Het belang van no-go zones



Virunga Congo landschapDe toename van de vraag naar ertsen en andere grondstoffen, gevoed door de indrukwekkende economische groei van de nieuwe geïndustrialiseerde landen, heeft geleid tot een verdrievoudiging van de prijs van grondstoffen in de afgelopen 10 jaar.

Op 20 jaar tijd is het  wereldwijde verbruik van grondstoffen verdubbeld. Deze hoge vraag en prijzen liggen aan de oorsprong van een wildgroei aan nieuwe concessierechten voor exploratie en exploitatie.



No-Go zones

Deze evolutie maakt het dringend en noodzakelijk dat kwetsbare gebieden of ecosystemen volledig kunnen gevrijwaard worden van ontginning. Dit zijn de zogenaamde 'no-go zones'.

In het debat over een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen krijgen no-go zones eindelijk meer aandacht. Toch is er nog een zeer lange weg te gaan, zodat gebieden die eigenlijk niet geschikt zijn voor de ontginning van ondergrondse rijkdommen, ook effectief gevrijwaard zouden blijven. 11.11.11 werkt samen met internationale organisaties aan criteria om gebieden te hiervan te vrijwaren.  

 

Virunga

Toen bekend raakte dat Kabila het Virunga nationaal park wilde openstellen voor olie-exploraties, stuitte dat op hevig verzet van internationale organisaties. Virunga is echter niet het enige bedreigde natuurpark. De honger naar grondstoffen leidt tot een explosie van mijnbouw en olieontginning. 11.11.11 werkt samen met internationale organisaties aan criteria om gebieden te hiervan te vrijwaren.  

De toename van de vraag naar ertsen en andere grondstoffen, gevoed door de indrukwekkende economische groei van de nieuwe geïndustrialiseerde landen, heeft geleid tot een verdrievoudiging van de prijs van grondstoffen in de afgelopen 10 jaar. Op 20 jaar tijd is het  wereldwijde verbruik van grondstoffen verdubbeld. Deze hoge vraag en prijzen liggen aan de oorsprong van een wildgroei aan nieuwe concessierechten voor exploratie en exploitatie.  

Eind maart raakte bekend dat het Britse bedrijf SOCO van start is gegaan met activiteiten voor olie-exploratie in het Congolese Virungapark. Dit is het oudste natuurpark van Afrika en erkend door de UNESCO als werelderfgoed. Voor dit soort parken geldt in principe een absoluut verbod op de ontginning van bodemrijkdommen. Toch gaf de Congolese regering SOCO een vergunning. En dat niet alleen, Ook  het Franse Total en  het Italiaanse ENI mogen er aan de slag.  

Door de grote internationale verontwaardiging staan de Congolese regering en de betrokken bedrijven nu onder aanzienlijke politieke druk. Hoogstwaarschijnlijk zal het niet tot effectieve olieontginning in het Virunga-park komen. Het IUCN, de 'International Union for Conservation of Nature' van de VN, meldt echter dat steeds meer natuurgebieden bedreigd worden door ontginning van ertsen of olie.



Kwetsbaar

De case maakt wel duidelijk dat eigenlijk geen enkel gebied op onze aarde veilig is voor ontginning. Het is dan ook absoluut noodzakelijk is dat kwetsbare gebieden of ecosystemen volledig kunnen gevrijwaard worden van ontginning. Dit zijn de zogenaamde 'no-go zones'.

In het debat over een verantwoord gebruik van de natuurlijke rijkdommen krijgen no-go zones eindelijk meer aandacht. Toch is er nog een zeer lange weg te gaan, zodat gebieden die eigenlijk niet geschikt zijn voor de ontginning van ondergrondse rijkdommen, ook effectief gevrijwaard zouden blijven.


 

Werken aan criteria

In maart organiseerde 11.11.11 een internationale bijeenkomst over no-go zones om ervaringen uit te wisselen op het vlak van beleidsbeïnvloeding en te komen tot gezamenlijke criteria ter vrijwaring van deze gebieden.  35 mensen uit 20 verschillende landen namen er aan deel, vooral uit Latijns-Amerika en Azië.

In de praktijk bestaat er slechts één internationaal verdrag met betrekking tot no-go zones voor extractieve activiteiten: het  Antarctic Environmental Protocol. Daarnaast bestaan er alleen richtlijnen van internationale organisaties zoals de VN en de IUCN. Zij zijn gericht op het beheer van beschermde natuurgebieden en de bescherming van de rechten van inheemse volkeren.

De IUCN stelde een classificatiesysteem voor natuurgebieden op. 10 jaar geleden al kwam er een resolutie waarin ontginning van bodemrijkdommen niet toegelaten zou worden in gebieden uit categorieën 1 tot en met 4.  Dat zijn respectievelijk strikt beschermde natuurgebieden, natuurparken, natuurmonumenten en gebieden van grote ecologische diversiteit.

De UNESCO vraagt haar leden om naast de werelderfgoed-natuurgebieden ook de biosfeerreservaten niet bloot te stellen aan de ontginning van natuurlijke rijkdommen.

Al deze gebieden konden tot nu rekenen op het nodige respect van de nationale overheden. Maar heel wat ecologisch gevoelige gebieden die (nog) niet erkend zijn als beschermd gebied, zouden ook als no-go zone geklasseerd moeten worden wanneer er geen goede garanties zijn op beperking van de milieuschade.

Naarmate onze kennis toeneemt over al wat het natuurlijk milieu de mens biedt en we de impact van de exploitatie beter leren inschatten, zullen nieuwe criteria nodig zijn. Ook op het gebied van de inspraak van de inheemse volkeren over al dan niet ontginning van bodemrijkdommen in hun woongebied spreekt de VN-verklaring van de rechten van de Inheemse volkeren klare taal: er moet een consensus nagestreefd worden.


 

Strategische sector

Sommige landen houden zich aan deze richtlijnen, andere niet.  Een bindende internationale regelgeving blijft een zeer moeilijke kwestie, want grondstoffen worden als een strategische rijkdom  beschouwd en over de ontginningsvoorwaarden wil elk land de definitieve beslissing voor zichzelf houden.

Zelfs binnen de Eurozone slagen we  er niet ineen coherent en eenduidig beleid te laten gelden. In de debatten tijdens de bijeenkomst werden voorbeelden naar voor geschoven die zeer inspirerend kunnen zijn voor gelijkaardige acties in andere landen. Daarom richten lokale organisaties hun acties op nationale wetgeving en decreten.


Koen Warmenbol, 11.11.11 Beleidsmedewerker natuurlijke rijkdommen


Inspirerende voorbeelden

Sociale conflicten en milieuproblemen ten gevolge van de mijnbouw in het Zuiden nemen exponentieel toe. Toch zijn er enkele voorbeelden, waar landen wel gekozen hebben voor de bevolking of voor de natuur.


Pascua-Lama mijn luchtopname omgevingChili

Het goudwinningproject Pascua-Lama van het mijnbedrijf Barrick Gold in het grensgebied van Chili en Argentinië heeft heel wat protest teweeg gebracht. 

Dit dagbouwproject is gelegen op een hoogte van 4500 meter te midden van gletsjers die de rivieren in de provincie Huasco voeden. Voor de ontginning van het goud zullen aanzienlijke hoeveelheden cyanide gebruikt worden (bijna 1 kg natriumcyanide per gram goud) en milieuorganisaties vrezen voor ernstige milieuschade. Naar aanleiding van dit conflict keurde het Argentijnse parlement een wet goed die mijnbouw verbiedt in gletsjergebieden.

De wet werd echter niet bekrachtigd door presidente Christina Kirchner. Toch is dit een belangrijk precedent voor gelijkaardige initiatieven van begrenzing van potentiële mijnbouwgebieden.

[Foto: Luchtopname van Pascua-Lama]


Costa Rica

Eind 2010 keurde het parlement van Costa Rica unaniem een algemeen verbod op openlucht mijnbouw goed. Bestaande projecten zullen niet verlengd worden en aangevraagde projecten worden opgeborgen.

Costa Rica staat bekend om haar natuurparken en vooruitstrevend milieubeleid. Het land kent een grote overlapping tussen gebieden met een mijnbouwpotentieel en natuurgebieden of  territoria van inheemse volkeren. Deze overlapping is het doorslaggevende argument geweest voor het algemene verbod op open-pit mijnbouw.


Uitholling recht op inspraak

Het recht op inspraak van inheemse volkeren bij beslissingen over de ontginning van bodemrijkdommen in hun territorium, vormt waarschijnlijk het belangrijkste politieke instrument voor de erkenning van no-go zones op basis van sociaal-culturele aspecten.

Steeds meer landen hebben nu specifieke wetgeving voor de naleving van het recht op inspraak van inheemse volkeren, dat bekend staat als de Free and Prior Informed Consent.protest milieu milieubescherming vrouw vrolijk Kate Ausburn In de praktijk blijkt echter dat  overheden en bedrijven er bijna altijd in slagen om toch goedkeuring voor hun project te bekomen, ook al stemt  de inheemse bevolking  tegen het ontginningsproject.  Hiervoor houden ze om de haverklap  consultaties met nieuwe argumenten of beloftes.

Andere middelen zijn nieuwe (hogere) financiële compensaties en ronduit omkoping  van leiders. Men gaat gewoon door tot men de 'goedkeuring' van de inheemse of lokale bevolking heeft gekregen.  

 

Australische tegenzet

In Australië heeft de wetgever enkele procedures voor de consultatie van inheemse volkeren ingevoerd die dit soort manipulatie moet verhinderen of  inperken. Zo dient men een periode van minstens 5 jaar te respecteren vooraleer de bevolking opnieuw te consulteren voor  eenzelfde project. Ook moet de bevolking haar beslissing om voor of tegen een project te stemmen niet langer motiveren. De regel dat inheemse volkeren dit niet hoeven, is een ander belangrijk element ter bescherming.

[Foto: Australië garandeert momenteel de beste bescherming van inheemse volkeren]
11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

Facebook Twitter Google+ Share