Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


Wat is de 'Lokale Agenda 21'?

Aangebracht door 11.11.11 op di 07 sep 2004


In 1992 organiseerden De Verenigde Naties een Conferentie in Rio over Milieu en Ontwikkeling (UNCED). Deze conferentie groeide uit tot een echte mijlpaal. De regeringsleiders gingen belangrijke verbintenissen aan die vastgelegd werden in de zgn Rio-verklaring, Agenda 21, de Verklaring inzake het behoud en beheer van bossen, het Raamverdrag inzake klimaatverandering en het Verdrag inzake biologische diversiteit.

In Agenda 21, het actieprogramma dat de principes van duurzame ontwikkeling concreet tracht te vertalen, is er een hoofdstuk gewijd aan lokale besturen, namelijk hoofdstuk 28. Lokale besturen worden daarin opgeroepen een eigen Lokale Agenda 21 op te stellen, in samenspraak met de bevolking.

Hoofdstuk 28 heeft op lokaal niveau een dynamiek in gang gezet die uitmondde in een eigen Lokale Agenda 21. De basisidee is dat door de kleine schaal van de gemeente en de geringe afstand tot de burgers, het lokale bestuur en middenveld het best geplaatst zijn om een pioniersrol te vervullen in de ontwikkeling en uitvoering van een duurzaamheidsbeleid . Het zijn dan ook vaak lokale besturen, ngo's en basisbewegingen die werk maken van een Lokale Agenda 21.

Het International Council for Local Ecological Initiatives, startte in opvolging van de UNCED-conferentie, een internationale campagne rond LA 21 die in Europa leidde tot het Charter van Aalborg (1994) waarin steden en gemeenten zich engageerden een LA21-proces op te starten.

Lokale agenda 21 is een lokaal actieplan voor duurzame ontwikkeling dat uiteindelijk moet geïntegreerd worden in bestaande beleidsplannen en programma's. Dit actieplan moet totstandkomen via een consultatieproces tussen overheid, burgers en relevante stakeholders. In Europa zijn er momenteel ruim 1500 gemeenten met LA 21 aan de slag. In landen als Zweden en Denemarken werken nagenoeg alle lokale overheden ermee. De invulling en de impact van een LA 21 verschilt van land tot land, van regio tot regio en zelfs van stad tot stad. Zo krijgen vele Europese gemeenten en steden steun van hun hogere overheden om een lokale ontwikkelingsstrategie waar te maken en worden ngo's structureel betrokken bij dit planningsproces.

LA 21 is sinds 1992 nog niet echt doorgebroken in de Vlaamse provincies, steden en gemeenten. Onder impuls van ngo's werd het echter al wel op de agenda geplaatst. In 1993 schoof de Bond Beter Leefmilieu het in het kader van de Dag van de Aarde voor de eerste maal naar voor in Vlaanderen. Het Vlaams Overleg Duurzame Ontwikkeling (VODO) voerde daarna actief de campagne Klimaatverbond, die later verbreed werd tot een campagne LA 21 ondersteund vanuit het Steunpunt LA 21. De belangrijkste instrumenten die hierbij gebruikt werden, waren een op de praktijk gericht draaiboek en verschillende rondetafels en workshops waar gemeenten en ngo's ervaringen uit binnen – en buitenland konden uitwisselen. De Bond Beter Leefmilieu vond in de steden Hasselt en Leuven de nodige wil en engagement om tot concrete, duurzame acties te komen. Ze begeleidde de uitwerking van een LA 21 in beide steden, die nu zijn uitgegroeid tot belangrijke referenties. Andere ngo's werken al geruime tijd thematisch rond lokale duurzaamheid of richten zich tot specifieke doelgroepen, en kunnen intussen bogen op degelijke kennis en ervaring op dat vlak.

In het kader van VODO werd een Steunpunt Lokale Agenda 21 opgericht dat lokale stakeholders ondersteunt bij het opstarten van een eigen Lokale Agenda 21-proces. Doelstelling van het Steunpunt Lokale Agenda 21 is het uitwerken van een ngo-actieplan voor Vlaanderen over hoe rond Lokale Agenda 21 kan gewerkt worden en samenwerking tussen lokale besturen en ngo's te stimuleren.

De geschiedenis van Lokale Agenda 21 in Vlaanderen illustreert dat ngo's een belangrijke rol kunnen spelen in processen rond lokale duurzaamheid. Ngo's hebben heel wat capaciteit opgebouwd rond het voeren van campagnes, het creëren van referenties, het uitwerken van publicaties, het opzetten van vormingsprogramma's en uitbouwen van netwerken. Ook universitaire instellingen hebben een belangrijke bijdrage geleverd aan het debat rond duurzame ontwikkeling en kunnen terugbuigen op enkele succesvolle projecten op vlak van duurzaam lokaal beleid.

Naast ngo's en wetenschappelijke instellingen, stelt ook de Vlaamse overheid in haar milieubeleid meer en meer het concept van duurzame ontwikkeling centraal. In het milieuconvenant 1997-1999 lanceerde ze optie 7, de zogenaamde duurzaamheidsoptie. De nieuwe samenwerkingsovereenkomst 'milieu als opstap naar duurzame ontwikkeling' geeft aan duurzaamheid een nog prominenter plaats. Zo is er in de overeenkomst bijzonder aandacht voor doelgroepenbeleid en interne milieuzorg en doet het een poging om de integratie tussen milieu en belendende beleidsdomeinen, zoals ruimtelijke ordening, energie en mobiliteit, te stimuleren. De meerwaarde van deze samenwerkingsovereenkomst is dat het gemeenten voorbereidt op de graduele overgang van een klassiek milieubeleid naar een Lokale Agenda 21.

Meer info:


Laatste aanpassing op di 25 okt 2011
Artikel 18423 keer gelezen
Share/Bookmark

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell