Eén propere kassei maakt de lente niet

 kasseiweg

De ingestorte fabriek van Rana Plaza, de conflictmineralen in uw smartphone, de wantoestanden bij Apple en nu dus ook de Vlaamse kasseien. Slechte arbeidsomstandigheden zorgen gelukkig nog steeds voor publieke verontwaardiging.

De spectaculaire verhalen die ons bereiken vormen jammer genoeg slechts het topje van de ijsberg. Kinderkopjes uit India? In het land zijn 4,35 miljoen kinderen tussen 5 en 14 aan het werk. Op wereldschaal gaat het over 217 miljoen werkende kinderen. Twintig keer België. Om ziek van te worden.

In onze verontwaardiging vergeten we wel eens dat kinderarbeid bestaat omdat de ouders onvoldoende middelen en bestaanszekerheid hebben. Twee roepie per steen of 3 eurocent betekent een daginkomen van 3 euro voor 100 gekapte stenen. Veel te weinig om kinderen op te voeden en dus worden ze vaak mee ingeschakeld.

Ook als het loon wegvalt door ziekte of andere omstandigheden, zijn de kinderen letterlijk levensnoodzakelijk: 73% of 5 miljard mensen beschikt niet over fatsoenlijke sociale bescherming.

Maar er is ook de zijde van de kinderen: als kinderen slecht of geen onderwijs krijgen zullen noch zij noch hun ouders gemotiveerd zijn om ook effectief naar school te gaan. Dàt zijn de grondoorzaken van kinderarbeid. Een moderne ontwikkelingssamenwerking moet daarom werk maken van een structurele aanpak: waardig werk en sociale bescherming voor iedereen. Dat is een dringend werk van lange adem.

Daarop kunnen die kinderen vandaag niet wachten. Steenkappen is zwaar en gevaarlijk werk dat hun gezondheid en hun ontwikkeling in gevaar brengt. Zowel de IAO-conventie 138 over de minimumleeftijd om te werken en conventie 182 over de ergste vormen van kinderarbeid laten er geen twijfel over bestaan: dit is absoluut verboden. India heeft geen van beide IAO-conventies geratificeerd, maar zowel de Indiase grondwet als andere nationale wetten verbieden kinderarbeid en maken vervolging mogelijk.

Het is dan ook hallucinant dat de sector in kwestie in De Standaard verklaart dat ze al langer ‘het vermoeden’ van kinderarbeid hebben maar er ‘als sector nooit iets aan gedaan hebben’.

Een sector die zichzelf au serieus neemt, zet alles in het werk om bij zijn aannemers én onderaannemers de minimumnormen van de Internationale Arbeidsorganisatie af te dwingen. In de contracten die ze afsluiten én met gerichte controles. Dat kan perfect op de korte termijn, in samenwerking met lokale organisaties. Vaak gaat het immers over informele sectoren waar misbruik veel makkelijker voorkomt,  waardoor het cruciaal is om met lokale vakbonden, sociale bewegingen en  ngo’s samen te werken. Zij spelen een cruciale rol als waakhond en bemiddelaar.

Een ander succesvol middel is certificering.  Dat werkt goed in een aantal sectoren. Zo is er de ‘schone kleren campagne’, waarin een aantal kledingketens meewerken. Bel&Bo en JBC zijn twee grote Belgische kledingbedrijven die officieel lid zijn van de Fair Wear Foundation. Een organisatie die productiefabrieken controleert en kledingbedrijven begeleidt in hun proces naar ‘schone kleren.’ Wat belet de kasseisector om ook zo’n initiatief te nemen?

Dat kan vrijwillig, maar de ervaring leert dat we daar onvoldoende ver mee springen. Veel beter zijn bindende gedragscodes die voldoende verregaand zijn. En belangrijk: de volledig sector moet aan die normen voldoen. Zo niet zijn ze gemakkelijk te omzeilen door het product verder de keten in de duwen. Daarom ook zijn controles op toeleveranciers belangrijk. Afnemers moeten voorwaarden kunnen stellen en meewerken (en dus ook betalen) voor controle en certificering.

En laat ons de grootste open deur van allemaal niet vergeten: de kostprijs. Een steen die drie keer zo weinig kost als een andere, daar is iets mis mee. De mensen die ze kappen hebben recht op een eerlijke prijs, waar ook ter wereld. Betaal die gewoon.

De undercover reportage van De Standaard en het werk van zowel Belgische als internationale ngo’s verdienen grote waardering omdat ze de excessen van een gebrek aan waardig werk en sociale bescherming blootleggen.

Laat ons hopen dat de publieke verontwaardiging die ze terecht uitlokken ook leidt tot structurele maatregelen. In de eerste plaats en op korte termijn voor de kinderen in kwestie. Maar – en hier draai ik de redenering weer om - dat is quasi onmogelijk zonder ook op langere termijn veel meer middelen te pompen in een ernstig sociaal beschermingssysteem en waardig werk voor iedereen. Dat is geen kwestie van liefdadigheid, maar van rechtvaardigheid. Een prima leidraad voor een moderne ontwikkelingssamenwerking.

Bogdan Vanden Berghe

pleister fluogroen

20 organisaties – ngo’s, vakbonden en mutualiteiten – maken zich ernstig zorgen en slaan de handen in elkaar voor een gezamenlijke campagne 'sociale bescherming voor iedereen', die 2 jaar zal duren: 2015-2016.

Wereldsolidariteit en Fos-socialistische solidariteit voeren in het voorjaar campagne. Anderen volgen. Ook 11.11.11 doet mee met zijn najaarscampagne.

www.socialebescherming.be

11.11.11 DOOR:

Deze opinie verscheen in De Standaard op 19/05/2015

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels