De belasting op financiële transacties in één oogopslag

De belasting op financiële transacties staat weer op de agenda. Tijdens de top van de G20 in Pittsburgh (VS) in september 2009, hebben de Franse president en de Duitse bondskanselier de discussie geopend over een Financiële Transactie Taks (FTT) in de G20. Eric Goeman van Attac Vlaanderen en Rudy De Meyer van 11.11.11 zetten alles eens op een rijtje.

Het Internationaal Muntfonds (IMF) heeft een mandaat gekregen om een rapport voor te bereiden tegen juni 2010 over mogelijkheden "hoe de financiële sector een eerlijke en substantiële bijdrage kan leveren voor alle lasten die de regeringen te dragen hebben gehad om het banksysteem te redden."

Politieke impuls voor de FTT

Het Amerikaanse Troubled Asset Relief Program (TARP) - de wet van 2008 die 700 miljard dollar goedkeurde voor de financiële reddingsoperatie - bevat al een bepaling om kosten te 'verhalen' op de industrie van de financiële diensten als er een tekort zou zijn bij het afbetalen van de schuld.

Tijdens zijn verkiezingscampagne heeft toekomstig president Obama ook gezegd (tijdens een toespraak in Wisconsin, 1 oktober 2008): "Ik heb het voorstel gedaan van een Betaling van een Bijdrage voor Financiële Stabiliteit te betalen door de financiële dienstensector zodat Wall Street de rekening betaalt en niet de Amerikaanse belastingbetalers".

Ook leden van het Amerikaanse Huis van Afgevaardigden overwegen een FTT. Het Europees Parlement heeft zich onlangs uitgesproken ten gunste van de FTT en de Toonaangevende Groep voor Vernieuwende Financiering voor Ontwikkeling - veertig landen uit alle continenten (waaronder België) - heeft reeds een groep van experts samengesteld die voorstellen uitwerken die zullen worden voorgelegd op alle belangrijke internationale fora.

In Europa zijn, samen met Sarkozy en Merkel, ook de president van de Europese Commissie, Manuel Barroso, en het hoofd van de Britse toezichthoudende autoriteit, Turner, op de kar gesprongen. Frankrijk, België en Oostenrijk hebben in het verleden ook al een belasting op valutatransacties ondersteund. In België is er sinds 1 juli 2004 zelfs een wet die een dergelijke belasting zou installeren als er een akkoord komt tussen de landen van de eurozone.

Die wet is al heel concreet over welke taks op welke manier zou worden geïnd. Bovendien heeft federaal premier Yves Leterme (CD&V, toen als minister van Buitenlandse Betrekkingen) zich in oktober 2009 geëngageerd in een internationale ministeriële werkgroep, die met de hulp van een aantal experts in de komende maanden concrete voorstellen voor een financiële transactietaks wil voorleggen. Ook minister voor Ontwikkelings-samenwerking Charles Michel (MR) veklaarde onlangs dat hij voorstander is van zulke taks.

De nieuwe trend biedt een buitengewone gelegenheid om de druk te verhogen vanuit de civiele maatschappij, omdat de organisaties van de civiele maatschappij sinds tien jaar pleiten voor verschillende soorten van belasting op valutatransacties (Tobintaks, Spahn-belasting, Solidariteitsheffing om ontwikkeling te financieren).

De kosten van de borgsommen om banken te redden en de stimulansprogramma's die oplopen tot ongeveer 3.500 miljard dollar hebben geleid tot een enorme stijging van de overheidsschuld. In de Verenigde Staten zal de netto schuld verdubbelen van 42,3 procent van het BNP in 2007 tot 84,9 procent in 2014. Dit is een verhoging van ongeveer 6 miljard dollar. In het Verenigd Koninkrijk zal de schuldenlast bijna verdrievoudigen van 38,3 procent tot 91,8 procent en in de eurozone zal die stijgen van 56,2 tot 83,7 procent (bron: IMF, World Economic Outlook, oktober 2009).

Dit zal heel veel druk uitoefenen op de begrotingen van de regeringen, en er zullen pogingen zijn om de burgers te doen betalen voor de crash via bezuinigingen op de sociale uitgaven, de milieubescherming en op allerlei openbare diensten. Nochtans kan het hele tekort worden betaald door de belasting op degenen die verantwoordelijk zijn voor de crisis.

FTT is niet hetzelfde als Tobintaks

In de recente discussie was er vaak verwarring tussen de FTT en de Tobintaks. Maar er is een verschil. Waar het voorstel van de Tobintaks verwijst naar de valutatransacties (dat wil zeggen wisselen van geld van de ene valuta naar de andere) voorziet de FTT in een veel bredere belastinggrond. Die zou belasting heffen op transacties van allerlei vormen van financiële activa: aandelen, obligaties, effecten en derivaten (zolang deze worden verhandeld op een effectenbeurs of een andere overheidsinstelling en niet bilateraal tussen financiële actoren, de zogenaamde handel 'over the counter' dit wil zeggen zonder enige controle en toezicht).

De G20 en ook de EU hebben verklaard dat handel 'over the counter' ook moet worden onderworpen aan controle in de toekomst, waardoor ze ook gemakkelijker kan worden belast. De beste oplossing is het belasten van al deze categorieën van activa. Maar het zou ook mogelijk zijn om belastingen te heffen op slechts één of twee categorieën.

Als de FTT beperkt wordt tot de aandelenmarkten zouden andere overdrachten van betaling voor goederen of transacties van de arbeidsmarkt niet worden onderworpen aan een FTT, net zoals kortetermijninterbankkredietverleningen en alle bewerkingen van de centrale banken.

Eenzijdige toepassing is mogelijk

De meeste politici, die onlangs steun hebben uitgesproken voor het idee van een FTT, hebben gezegd dat zo'n belasting alleen maar zou werken als het internationaal wordt toegepast. Dit is niet waar, zoals het bestaan van dergelijke belastingen in verscheidene landen bewijst.

Het meest duidelijke voorbeeld is het Britse 'Zegelrecht'. Dit is een relatief hoge belasting van 0,5 procent die wordt geheven op de nominale prijs van elke aankoop van aandelen van Britse bedrijven. Dit betekent dat een buitenlandse aankoper ook die belasting moet betalen. De aankoop van aandelen van de Britse bedrijven buiten het Verenigd Koninkrijk is ook belastbaar.

Als het aandeel wordt overgeheveld naar een inklaringsdienst of in papiergeld wordt omgezet, waardoor het 'Zegelrecht' wordt ontweken, moet er 1,5 procent worden betaald als 'exit charge' (afsluitkosten). De ontvangsten in 2006 bedroeg ongeveer 5 miljard euro. Deze taks heeft niet geleid tot belastingontduiking of verzwakking van de City van Londen.

In feite is het zo dat op grote financiële markten de actoren profiteren van netwerkvoordelen (d.w.z. belangrijke partners in de nabijheid, infrastructuur, enz). Zolang de belasting niet hoger is dan de kosten van bedrijfsdelocalisering, zullen financiële instellingen die belasting veeleer betalen dan te delocaliseren.

Specifieke belastingen op financiële transacties bestaan in Oostenrijk, Griekenland, Luxemburg, Polen, Portugal, Spanje, Zwitserland, Hongkong, Singapore. De staat New York (VS) heft een zegelrecht op Wall Street (New York Stock Exchange en NASDAQ) op alle ondernemingen die daar hun basis hebben. Het is wel een uiterst lage taks van 0,003 procent.

Technische haalbaarheid

Technisch kan een FTT zeer gemakkelijk worden geïnd en tegen zeer lage kosten. Alle transacties op de effectenbeurzen worden elektronisch vastgelegd. Een eenvoudige elektronische label zou de belasting automatisch omzetten naar de desbetreffende belastingdienst. Ontwijking wordt uiterst onwaarschijnlijk omdat het omzeilen van de elektronica zeer duur zou zijn.

Regulering of inkomsten - een valse tegenstelling

De FTT zou net als de Tobintaks een regulerend effect hebben. Het zou speculaties en buitensporige liquiditeiten verminderen. Dit zou bijdragen tot meer stabiliteit van het financiële stelsel. Bovendien zouden met een juist takstarief de inkomsten aanzienlijk kunnen zijn. Beide gevolgen zouden welkom zijn en mogen niet als tegenstrijdig gezien worden.

Welk takstarief en welke inkomsten?

Het takstarief zou bijvoorbeeld even hoog kunnen zijn als het Britse 'Zegelrecht', dat wil zeggen 0,5 procent. Maar over hoe hoog de taks precies moet zijn, bestaan er heel wat verschillende opinies. Wat betreft inkomsten, zou een belastingtarief van slechts 0,1 procent wereldwijd 734,8 miljard dollar per jaar opleveren in een scenario waarbij er een gemiddelde verlaging van transactievolumes zou zijn voortvloeiend uit die belasting.

Bij 0,1 procent zou het cijfer voor Europa 321,3 miljard dollar zijn en voor Noord-Amerika 313,6 miljard dollar. Met andere woorden: met de inkomsten die zijn voortgebracht door de VS alleen al, zou de hoger vernoemde verhoging van de overheidsschuld in 2014 kunnen worden betaald door de FTT binnen acht jaar. In Europa op een nog kortere termijn.

Waarvoor zouden die inkomsten gebruikt worden?

Aangezien die belasting geheven wordt op aandelenmarkten, en aangezien die geconcentreerd zijn in een half dozijn markten, zou het grootste deel van de opbrengsten groeien in bepaalde landen, zoals de VS, het Verenigd Koninkrijk, Japan, Zwitserland, Duitsland, Frankrijk en Singapore. Zij zouden deze inkomsten kunnen gebruiken om de overheidsschuld te verminderen die ontstaan is door het beheer van de crisis.

Maar deze enkele landen mogen niet de enige zijn die profiteren van de FTT. De aandelenmarkten zijn internationale markten en hebben schade veroorzaakt over de gehele wereld. Het is dan ook volstrekt legitiem dat het grootste deel van de inkomsten zou gaan naar een internationaal fonds onder auspiciën van de Verenigde Naties. Dat fonds moet bijdragen aan de financiering van wereldwijde gemeenschappelijke goederen.

Het gaat dan in de eerste plaats om de bestrijding van de klimaatveranderingen, honger en armoede in ontwikkelingslanden. Die middelen komen bovenop de 0,7-procentnorm van het BNI, de bijdrage voor ontwikkelingssamenwerking die al zo lang is beloofd.

Hoe dan ook moet de precieze verdeling van de inkomsten worden vastgesteld via een democratisch proces.

  • Eric Goeman, woordvoerder Attac Vlaanderen
  • Rudy De Meyer, hoofd beleidsdienst 11.11.11
Literatuur: Stephan Schulmeister, Margit Schratzenstaller, Oliver Picek, Een algemene belasting op financiële transacties, motieven, inkomsten, haalbaarheid en gevolgen, Wenen, 2008.

Deel dit artikel