De EU en de differentiëring van ontwikkelingslanden

De EU en de differentiëring van ontwikkelingslanden

Met de komst van een aantal groeilanden stelt de Europese Unie zich vragen bij de opdeling 'ontwikkelingsland' en 'industrieland'. Men gaat in verschillende beleidsdomeinen op zoek naar een nieuwe categorisering/opdeling of in het jargon: een nieuwe differentiëring.

Met de komst van een aantal groeilanden stellen veel geïndustrialiseerde landen zich vragen bij de opdeling 'industrieland' en 'ontwikkelingsland'.

Zeker de Europese Unie is steeds minder geneigd om ontwikkelingslanden met een groeiend inkomen en  oncurrentievermogen nog als ontwikkelingsland te beschouwen. Meer zelfs, de Europese Commissie wil al lang af van de klassieke opdeling ontwikkelingslanden en minst ontwikkelde landen (MOL's).

Concreet betekent dit dat men op zoek gaat naar een nieuwe opdeling/categorisering van landen of, in het jargon: een nieuwe 'differentiëring'.

Bij deze nieuwe differentiëring blijft het niet bij naamkaartjes. Nieuwe categorieën brengen ook andere behandelingen en verwachtingen met zich mee. Vaak gaat het bij nieuwe differentiëring over een minder gunstige schikkingen van voordelen, rechten en plichten.

Dit proces komt recent in verschillende beleidsdomeinen bovendrijven. Vandaag merken we dat de Europese Unie begonnen is om een éénzijdig nieuwe differentiëring aan te brengen op terreinen waar ze de beslissingen zelf kan nemen. Hierbij denken we aan eenzijdige handelsvoordelen en ontwikkelingshulp.

Ook op de internationale scène, zoals binnen de Wereldhandelsorganisatie en op klimaatconferenties, streeft ze ernaar om de groep van de ontwikkelingslanden verder onder te verdelen.

Telkens is de verantwoording dubbel: "sommige landen hebben een voordelige aanpak niet meer nodig en kunnen meer verantwoordelijkheid nemen", en "op die manier komen meer middelen beschikbaar voor de meest behoeftige landen". En telkens opnieuw botst ze op verzet van ontwikkelingslanden die er een verdeel-en-heers strategie in zien.

Op zich heeft 11.11.11 geen probleem met een gedifferentieerde aanpak: we pleiten er al lang voor dat ontwikkelingslanden benaderd worden volgens hun noden en capaciteiten. Toch is dit momenteel niet dé toetssteen van de Europese differentiëring ten aanzien van ontwikkelingslanden.

Vandaag zien we dat heel wat bijkomende overwegingen meespelen. Overwegingen die in het voordeel spelen van de EU zoals besparingen op uitgaven, verminderde Europese inspanningen of betere markttoegang voor Europese uitvoer en investeringen.

Voor ons is het duidelijk: het zijn de noden en capaciteiten van ontwikkelingslanden die de doorslag moeten geven in een differentiëringsbeleid. Differentiëring mag geen alibi zijn om minder te doen, het moet vooral een manier zijn om beter te doen.

Deel dit artikel

Facebook Twitter Google+ Share


Gerelateerde artikels