Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


Wat de Belgische politici niet zeggen!

Aangebracht door APP (opgeheven 2008) op di 05 jun 2007

In het kader van de campagne tegen 40 jaar bezetting van de Palestijnse gebieden door de staat Israël, legde het Actieplatform Palestina (APP) aan 6 politieke partijen de volgende drie vragen voor:
• Welke analyse maakt u van “40 jaar bezetting van de Palestijnse Gebieden”?
• Welke stappen moeten gezet om uit de impasse te raken?
• Wat kan België individueel, binnen Europees verband, én ook nu het zetelt in de Veiligheidsraad, hiertoe bijdragen?

Ter gelegenheid van de prikactie van 4 juni '07 maakt het Actieplatform Palestina een analyse van de ingenomen standpunten.

Een eerste vaststelling: de kleinere partijen verwoorden hun standpunten helder. Ze nemen het internationaal recht als leidraad en schuwen kritiek op Israël niet. De grotere politieke formaties spreken zich uit voor een evenwichtige benadering en verschuilen zich daarachter. Alhoewel hun vertrekpunten aanvaardbaar zijn,  durven de partijen zich niet duidelijk uit te spreken en verzwijgen ze de essentie.. Ofwel blijven politici zeer oppervlakkig, uit schrik het evenwicht te verbreken, ofwel blijkt het beoogde evenwicht feitelijk naar één kant door te slaan, en Israël in de kaart te spelen.

De vraag is of een evenwichtige benadering wel gepast is in een conflict waar één partij, Israël, het grondgebied van de andere partij, de Palestijnen, al ruim 40 jaar bezet houdt! Als bezettende macht heeft Israël verregaande verplichtingen tegenover de Palestijnse burgerbevolking. Veel politici lijken dit echter te negeren uit angst om hun beoogde neutraliteit te verliezen. Hierbij gaan ze niet alleen voorbij aan het internationaal recht, dat daadwerkelijk een neutraal instrument is. Bovendien gaan ze ook voorbij aan de feiten op het terrein: de bouw van de Muur, de checkpoints, de nederzettingen, enz.

1) Analyse van “40 jaar bezetting”
In hun analyse van de problemen raken de partijen verschillende deelaspecten aan. Eén voor één geven we hier de kernidee weer, gevolgd door een bedenking van het APP.

Bekommernis om de humanitaire crisis
Onze politici zijn bekommerd om de barre omstandigheden waarin de meerderheid van de Palestijnen leven.

Deze noodsituatie vraagt terecht een humanitair antwoord van België en de Europese Unie (EU).
Tegen de achtergrond van de opschorting van de directe financiële steun aan de Palestijnse Autoriteit, willen we bij deze humanitaire hulp toch een vraagteken zetten. De toegenomen Europese humanitaire hulp kan niet beletten dat de moeizaam opgebouwde openbare instellingen en structuren de voorbije maanden ingestort zijn. De rol van de EU bij de opbouw van deze instellingen, net als bij de Palestijnse hervormingen, was cruciaal. Hiermee ondermijnt de EU haar eigen doel: de realisatie van een twee-statenoplossing. Bovendien onderkennen de EU en de lidstaten onvoldoende dat humanitaire hulp op lange termijn een maat voor niets is, als niet tegelijk wordt ingezet op een duurzame politieke oplossing! Laat ons hopen dat achter deze humanitaire bekommernis geen diepe onmacht schuilt om iets bij te dragen tot een fundamentele oplossing, op basis van het internationaal recht.

Veroordeling van geweld
Alle politieke partijen veroordelen het geweld.  Alle partijen tot het conflict moeten het internationaal recht naleven. Zoniet moet de internationale gemeenschap hier maatregelen toe nemen.. De internationale gemeenschap heeft te lang nagelaten om concrete stappen te zetten.

Wanneer de partijen zich uitspreken tegen het geweld van beide kanten, verwijzen ze vaak naar ‘extremistische krachten’, een verwijzing naar de aanslagen en beschietingen op Israëlische dorpen van Palestijnse gewapende groeperingen. Het structurele geweld van het Israëlische leger tegen  Palestijnse burgers wordt echter minder uitvoerig belicht. Dat getuigt van een onevenwichtige benadering. Nochtans hebben beide partijen de verplichting onder het internationaal humanitair recht om af te zien van geweld tegen burgers. Als bezettende macht moet Israël nog een stap verder gaan en zelfs instaan voor de bescherming van Palestijnse burgers. Het doet dit niet en stelt Palestijnen al jarenlang bloot aan extreem geweld. Mensenrechtenorganisaties zoals B’tselem tonen bovendien aan dat afgelopen jaar veel meer Palestijnse burgers werden gedood, onder meer omdat Israël geen wapenstilstand in acht hield.

We vrezen echter dat het stilzwijgen over het Israëlische geweld erop wijst dat onze politici ervoor terugdeinzen kritisch te zijn tegenover Israël. Hierdoor bestaat het gevaar dat ze het  Israëlische geweld herleiden tot een antwoord op geweld van Palestijnse kant. Deze interpretatie gaat voorbij aan het internationaal recht en het structurele geweld van de  bezetting.  Hierdoor verglijdt de nagestreefde evenwichtigheid naar éénzijdigheid en krijgt Israël de facto straffeloosheid.

Conflict tussen twee volken om grond
Verschillende politici stellen het Israëlisch-Palestijns conflict voor als een strijd tussen twee volken die aanspraak maken op hetzelfde land.

Deze analyse zet de deur op een kier om te concluderen dat beide partijen onder meer territoriale toegevingen zullen moeten doen.
Deze interpretatie miskent de fundamentele ongelijkheid tussen enerzijds Israël én anderzijds het Palestijnse volk. Israël is een autonome staat die meer dan 50 jaar geleden werd opgericht op 78% van historisch Palestina. Het  Palestijnse volk wacht al meer dan 50 jaar op de belofte op een  eigen staat. Israël is een militaire supermacht die weigert de eigen grenzen vast te leggen. Het Palestijnse volk, bij monde van de Palestijnse Bevrijdingsorganisatie PLO, heeft Israël wel erkend. Israël weigert echter de Palestijnse staat te erkennen binnen de grenzen van vóór 1967 en stelt dat het zich niet moet terugtrekken uit alle gebieden die het bezet. De internationale gemeenschap ontkent dit en baseert zich hiervoor op resolutie 242 van de VN-Veiligheidsraad en de bepaling uit het internationaal recht dat de annexatie van land door geweld illegaal is.

Respect voor het internationaal recht
Alle partijen zijn het erover eens dat het internationaal recht en de internationale verdragen de basis zijn voor een oplossing van het conflict. De tweestatenoplossing is de basis voor een duurzame vrede, die enkel via onderhandelingen tussen Israël en de Palestijnen kan bereikt worden. Eenzijdige maatregelen worden afgewezen.
Het  valt echter op dat onze politici weinig tot niets zeggen over de manier om het internationaal recht af te dwingen. Zelfs het woord “afdwingen” wordt niet door iedereen in de mond genomen. Integendeel, eerder pleitten verschillende politici ervoor om de relaties met Israël te versterken en het respect voor het internationaal recht los te koppelen van de bilaterale relaties tussen Israël en de EU.


Recht op Palestijnse staat / Erkenning van bestaansrecht van Israël

Het respect voor het internationaal recht is direct verbonden aan de tweestaten-oplossing. Alle partijen scharen zich achter de twee-statenoplossing, de enige internationaal-rechtelijke oplossing; dit impliceert de oprichting van een autonome Palestijnse staat naast Israël binnen de grenzen van 1967.

Over hoe de tweestatenoplossing moet afgedwongen worden, blijven de meeste partijen op de vlakte. Wat schuilt hier achter?
In feite meten vele politici met twee maten en gewichten. Dit kan uit de verwoording van verschillende politici afgeleid worden. Hamas wordt verweten dat het de vredesbesprekingen blokkeert door de drie eisen van het Kwartet naast zich neer te leggen, namelijk  het afzweren van geweld, de erkenning van Israël en het aanvaarden van de reeds afgesloten verdragen.
Onze politici komen op voor het recht van de Palestijnen op een eigen staat, maar zij koppelen daar niet uitdrukkelijk de consequentie aan dat Israël de bezetting moet opheffen, de grenzen van 1967 moet erkennen en de nederzettingen moet ontmantelen. Zo blijft de roep om een twee-statenoplossing een slogan, die uiteindelijk voorbijgestreefd zal zijn door de feiten op het terrein.


Een onderhandelde oplossing
Een duurzame vrede moet voortkomen uit onderhandelingen. Eénzijdige maatregelen van Israël kunnen op niet veel bijval rekenen.

Toch viel in het recent verleden op dat politici dit principe vlug laten varen, zoals bleek uit de minstens verwarde reacties op de eenzijdige Israëlische terugtrekking uit Gaza.  Enerzijds moedigde de EU de terugtrekking aan als een eerste stap naar vrede en anderzijds stelde ze dat unilateralisme geen oplossing is.

Politici beseffen dat het niet eenvoudig is om beide partijen samen rond de tafel te krijgen. Daarom hebben ze de neiging om zeer pragmatisch voor een “politieke oplossing” te kiezen en het internationaal recht opzij te schuiven Hiermee bedoelen ze dan dat er, zoals bij de terugtrekking uit de Gazastrook, geen druk op Israël kan worden uitgeoefend omdat dit contraproductief zou zijn. Het gevaar bestaat erin dat ze hiermee de strategie van Israël, nl. zich terug te trekken uit de dichtbevolkte Palestijnse steden en de nederzettingen versterken, de facto onderschrijven.

Creëren van een klimaat van vertrouwen
De algemene inschatting is dat er op dit ogenblik van echte vredesonderhandelingen geen sprake kan zijn; daarvoor is het wantrouwen te groot. Als eerste stap moeten Israël en de Palestijnen maatregelen nemen die het vertrouwen herstellen.

Natuurlijk moet er vertrouwen groeien, maar we mogen niet vergeten lessen te trekken uit het verleden. Werken aan vertrouwen heeft geen zin als er niet gelijktijdig en op korte termijn een reëel uitzicht op een duurzame oplossing wordt geboden. Toen Arafat Israël erkende, is Israël niet verder gegaan dan de erkenning van de PLO als gesprekspartner. Ook nu sanctioneert de internationale iemeenschap Hamas omdat het weigert Israël uitdrukkelijk te erkennen. Dezelfde internationale gemeenschap negeert dat een minstens even belangrijk signaal van de kant van Israël moet komen, nl. perspectief geven aan de Palestijnse verzuchting op een leefbare staat. Zolang de bezetting duurt, valt te vrezen dat er weinig vertrouwen van Palestijnse kant mag verwacht worden en dat extremistische tendensen hierop met succes blijven inspelen.

2) Rol van België en Europa

Een eigen Europees Midden Oostenbeleid
België mag zijn rol niet overschatten, klinkt het. België kan enkel iets betekenen binnen een Europese context . Iedereen beseft dat de stem van Verenigde Staten in het Midden-Oosten van doorslaggevend belang is. Daarom is er dringend nood aan een eigen Europees beleid tegenover de regio. Dit moet een tegenwicht tegen de VS bieden.

België in een voortrekkersrol?
Over de vraag in welke mate België een voortrekkersrol kan spelen, merken we duidelijk twee tendensen. De grotere partijen wijzen op de goede relaties die België zowel met Israël als met de Palestijnen onderhoudt, wat op zich reeds een prestatie is. Deze positie laat België toe om achter de schermen een actieve diplomatieke rol te spelen, door te ijveren voor meer samenwerking en door diplomatieke overlegkanalen te creëren.

Kleinere partijen zijn van oordeel dat België een duidelijke voortrekkersrol moet spelen. België moet binnen Europa en de Veiligheidsraad een agendapunt maken van het respect voor het internationaal recht. Bovendien moet België als individueel land een consequent beleid voeren en bijvoorbeeld de militaire samenwerking met Israël stopzetten.

Evenwichtige benadering glijdt af naar partijdigheid
Algemeen klinkt uit de verklaringen van de partijen een grote bekommernis naar evenwichtigheid. Men wil geen van beide partijen tegen de haren instrijken.

Nochtans stellen we vast dat de Palestijnen vrij gemakkelijk op hun verantwoordelijkheden worden gewezen; hoewel de verantwoordelijkheid van de Israëlische regering haast angstvallig onbesproken blijft. Hierdoor ontstaat een feitelijk onevenwichtige benadering. Het is net dit gebrek aan evenwicht dat het Belgisch en Europees beleid de voorbije jaren heeft gekenmerkt. Bovendien valt op dat de meeste partijen vermijden om concrete maatregelen voor te stellen.

3) Naar een coherent beleid
Israël, militair en economisch sterk, bezet al 40 jaar de Palestijnse Gebieden. Het breidt de nederzettingen steeds verder uit, bouwt een meer dan 600 km lange muur en ondermijnt de Palestijnse economie. Daartegenover staat dat de Palestijnen geen eigen staat hebben, onder bezetting leven, en totaal afhankelijk zijn van buitenlandse donoren.

Voor het APP moeten de VN-resoluties,  de mensenrechtenverdragen en het internationaal recht de uitgangspunten voor het Belgisch beleid zijn. De bezetting en de fundamentele ongelijkheid die hierdoor ontstaat, moeten erkend worden. . Blijkbaar hebben de meeste partijen het moeilijk om Israël een bezettende macht te noemen. Sommigen houden vast aan de stelling dat Israël de enige democratie in het Midden-Oosten is en daarom ook moet beloond worden met verdere integratie in de EU. Zij gaan hierbij niet alleen voorbij aan Israëls schendingen van het internationaal recht, maar ook aan het eigen Europese Gemeenschapsrecht.

Het Actieplatform Palestina dringt er bij onze toekomstige beleidsmakers op aan om dringend werk te maken van een coherent Midden-Oosten beleid.  De toenemende destabilisering van de regio, de onmacht en de onwil van de betrokken partijen vragen dringend een internationaal initiatief. Daarom vragen we  aan de volgende regering een coherent Midden-Oosten beleid uit te tekenen :

Het APP vraagt de nieuwe regering:

• Aan te dringen op een onmiddellijke en onvoorwaardelijke stopzetting van de bezetting en de kolonisatiepolitiek en op respect voor het internationaal recht.
Concreet gaat het over kwesties als de bezetting (Res. VN Veiligheidsraad 242 en 338), de bouw van de nederzettingen (Res. VN Veiligheidsraad 446 en 452), het statuut van Jeruzalem (Res. VN Veiligheidsraad 478), de Vluchtelingenkwestie (Res. VN Algemene Vergadering 194), de bouw van de Muur (A/RES/ES-10/15 van 20 juli 2004) en de Vierde Conventie van Genève inzake de bescherming van de burgerbevolking in oorlogstijd.

• Om België tijdens zijn lidmaatschap van de VN-veiligheidsraad nadrukkelijk te laten ijveren voor de naleving van de resoluties van de Veiligheidsraad.
De Senaat verwijst in een resolutie van december 2006 overigens naar die resoluties, als basis voor een regionale vredesconferentie voor het Midden-Oosten.

• Uitdrukkelijk te pleiten voor een ontmanteling van bestaande nederzettingen en het stopzetten van de uitbreidingen.

• De Uitspraak van het Internationaal Gerechtshof over de bouw van de muur te respecteren en erop aan te dringen dat Israël de bouw van de muur stopt en de al gebouwde delen in Palestijns gebied afbreekt.
Het advies van het Internationaal Gerechtshof stelt dat alle staten de plicht hebben om deze illegale situatie niet te erkennen en dat ze geen hulp mogen bieden bij de bouw van de muur. Dat laatste is belangrijk omdat er aanwijzingen zijn dat Europese bedrijven betrokken zijn bij de bouw van de muur.

• Politieke druk uit te oefenen en te pleiten voor de opschorting van het EU-Israëlisch Associatie-akkoord.
De EU is de belangrijkste handelspartner van Israël en kan druk uitoefenen op Israël. Ook België afzonderlijk is een belangrijke handelspartner. Economische belangen mogen niet langer primeren. Het Associatie-akkoord tussen de EU en Israël moet worden opgeschort zolang Israël de relevante bepalingen ervan schendt. In 2002 heeft het Europees parlement al gepleit voor opschorting van het Verdrag, na vaststelling van de Israëlische overtredingen ervan.

• Iedere vorm van wapenhandel of militaire samenwerking stop te zetten.
De Europese Unie, ook België, moet elke militaire samenwerking en wapenhandel met Israël stopzetten.

 

 


Artikel 1403 keer gelezen
Share/Bookmark

Elke organisatie is volledig verantwoordelijk voor de inhoud van haar bijdrage.
Deze bijdrage is niet noodzakelijk het standpunt van 11.11.11 - Koepel van de Vlaamse Noord-Zuidbeweging vzw.
Klik hier voor onze disclaimer

Gerelateerde info

Landen

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell