Labelling van Israëlische nederzettingenproducten: Mission Impossible

640 px mad in illegality

De identificatie van Israëlische nederzettingenproducten wordt steeds meer een "mission impossible". Nieuwe onthullingen tonen hoe de EU en de douanediensten van EU-lidstaten er sinds 2013 niet of nauwelijks in slagen nederzettingenproducten correct te identificeren. Het hele Europese labellingsysteem van nederzettingenproducten wordt zo een lege doos, waardoor illegale nederzettingenproducten in de praktijk beloond worden met Europese handelsvoordelen.

Eind september 2017 kregen verschillende media via een vrijheid van informatie-verzoek toegang tot EU-documenten. Hieruit bleek duidelijk dat de EU in de praktijk niet in staat is om nederzettingenproducten correct te identificeren.

De documenten brengen verslag uit van een ontmoeting op 22 juni 2017 tussen de Europese Ambassadeur in Tel Aviv, Lars Faaborg-Andersen, en de Israëlische minister van Economie en Industrie Eli Cohen. Op de agenda: de correcte uitvoering van het "Technisch Akkoord" (TA) tussen de EU en Israël in 2005. Dit TA bepaalt dat Israël de plaats van productie en postcode van Israëlische producenten vrijgeeft aan de EU. Daardoor kan de EU een lijst opstellen van nederzettingenproducten, die vervolgens uitgesloten worden van de preferentiële handelstarieven die Israël geniet onder het EU-Israël Associatieakkoord.

De Israëlische douaneautoriteiten zijn vervolgens verantwoordelijk voor het afleveren van een certificaat voor preferentiële toegang van het product tot de Europese markt. In de praktijk maakt de Israëlische douane echter niet of nauwelijks het onderscheid tussen Israëlische producten en nederzettingenproducten, en stuurt deze grotendeels als "Made in Israël" naar Europa.

Mission impossible

In de vrijgegeven Europese documenten wordt beschreven hoe Israël al sinds 2013 een nieuw systeem van 7-cijferige postcodes hanteert (in plaats van de vroegere 5 cijfers). De Europese Ambassadeur in Tel Aviv stelt dat dit nieuwe systeem het 'onmogelijk' maakt voor de Europese delegatie om de correcte toepassing van het Europese labelling-systeem op te volgen. Europese suggesties om een eenvoudiger systeem te hanteren, worden door Israël geweigerd.

Israëlische nederzettingenproducten kunnen in de praktijk dus al sinds 2013 genieten van preferentiële handelstarieven. De EU kan zo niet voldoen aan haar verplichting onder internationaal recht om een illegale situatie (de nederzettingen) te erkennen en om geen enkele hulp of assistentie te bieden aan de instandhouding van die illegale situatie.

De import van nederzettingenproducten onder zo'n preferentieel tarief betekent ook dat er sprake is van frauduleuze douane-praktijken langs Israëlische zijde, waar de EU onmiddellijk een einde moet aan eisen. De correcte uitvoering van de Belgische (2014) en Europese (2015) richtlijnen over de labelling van nederzettingenproducten wordt quasi onmogelijk, waardoor Europese consumenten niet correct geïnformeerd kunnen worden over de juiste afkomst van een (Israëlisch) product.

Wat nu?

Het huidige Europese systeem van identificatie en labelling van Israëlische nederzettingenproducten faalt. Dringende actie is vereist als de EU en Europese lidstaten willen voldoen aan hun verplichting om de nederzettingen niet te erkennen en geen hulp of assistentie te bieden aan de nederzettingen.

De EU en EU-lidstaten moeten Israël onmiddellijk en publiekelijk waarschuwen dat de voortzetting van Europese handelsvoordelen aan Israëlische producten op het spel staat, als de Israëlische douane nederzettingenproducten blijft certifiëren als Israëlische producten. De EU moet ook zelf "on the spot" controles uitvoeren om te garanderen dat zo'n aangepaste procedures ook effectief worden toegepast. De Europese Commissie kan daarnaast een audit uitvoeren over de correcte toepassing van de Europese richtlijnen, terwijl DG Trade en Eurostat eindelijk statistieken moeten beginnen verzamelen over de Europese handel met de nederzettingenproducten.

Enkel op die manier kan verzekerd worden dat nederzettingenproducten niet beloond worden met Europese handelsvoordelen. De Europese handel met Israëlische nederzettingen (goed voor 5,4 miljard euro per jaar) is echter hoe dan ook illegaal en houdt de bezetting en annexatie van Palestina mee in stand. De EU en Europese lidstaten moeten daarom, net zoals ze in 2014 deden met producten uit de Krim, een algemeen importverbod instellen op nederzettingenproducten.

 

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels