Venezuela geeft inhe ...
Ver van de onderhand ...
Verenigde Staten en ...
De vergeten priorite ...
In de aanloop naar de G8 schoof voorzitter Tony Blair twee prioriteiten naar voren : Afrika en de klimaatverandering. De reden voor de eerste keuze ligt voor de hand. De schrijnende toestand waar een groot deel van de Afrikaanse bevolking in leeft, mag de machtigen van de wereld niet koud laten. Enkele weken voor de top kondigden Blair en Bush de grootste schuldenkwijtschelding aller tijden aan. De voorbije dagen deden Bono en Bob met ‘Live8’ nog eens een serieuze schep bovenop de al indrukwekkende campagne ‘Make Poverty History’. De verwachtingen zijn nu zo hoog gespannen dat hier wel moet gescoord worden.
De keuze van de tweede prioriteit van Tony Blair was even terecht. Hij noemt de klimaatverandering : "waarschijnlijk de belangrijkste langetermijn uitdaging waar we als wereldgemeenschap voor staan". Ook het moment was goed gekozen: het jaar dat het Kyotoprotocol, tot spijt van wie het benijdt, van kracht wordt, en tegelijkertijd ook nog eens het jaar dat de onderhandelingen voor een opvolger van het zelfde Kyotoprotocol, dat loopt van 2008 tot 2012, worden opgestart.
Spectaculaire aankondigingen hierover van Blair en Bush zijn totnogtoe uitgebleven. In de voorbereidende onderhandelingen lagen de VS voortdurend dwars. Ondanks een gemeenschappelijke verklaring van alle wetenschapsacademieën van alle G8-landen (inbegrepen die van de VS) over de grote wetenschappelijke zekerheid over de klimaatverandering, blijven de VS weigerachtig om dit te onderschrijven. De spanning liep zodanig op dat een aantal Europese landen ermee dreigden een verklaring uit te brengen zonder het akkoord van de VS. Al die tijd haalde de klimaatprioriteit nauwelijks de pers. alle publieke aandacht ging naar ‘Afrika’. Dat is jammer, ook een beetje voor Afrika.
De G8 zijn met zo’n 14 % van de wereldbevolking verantwoordelijk voor 47 % van de uitstoot van broeikasgassen, terwijl de armste landen met een vergelijkbaar aandeel van de wereldbevolking samen nog geen honderdste van de broeikasgasuitstoot veroorzaken.
Bovendien zullen de armsten ter wereld het meest te lijden hebben van de klimaatverandering. Kwetsbare gemeenschappen, die voor hun overleven sterk van hun leefomgeving afhankelijk zijn, zullen geraakt worden in hun voedselvoorziening en hun watervoorziening en in toenemende mate getroffen worden door tropische ziekten, zonder dat ze hiertegen afdoend gewapend zijn.
De schuld die de industrielanden op zich laden door een ongebreidelde uitstoot van broeikasgassen is een veelvoud van wat nu in een gebaar van hypocriete edelmoedigheid – en onder stricte voorwaarden - wordt kwijtgescholden aan achttien landen, die de beste leerlingen in de klas van het ‘goed bestuur’ zijn.
Het is aan de industrielanden om zich eindelijk eens de goede leerlingen te tonen. In de opvolger van het Kyoto Protocol moet een serieus tandje bijgestoken worden inzake interne vermindering van de CO2-uitstoot. Dit betekent dat de manier waarop onze samenlevingen functionneren, grondig moet herdacht en bijgestuurd worden. Dit vereist een maatschappelijk debat en ingrijpende gedragswijzigingen. En dat is nog wel wat anders dan het kwijtschelden van een–voor de schuldeisers- beperkt pakket schulden. Misschien is het wel een goed idee om de ontwikkelingslanden te laten toekijken op de manier waarop industrielanden hun economieën verduurzamen, zoals de industrielanden nu controleren of ontwikkelingslanden wel de juiste economische maatregelen nemen.
Maar ook op internationaal niveau moet op alle mogelijke manieren samengewerkt worden om de klimaatverandering beheersbaar te houden. Internationale financiële instellingen en exportkredietverzekeraars kunnen hier een sturende rol spelen in de keuze van de projecten die ze ondersteunen. Voorlopig valt hier evenwel weinig van te merken. Alle industrielanden, ook België, moeten de ondersteuning van ‘fossiele’ projecten afbouwen ten voordele van projecten die inzetten op hernieuwbare energie.
Daarnaast is er ook een rol weggelegd voor ontwikkelingssamenwerking. De capaciteit van ontwikkelingslanden om om te gaan met en zich aan te passen aan de klimaatverandering moet versterkt worden. Hierover zijn binnen de klimaatonderhandelingen een aantal engagementen aangegaan tussen industrielanden en ontwikkelingslanden. Enkele landen, waaronder het Verenigd Koninkrijk van Tony Blair, doen terzake ook effectief inspanningen. Een meerderheid, waaronder België, vindt dit weinig prioritair en bewandelt verder de platgelopen paden.
Na veel druk geeft de G8 met de beloofde schuldkwijtschelding een beetje extra financiële ademruimte aan een deel van de armste landen, maar de tijd is blijkbaar nog niet rijp om het ontwikkelingsmodel van noord en zuid zodanig bij te sturen dat duurzame ontwikkeling ook op lange termijn kansen krijgt.