nu toe hebben nog maar een veertigtal WTO-leden een eerste GATS-aanbod gedaan. Vooral het aanbod van de ontwikkelingslanden ontbreekt nog. Nu er een nieuwe richtdatum is zullen de ontwikkelingslanden onder druk komen te staan om toezeggingen te doen in de liberalisering van hun dienstensector.


Het Julipakket komt tegemoet aan een aantal offensieve belangen van de rijke landen: vooral in de niet-landbouwsector en in Gats, minder in de landbouw en de Singapore issues.


Ontwikkelingslanden hebben in hun offensieve belangen minder gescoord: geen substantiële verandering in de landbouwsubsidies, ook niet voor katoen, geen vooruitgang in de herziening van de bestaande akkoorden, geen sterke vermindering van een aantal hoge landbouwtarieven van de rijke landen.

Ontwikkelingslanden hebben wel (voorlopig) enkele zaken kunnen afweren: scherpe tariefverlagingen in de landbouw en drie Singapore Issues. Er worden voor hen in de landbouw ook een bijzonder bescherming mogelijk via de invoering van “speciale producten”, maar in ruil krijgen de rijke landen eveneens “kwetsbare producten”.

Conclusie:
ontwikkelingslanden krijgen in de WTO nog altijd weinig gedaan, al lukt het hen iets beter om zaken af te weren. Toch heeft het Noordelijk offensief opnieuw grond gewonnen en zal het nog een harde strijd zijn om een verdere opmars tegen te houden.




Op weg naar Hong Kong
Het Julipakket bevat ook de plaats en de datum voor de volgende ministerconferentie: december 2005 in Hong Kong. Volgens sommige industrielanden moet de Doharonde tegen die tijd ook afgerond zijn, zodat de conferentie met slechts één jaar vertraging de laatste beslissingen kan nemen.

Maar of dat zal lukken is nog zeer de vraag. Het Julipakket is al bij al slechts een kaderakkoord. Veel van de beslissingen moeten nu nog verder uitgewerkt worden; er moeten concrete cijfers komen, concrete modaliteiten, enz. Dit is niet zomaar een technische aangelegenheid. Veel formuleringen in de tekst zijn nog erg vaag en dubbelzinnig en Noord en Zuid hebben er al verschillende interpretaties aan gegeven. Sommige formuleringen zijn gewoon bewust vaag gehouden om toch maar een akkoord te bereiken en zo het signaal te kunnen geven dat de Doharonde terug op het spoor staat. Het Julipakket heeft over een heleboel thema’s bovendien helemaal geen substantiële beslissing genomen: implementatie, SDT, TRIPS, milieu, bescherming voor traditionele benamingen, enz.

Stel trouwens dat het waar is wat de industrielanden tot nu toe beweerden, namelijk dat de aflossing van de Europese Commissie en de Amerikaanse presidentsverkiezingen de onderhandelingen zullen vertragen, dan is de Doharonde tegen december 2005 nog lang niet klaar.

Maar dat is niet zo belangrijk. Het is veel belangrijker dat de ontwikkelingslanden de tegenslag van het Julipakket terug kunnen ombuigen, dat het Noorden echt ophoudt met het dumpen van hun gesubsidieerde landbouwproducten en meer markttoegang biedt, dat het Zuiden niet meer moet liberaliseren dan goed voor haar is en dat de platte commercie de publieke dienstverlening niet overneemt.

Laatste aanpasssing op ma 14 dec 2009
Artikel 3810 keer gelezen

Gerelateerde info

Bibliotheek
Thema's

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell