10 mythes over de Tobintaks weerlegd


Mythe nr 1. – Tobin-taks: pleister op een houten been?

Of nog: een belasting van 0,1 of 0,5% op een muntomzetting houdt geen financiële crisis tegen.
Daarom werken we ondertussen al een tijdje met de Spahn-variant. Prof Paul-Bernd Spahn kwam tot de eenvoudige conclusie dat je voor twee verschillende doeleinden – het tegengaan van speculatie en het verzamelen van middelen - twee verschillende middelen nodig hebt. Hij ontwikkelde daarom een tweetraps-taks en doorbreekt daarmee ook deze mythe.

Eenvoudig gesteld komt het op het volgende neer. Tijdens normale handel wordt een lage belasting van 0,01 of 0,02% geheven op elke munttransactie. Dit zou aanzienlijke inkomsten opbrengen.

Bij financieel ontij wordt middels een ingenieus mechanisme de taks zo hoog gemaakt dat het gedurende een korte periode onaantrekkelijk wordt om nog verder te handelen. Op die manier kan de markt wat afkoelen en worden paniekreacties vermeden. De laatste taks heeft niet de bedoeling om geld op te brengen.


Mythe nr 2. - De Anti-Tobin Tobin

Of nog: James Tobin zelf was niet langer voorstander van de Tobin-taks.
Bron van deze mythe is een interview met de James Tobin in Der Spiegel. In de nasleep van de betogingen in Genua neemt de professor daarin afstand van de andersglobaliseringsbeweging. Maar hij stoot daarom zijn eigen geesteskind niet af. Integendeel: hij blijft een fervent voorstander van de taks als speculatieremmer.

Wat er met de opbrengsten van de Tobin-taks gebeurt interesseert hem minder. Wel vreest hij dat de tegenstand vanuit de internationale financiële wereld elke politieke doorbraak zal verhinderen.

Het is jammer dat James Tobin niet de moeite heeft genomen om eens te luisteren naar de andersglobalisten. Hoewel hij een overtuigd liberaal is – zijn ideeën over de rol van het IMF delen we absoluut niet - blijven we op het gebied van de Tobin-taks objectieve bondgenoten.

Ook wij willen in de eerste plaats speculatie en meer bepaald haar buitenissige gevolgen tegengaan. In tegenstelling tot Tobin interesseren de opbrengsten van zo'n taks ons echter wel. (Zie ook mythe ...) Tenslotte zijn we niet van plan ons neer te leggen bij zijn analyse dat de internationale financiële wereld weerwerk zal verrichten.


Mythe nr 3. - De wetenschappelijke Tobin-begrafenissen

Of nog: wetenschappelijke rapporten bewijzen dat de Tobin-taks irrealistisch is.
Vanaf een bepaalde hoogte op de politieke agenda wordt er steeds weer een studie over de Tobin-taks aangevraagd. We zagen het in Finland, Frankrijk, België en recent op Europees niveau.

We moeten er niet flauw over doen: de toon van - en de berichtgeving over - deze studies blijft steeds negatief. Toch is het een mythe dat aan de hand van deze rapporten een kruis gezet kan worden over de Tobin-taks.

Terwijl de eerste rapporten op primitieve wijze de Tobin-taks met de grond gelijk maakten, nemen latere werken toch de recentste Tobintechnieken in overweging. Je leest dat jammer genoeg niet in de hapklare politieke samenvattingen, maar als je de laatste studies volledig bekijkt, stellen we vast dat de onderzoekers tenminste niet naast het werk van Rodney Schmidt en Paul Bernd Spahn keken.

Toch kan het veel beter. Waarom wordt bijvoorbeeld nooit een studie besteld vanuit de veronderstelling dat de Tobin-belasting effectief ingevoerd moet worden? Het zou de wetenschappers stimuleren om naar oplossingen te zoeken of om op zijn minst hun bezwaren te toetsen bij specialisten als Spahn of Schmidt.

Tot nu toe gebeurde dit laatste nog nooit en krijgen we telkens opnieuw dezelfde pro's en contra's naast elkaar. Gelukkig is er ook nog die uitzondering die de regel bevestigt: recent publiceerde Paul Bernd Spahn in opdracht van het Duits Ministerie van Ontwikkelingssamenwerking een studie over de Tobin-taks die veel positiever is. Zorgt deze voormalige IMF-consulent voor een trendbreuk?


Mythe nr 4. - Tobin-taks is politiek onhaalbaar

Of nog: is de politiek sterk genoeg om een maatregel als de Tobin-taks op te leggen aan de financiële markten?
James Tobin mag zich neergelegd hebben bij de macht van de internationale financiële wereld, wij hebben redenen om dat niet te doen.

Wie enkele jaren geleden de Tobin-taks als maatregel tegen speculatie durfde vernoemen was rijp voor de dwangbuis. Ondertussen staat de belasting toch op heel wat politieke agenda's en is deze mythe alvast gedeeltelijk doorprikt.

Zo zette België de belasting op de Europese agenda tijdens het voorzitterschap, keurde Frankrijk recent een wet goed over de Tobin-taks, gaf de Duitse regering de opdracht de belasting te onderzoeken, wil Gordon Brown (minister Financiën Groot-Brittannië) meer duidelijkheid over de taks. En dit is enkel binnen Europa.

Ook bij de VN loopt momenteel een studie over nieuwe mogelijke bronnen van inkomsten in opdracht van Kofi Annan. De Tobin-taks zal ook hier zeker aan bod komen. Tenslotte schaarden ook enkele grote ontwikkelingslanden zoals Brazilië en India zich achter een transactiebelasting. En dan spreken we nog niet over de honderden parlementsleden die zich over de hele wereld inzetten voor de invoering van een Tobinbelasting.


Mythe nr 5. – Tobin-taks economisch onhaalbaar

Of nog: alle beloften en studies ten spijt is er nog altijd geen Tobin-taks en vreest men dat de maatregel de financiële markten zal afschrikken.
Alweer een mythe.In het verleden namen zowel Maleisië als Chili maatregelen die heel vergelijkbaar zijn met de Tobin-taks. De markten hebben helemaal niet allergisch gereageerd. Het IMF in het begin wel, maar toen ze zagen dat deze landen het absoluut niet slecht deden met hun kapitaalcontroles, ontvingen ze zelfs schouderklopjes.


Mythe nr 6. – Tobin: een pleister op een houten been? Deel II

Of nog: de Tobin-taks is niet de oplossing voor alles.
Dat vinden wij ook en in een poging deze mythe te ontmantelen, trachten we om de Tobin-taks steeds in een breder kader te plaatsen. Er moet namelijk gesleuteld worden aan de Internationale Financiële Architectuur.

Dat wordt ook al lang beloofd door het IMF. Verdere transparantie en toezicht, versterking van de financiële systemen en het betrekken van de privé-sector is belangrijk. Toch willen we nog even wijzen op een aantal minder bekende voordelen van een Tobin-taks.

Ten eerste: als er een belasting op ALLE munttransacties wordt geheven, dan betekent dit dat de al deze transacties te herkennen zijn. De door het IMF beoogde transparantie wordt daardoor alleen maar concreter.

Ten tweede de bescherming tegen zware speculatieve devaluaties van een munt, die de Spahnvariant biedt, maakt het voor landen mogelijk een deel van hun buitenlandse reserves op een andere manier te besteden.


Mythe nr 7. Tobin: de kip met de gouden eieren

Of nog: al te gemakkelijk denkt men dat NGO's en activisten enkel geïnteresseerd zijn in de opbrengsten van een Tobin-taks.
Hoewel de laagste schattingen nog steeds spreken van een inkomstenpot van 50 miljard dollar – evenveel als wat jaarlijks aan ontwikkelingssamenwerking wordt besteed – is dat niet het hoofddoel. Het spreekt voor zich dat de opbrengsten naar ontwikkelingsdoeleinden moeten gaan. Tussen haakjes: in 1994 schreef James Tobin een artikel in opdracht van de VN waarin hij hetzelfde beweert. Het is ook ons hoofddoel om de speculatie in te dijken.

De financiële crisissen van de jaren negentig maakten namelijk veel slachtoffers. De plotselinge devaluatie van munten veroorzaakte massale armoede en werkloosheid. Bovendien moesten de getroffen landen zich nog dieper in de schulden steken om de nationale economie overeind te houden. Indonesië kreeg op die manier in 1998 een pil van 42 miljard dollar te slikken. Allemaal terug te betalen door de bevolking van het land.


Mythe nr 8. - Tobin weet niet wat speculatie is

Of nog: Een hardnekkige en terugkerende mythe: het is onmogelijk een speculatieve van een niet-speculatieve handeling te onderscheiden. Bijgevolg kan je speculatie niet tegen gaan.
Het eerste deel van die mythe klopt, de daaruit volgende conclusie niet. Bij de Spahn-variant van de Tobin-taks is het niet nodig om een onderscheid te maken tussen speculatieve en niet-speculatieve verrichtingen.

In rustige tijden betaalt iedereen de lage belasting, bij financieel ontij maak je de belasting tijdelijk zo hoog dat het enkel de speculanten zijn die veel geld verliezen als ze nog willen wisselen. De speculant met zijn grote bedragen die snel over en weer moeten flitsen om opbrengsten te genereren heeft daardoor een probleem.

Mooi aan het systeem van Spahn is dat iedereen weet wanneer de hoge taks zal opspringen, maar dat dit moment alleen maar dichterbij komt indien men snel het land uit wil vluchten. Voor speculanten is dit vervelend, voor wie op iets langere termijn denkt geeft dit een veilig gevoel. Door de belasting van 0,01% te betalen krijgen handelaars en investeerders voor een spotprijsje een veel stabieler financieel klimaat.


Mythe nr 9. – financiële speculatie: een ver-van-mijn-bed-show?

Of nog: Financiële speculatie, het raakt onze koude (Westerse) kleren niet.
Klopt deze mythe? Wie doet er eigenlijk mee aan die financiële speculatie? Banken, beleggingsfondsen, pensioenfondsen, verzekeringsmaatschappijen, enz. Kortom instellingen waar uw en mijn euro's op één hoop worden gegooid om er leningen mee te toe te staan, aandelen mee te kopen en ..... mee te speculeren.

Deze instellingen streven een zo groot mogelijke kapitaalsconcentratie na. Hoe meer kapitaal zij kunnen inzetten hoe gemakkelijker grote winst kan gemaakt worden met speculatie. Niemand weet ondertussen wat er met zijn of haar geld gebeurt eens het op de bank staat. Maar zeker is dat er onder andere lustig mee gespeculeerd wordt.

Zo krijgt uw spaargeld, beleggingsgeld of aanvullend pensioen toch een onaangenaam geurtje. En is financiële speculatie helemaal niet zo'n ver-van-mijn-bed-show.

Dat dit tot gevaarlijke situaties kan leiden bewees het failliet van het Long Term Managment Capital. Een beleggingsfonds dat geleid werd door twee voormalige nobelprijswinnaars economie en dat zijn aandeelhouders fantastische winsten kon voorleggen. Totdat ze vast kwamen te zitten in de Russische crisis van 1998 en er diep in de Amerikaanse staatskas moest gegrabbeld worden om de brokken te lijmen. Ook op die manier kan financiële speculatie akelig dichtbij komen.


Mythe nr 10. – ingewikkelde markt onbelastbaar

Of nog: wellicht de mythe bij uitstek. De valutamarkt is zo complex en ongrijpbaar dat het onmogelijk is om alle verrichtingen te belasten. Al wat je nodig hebt is een computer en een telefoonlijn en je kan geld wisselen. Ontsnappingsroutes blijven daarom altijd bestaan.
Althans zo luidt de mythe: niets is minder waar. Als het zo gemakkelijk is om grote bedragen zomaar te wisselen via internet en andere weinig controleerbare wegen, waarom gebeuren er dan zo weinig ongelukken? Waarom verliest men niet af en toe een grote som geld uit het oog, waarom worden alle handelingen steeds netjes afgerekend?

Niemand wil het risico lopen dat het andere deel van de wissel niet wordt uitgevoerd. Dat gebeurt ook niet omdat er een uiterst gecentraliseerd afrekeningssysteem bestaat, waarin uiteindelijke elke wisseltransactie door moet om bovenstaande risico's te mijden.

Op het moment dat de verrichtingen door dit systeem zoeven, is het een koud kunstje om de computers zo te installeren dat ze tegelijkertijd de Tobin-taks innen. Vermits alle betalingen erdoor moeten, is het onmogelijk te ontsnappen. Ook niet van op belastingsparadijzen. Wie met grote bedragen speelt, kan het zich niet permitteren buiten de afrekeningssystemen om te werken.

 Bogdan Van Den Berghe, 11.11.11

DOOR:

Deel dit artikel