Hoog tijd voor een ander investeringsbeleid

Zona Franca [Foto: Gert De Herdt]

De afgelopen decennia hebben de lidstaten van de Europese Unie meer dan 1400 “bilaterale investerings- en beschermingsakkoorden” afgesloten om bescherming te bieden aan hun investeerders in het buitenland.

Deze “BITs” (naar hun Engelse benaming Bilateral Investment Treaties) verschaffen multinationale ondernemingen het recht om sociale, economische en milieuregels van overheden aan te klagen als zij vinden dat die hun belangen schaden. 

Dankzij het geschillenbeslechtingsmechanisme dat standaard in BITs is opgenomen, kunnen buitenlandse investeerders de nationale rechtsgang omzeilen en gastlanden rechtstreeks voor internationale arbitragetribunalen dagen.

BITs ondermijnen de mogelijkheden van overheden om regelgevend op te treden en beleid te voeren in het algemeen belang. Ze hebben de belastingbetaler intussen ook al miljoenen gekost aan juridische kosten en schadevergoedingen.

Bilaterale investeringsakkoorden vormen een bedreiging voor ons publiek beleid, ons democratisch bestuur en het algemeen belang en zouden alarmbellen moeten doen rinkelen bij iedereen die zich bezighoudt met milieu- en sociaal beleid.

De meest controversiële bepalingen zijn:

(Indirecte) onteigening

Een bepaling die de onteigening of nationalisatie van buitenlandse investeringen verbiedt, behalve wanneer er strikte criteria in acht worden genomen en volledige schadevergoeding wordt toegekend.

Buitenlandse investeerders vechten met deze bepaling in de hand steeds vaker - en met succes - regelgeving van nationale overheden aan, waaronder ook milieu- en sociale wetgeving. Daarbij voeren ze aan dat de gewraakte regelgeving de facto neerkomt op 'indirecte onteigening' en leidt tot gederfde toekomstige winst waarvoor schadevergoeding moet worden betaald.

Gelijke behandeling van elkaars onderdanen

Een beding dat een voorkeursbehandeling voor binnenlandse investeerders verbiedt. (Let op: deze bepaling verbiedt geen voorkeursbehandeling voor buitenlandse investeerders).

 Dit is een omstreden beginsel, want het maakt het voor landen moeilijker om bijvoorbeeld ter ondersteuning van opkomende sectoren lokaal beleid te maken of buitenlandse investeerders te verplichten lokale middelen (arbeid, grondstoffen) in hun productieproces toe te passen.

Meest bevoorrechte handelsnatie (MFN)

Verplichting om investeerders uit het partnerland met voorkeur te behandelen. Deze bepaling kan de regionale integratie en samenwerking tussen ontwikkelingslanden belemmeren als een onderlinge voorkeursbehandeling zich ook automatisch moet uitstrekken tot machtige multinationals uit ontwikkelde landen.

Eerlijke en billijke behandeling

Een zeer breed juridisch begrip, dat vaak wordt aangevoerd bij internationale arbitrage over investeringen. Bepalingen omtrent 'eerlijke en billijke behandeling' vormen een extra uitbreiding van het toch al brede scala aan rechten dat buitenlandse investeerders genieten onder bepalingen als 'gelijke behandeling van elkaars onderdanen' of 'meest bevoorrechte handelsnatie'. Het geeft de internationale arbitragetribunalen ruimte om een zeer brede interpretatie te hanteren m.b.t. wat er nodig is om een stabiel investeringsklimaat te garanderen en geen afbreuk te doen aan de 'gerechtvaardigde verwachtingen' van de investeerder.

Parapluclausule

Een bepaling die bestaande contractverplichtingen met individuele investeerders onder de bescherming van een bilateraal investeringsverdrag brengt en daarmee iedere vorm van contractbreuk verheft tot schending van het internationaal recht.

Arbitrage tussen investeerder en staat

Een steeds belangrijker mechanisme waarmee particuliere investeerders geschillen met overheden van een vreemd land kunnen beslechten en om verliezen geleden ten gevolge van overheidsmaatregelen op federaal, nationaal, provinciaal of lokaal niveau terug kunnen vorderen. Vrijwel alle investeringsverdragen kennen een bepaling die dit soort geschillenbeslechting toestaat. Dergelijke arbitrage tussen investeerder en staat is niet beschikbaar voor.

 

Hoog tijd voor een ander investeringsbeleid

Europese maatschappelijke organisaties eisen een Europees investeringsbeleid dat duurzame ontwikkeling en waardig werk vooropstelt.

Met het Verdrag van Lissabon dat in december 2009 in werking is getreden, is de bevoegdheid over directe buitenlandse investeringen verschoven van de 27 lidstaten naar de Europese Unie. De Europese Commissie, de Raad en het Europees Parlement bespreken op dit ogenblik de inhoud en richting van het toekomstige Europese investeringsbeleid.

Dit is een cruciaal moment omdat de Europese Commissie 'investeringbescherming' wil toevoegen aan alle nieuwe vrijhandelsakkoorden (India, Singapore, Maleisië, Marokko, Jordanië, Canada, Japan en de VS) en ook  individuele investeringsakkoorden met landen als China en Myanmar.

Internationale investeringsverdragen geven multinationale ondernemingen het recht om soevereine staten voor internationale arbitragetribunalen te dagen. Investeerders en grote advocatenkantoren maken dankbaar gebruik van deze mogelijkheden en aarzelen niet om sociale, economische en milieuregels aan te klagen als het erop lijkt dat die de winstverwachtingen zouden kunnen verminderen.

Het aantal rechtszaken tussen investeerders en staten in Europa zal alleen maar toenemen als Europese beleidsmakers zulke vergaande juridische privileges blijven toe kennen aan buitenlandse investeerders.

Internationale investeringsakkoorden vormen een bedreiging voor het overheidsbeleid en het algemeen belang. Onderstaande organisaties doen een dringende oproep aan de Europese instellingen en de regeringen van de Europese lidstaten om te zorgen voor een evenwichtig investeringsbeleid dat ook verplichtingen oplegt aan buitenlandse investeerders en het recht beschermt om regels op te stellen en beleid uit te werken met oog op het algemeen belang, waardig werk, mensenrechten en duurzame ontwikkeling.

Het toekomstige gemeenschappelijke Europees investeringsbeleid moet

  • in alle af te sluiten investeringsovereenkomsten verplichtingen voor de investeerder opnemen, in het bijzonder op het gebied van mensenrechten en maatschappelijk verantwoord ondernemen;

  • meer precieze en striktere juridische formuleringen hanteren met betrekking tot de rechten van investeerders;

  • komaf maken met het eenzijdige en ondoorzichtige geschillenbeslechtingsmechanisme tussen investeerders en staten;

  • garanderen dat overheidsmaatregelen die erop gericht zijn om publieke belangen te bevorderen of te beschermen niet kunnen aangevochten worden alsof het om ‘indirecte onteigening’ van investeringen zou gaan;

  • een duidelijke sociale en ecologische dimensie bevatten.

Alle lopende onderhandelingen van de Europese lidstaten inzake bilaterale investeringsverdragen – de zogenaamde BITs – moeten worden opgeschort.

Bestaande BITs moeten grondig worden herzien om te zorgen dat zij voldoen aan bredere doelstellingen op het gebied van duurzame ontwikkeling, waardig werk en sociale rechtvaardigheid.

Deel dit artikel