11.Dossier: Ondernemen tegen armoede?

11.Dossier: Ondernemen tegen armoede?

Vandaag stelt 11.11.11 een uitgebreid onderzoek voor. In het onderzoek, waar 11.11.11 drie maanden aan werkte, staan verschillende verontrustende vaststellingen. Hieronder vindt u de belangrijkste.

  1. Ontwikkelingsrelevantie? - Sinds haar oprichting in 2001 kreeg BIO meer dan 500 miljoen euro bijkomende middelen, grotendeels belastinggeld. Met dat geld neemt BIO participaties in ondernemingen uit het Zuiden en verstrekt ze leningen tegen marktvoorwaarden. Op zich geen probleem, maar het is duidelijk dat BIO het financieel rendement laat primeren op het ontwikkelingsrendement.

    Vaststelling: de nadruk van de investeringen van BIO ligt voor amper 30% op ontwikkelingsrelevantie. Grote 'driver' bij de keuzes die BIO maakt is het rendementsdoel van 5%. Die focus heeft zware gevolgen: investeringen via belastingparadijzen in sectoren en landen waar de noden niet noodzakelijk het grootst zijn en projecten met een heel beperkte ontwikkelingswaarde.

  2. Belastingparadijzen ? Het opvallendste gevolg van de rendementskeuze van BIO is dat een flink deel van de investeringen via belastingparadijzen loopt. BIO investeerde tot dusver 116 miljoen euro of 36% van het totaal via intermediaire fondsen. Een groot deel van deze fondsen gaat via belastingparadijzen, in totaal goed voor 111 miljoen. Een keuze die grote gevolgen heeft voor de ontwikkelingslanden waar in geïnvesteerd wordt. Er is het reële verlies aan belastinginkomsten voor de landen én de fondsen werken kapitaalvlucht uit de ontwikkelingslanden verder in de hand.

  3. Foute keuzes ? Opnieuw omwille van de rendementsdoelstelling maakt BIO vaak foute keuzes in de selectie van haar investeringen. Bijna systematisch wordt gekozen voor 'veilige' investeringen met een gegarandeerde opbrengst. Hierdoor investeert BIO vaker zowel in landen als in projecten die deze investeringen minder nodig hebben. Opnieuw rijst hier de vraag van ontwikkelingsrelevantie. Waarom investeert BIO bvb in een fitnesscentrum? Bovendien ontstaan er ook ethische problemen bij de keuze van projecten. Zo investeert BIO in niet-duurzame projecten in de petrochemie, mijnbouw en cokes-productie. Keuzes die in schril contrast staan met de basisprincipes waar BIO zich wettelijk aan dient te houden. Met de keuze voor 'laaghangend fruit' duwt BIO ook mogelijke privéspelers uit de markt, waarvoor de opbrengstvraag veel relevanter is. Tegelijk worden hierdoor ook vaak noodzakelijke investeringen in kleinere projecten over het hoofd gezien. Nochtans is het net deze 'missing middle' die kan zorgen voor een meer structurele economische ontwikkeling.

  4. Efficiëntie en goed bestuur - Er zijn ernstige vragen te stellen bij de efficiëntie en het management van de maatschappij. Efficiëntie: BIO beheert met hetzelfde aantal mensen een portefeuille die de helft bedraagt van haar Deense equivalent en een derde van de Noorse variant. Vragen bij het management: recent besloot de Raad van Bestuur het contract met de CEO niet meer te verlengen. Die laatste werkte als zelfstandig manager voor BIO en factureerde in 2010 via zijn managementvennootschap meer dan 300.000 euro aan BIO. Ook de werknemers van BIO delen in de winst: sinds 2006 werden in totaal meer dan 360.000 euro aan bonussen uitgekeerd.

  5. BIO is een eiland - BIO staat los van de andere actoren binnen de Belgische ontwikkelingssamenwerking. De samenwerking met BTC en DGD is té sporadisch. Om het ontwikkelingsrendement van BIO te verhogen moet gedacht worden aan een meer structurele samenwerking met de andere actoren van de Belgische bilaterale samenwerking (DGD, BTC), vooral om de lokale verankering op efficiënte wijze te verzekeren.

  6. Budget ontwikkelingssamenwerking? ? De grote stijging van het budget voor ontwikkelingssamenwerking is voor een belangrijk deel toe te schrijven aan de middelen die de laatste jaren aan BIO toegekend werden. Alleen al in 2009 verdubbelde het budget van BIO (een stijging van 100 miljoen). BIO is ons inziens niet uitgerust om deze snelle stijging te absorberen.

  7. Politieke verantwoordelijkheid ? Het is de minister van Ontwikkelingssamenwerking die verantwoordelijk is voor de werking van BIO. Hij beslist over de toewijzing van middelen, creëert het kader waarin BIO moet werken en duidt de raad van Bestuur aan die moet toezien op de verder werking. Staatssecretaris Eddy Boutmans richtte BIO in 2001 op. Marc Verwilghen veranderde een aantal richtlijnen voor BIO, Minister Charles Michel zorgde voor de snelle stijging van middelen de laatste jaren.

 

Samenvattend

11.11.11 is er van overtuigd dat investeren in het bedrijfsleven in ontwikkelingslanden een belangrijke structurele keuze uitmaakt van het Belgische ontwikkelingsbeleid. Zowel op vlak van inkomsten als voor de creatie van arbeidsplaatsen hebben bedrijven in het Zuiden een fundamentele rol te spelen. De keuze voor een investeringsmaatschappij als BIO blijft voor 11.11.11 een verantwoorde keuze.

Helaas is de keuze van BIO om primair te kiezen voor het economische rendement voor 11.11.11 een foute keuze. Na tien jaar is meer dan duidelijk dat BIO op deze manier de ontwikkeling in het Zuiden niet ondersteunt. De keuze voor economisch rendement zorgt vaak voor investeringen in laakbare projecten die op lange termijn nauwelijks meerwaarde bieden. Hierin dient fundamenteel voor een andere koers gekozen te worden.

Download hier het volledige rapport (4MB) en een powerpoint (1,02 MB) met concrete aanbevelingen van 11.11.11 voor aanpassingen in BIO. Deze aanbevelingen worden doorgespeeld aan de nieuwe minister van Ontwikkelingssamenwerking Paul Magnette.

Aanbevelingen

  1. 11.11.11 vraagt de aandeelhouders van BIO (de Belgische staat) haar verwachting van een financieel rendement bij te stellen en eerst een duidelijk ontwikkelingsrendement voor de investeringen van BIO naar voren te schuiven.

  2. Om het ontwikkelingsrendement van BIO te verhogen moet gedacht worden aan een structurele samenwerking tussen BIO en de andere actoren van de Belgische bilaterale samenwerking ( DGD, BTC). Vooral om de lokale verankering van BIO op een efficiënte manier te verzekeren.

  3. Voor 11.11.11 kunnen investeringen langs 'financiële intermediairs' enkel op voorwaarde dat BIO controle op de bestemming en opvolging van de middelen kan behouden en geen gebruik maakt van belastingparadijzen.

  4. 11.11.11 vraagt dat BIO zich meer richt op ondernemingen die behoren tot het zogenaamde 'missing middle' tussen micro-ondernemingen en exportgerichte, industriële ondernemingen waarop BIO zich vandaag richt.

  5. 11.11.11 vraagt dat BIO een beleid ontwikkelt om haar efficiëntie te verhogen. BIO moet nadenken over een beheer conform haar ontwikkelingsopdracht: een beleid op lange termijn, een aangepast risicobeleid, variabele verloning in functie van het ontwikkelingsrendement en conform aan normen binnen ontwikkelingssamenwerking.

  6. 11.11.11 vraagt dat de in de wet voorziene "meerwaarde" voor BIO effectief uitgevoerd wordt. Additionaliteit mag niet enkel een term zijn.

  7. 11.11.11 vraagt een duidelijke inspanningen voor meer transparantie voor alle stakeholders. BIO heeft een duidelijk ontwikkelingsmandaat en werkt exclusief met hulpmiddelen en moet gebonden zijn aan transparant bestuur.

 
Reacties in de pers

Update

Deel dit artikel

Facebook Twitter Google+ Share


Gerelateerde artikels