Nieuwe Congolese verkiezingscommissie maakt valse start

Niettegenstaande de benoeming van geestelijke Apollinaire Malu Malu als voorzitter niet onverdeeld positief wordt onthaald,  moet er met de benoeming van de nieuwe verkiezingscommissie (CENI) eindelijk eens werk gemaakt worden van  geloofwaardige lokale en provinciale verkiezingen. Enkel zo kan men immers een Congolese politieke klasse creëren en de kiemen van een democratie leggen, op alle niveaus.

CENI © Radio Okapi-John Bompengo


Op vrijdag 7 juni heeft de Congolese Assemblée Nationale de samenstelling van de nieuwe kiescommissie, de Commission Electorale Nationale Indépendante (CENI), bekendgemaakt.


Dit is een belangrijke gebeurtenis: de CENI is immers het orgaan dat bevoegd is om in Congo verkiezingen te organiseren en is dus een belangrijke factor in het democratiseringsproces. Dat bleek ook na het verkiezingsproces in 2011.




 

Moeizame hervormingen

De vorige CENI werd door de verschillende observatoren verantwoordelijk gesteld voor de serieuze onregelmatigheden die tijdens de presidents- en parlementsverkiezingen hadden plaatsgevonden. De toenmalige voorzitter, Ngoy Mulunda, een getrouwe van president Kabila, zou een hand hebben gehad in de fraude die voor de herverkiezing van Kabila en een dominantie van de presidentiële meerderheid in het parlement heeft gezorgd. De internationale gemeenschap riep dan ook in koor dat een hervorming van de CENI een conditio sine qua non was voor de voortzetting van het verkiezingsproces.

Die hervorming is er echter niet volledig gekomen: de wet die de CENI moest hervormen bevatte bepaalde verbeteringen ten opzichte van de vorige situatie, maar behoudt de politisering van de instelling en de dominantie door de regering en de politieke klasse.

Het is goed dat het middenveld nu betrokken wordt in de CENI, maar dat middenveld blijft met drie van de 13 leden nog altijd in de minderheid ten opzichte van de politieke klasse. De partijen die dicht bij Kabila staan krijgen zes vertegenwoordigers in de CENI, en ook in de bevoegdheidsverdeling krijgen zij de belangrijke brokken. Ook bij de volgende verkiezingen zal de presidentiële meerderheid dus de koordjes nog stevig in handen blijven houden.



Valse start

Goed was wel dat het voorzitterschap van de kiescommissie aan het middenveld toevertrouwd ging worden. Maar minder onverdeeld positief is de benoeming van geestelijke Apollinaire Malu Malu op de voorzittersstoel.

Malu Malu leidde de voorganger van de CENI al van 2003 tot begin 2011 en was dus verantwoordelijk voor de relatief succesvolle verkiezingen van 2006, al was het succes ook grotendeels te wijten aan de nauwe betrokkenheid van de internationale gemeenschap. Zeker is dat hij een grote expertise heeft op het gebied van organisatie van verkiezingen, dankzij zijn vorige ervaring aan het hoofd van de CENI en aan verschillende centra voor verkiezingshervorming en -ondersteuning.

Maar de geestelijke staat ook erg dicht bij de politieke familie van Kabila, en nam vanuit die positie ook deel aan de onderhandelingen tussen de regering en de rebellenbeweging M23 in Kampala. De oppositie contesteert zijn benoeming en ook de Congolese kerk(CENCO) had liever geen priester aan het roer van de CENI gezien.

De nieuwe ploeg van de CENI kent dus al een valse start. Terwijl het belangrijk is dat er goed uit de startblokken geschoten wordt, om terug leven te blazen in het verkiezingsproces, dat na het debacle van 2011 on hold werd gezet.

 

 

Geloofwaardige verkiezingen graag

Nu de CENI benoemd is, moet er eindelijk eens werk gemaakt worden van de organisatie van geloofwaardige lokale en provinciale verkiezingen, opdat die toch zeker plaatvinden voor de volgende presidents- en parlementsverkiezingen, voorzien voor 2016. Enkel zo kan men immers een Congolese politieke klasse creëren en de kiemen van een democratie leggen, op alle niveaus.

Men kampt door het gebrek aan deze verkiezingen met een serieuze legitimiteitscrisis: lokale verkiezingen hebben immers nog nooit plaatsgevonden en de vorige provinciale verkiezingen dateren van 2007, waardoor zowel provincieraadsleden en ? besturen als de senaat niet langer een mandaat van de burger hebben. Het groeien van zo'n democratie vraagt ook dat de besluitvorming zich dichter naar de bevolking verplaatst en met hun noden rekening houdt, maar van die noodzakelijke decentralisatie is er nog niet veel in huis gekomen. Meer info hierover in ons dossier over democratisering in Congo.

 

 

Wat kan België doen?

Ook België kan bijdragen aan dit proces. Door in haar politieke dialoog het belang van lokale en provinciale verkiezingen te blijven onderlijnen, en de aandacht van de internationale gemeenschap ook op dit dossier te vestigen. Door nu al te starten met het inzetten op civiele educatie van de bevolking en haar politici. Door iedere poging tot grondwetsherziening in negatieve zin, zoals een derde mandaat voor Kabila of het morrelen aan de decentralisatie, stevig te veroordelen. En door andere broodnodige hervormingen, voorzien in het kaderakkoord op te volgen, aan te moedigen en te ondersteunen. Democratisering is immers veel meer dan de organisatie van verkiezingen, maar goede, transparantie en legitieme verkiezingen zijn wel een voorwaarde voor een stap vooruit in het vormen van een democratische en stabiele staat.



Meer info:

Deel dit artikel