Nieuwe wet rond BIO biedt weinig nieuws

Cashewnotenkwekerij in Kenia

Gisteren (14 juli) stemde de Kamer het wetsontwerp van minister De Croo over de hervorming van de Belgische Investeringsmaatschappij voor Ontwikkelingslanden (BIO), een overheidsfonds dat met hulpgeld investeert in bedrijven in ontwikkelingslanden. Belangrijkste nieuwigheid is dat ook private investeerders kunnen investeren in bedrijven die BIO aanbrengt.

Concreet betekent dit dat BIO de mogelijkheid krijgt zelf investeringsfondsen op te richten en te beheren. BIO zal enkel als minderheidsaandeelhouder van zo’n fonds figureren wat het makkelijker zou maken voor private partners om mee in dergelijk fonds te stappen.

Weinig verschil

Dat investeerders met een uitgesproken sociaal en ecologisch profiel warm worden gemaakt om mee te stappen in het verhaal van BIO, lijkt een prima idee. Tegelijk stellen we ons de vraag waarom BIO niet meer aansluiting zoekt bij reeds bestaande fondsen die de expertise van ngo’s en investeerders samenbrengen om een antwoord te vinden op de financieringsnoden van kleinschalige ondernemers in de meest kwetsbare regio’s. 

Terwijl de rendementsvereiste eerder voor de volledige portefeuille gold geldt dat nu voor elk project afzonderlijk. Hierdoor wordt het nog moeilijker voor BIO om echt relevante investeringen te doen en de risico’s te nemen die eigen zijn aan beginnend ondernemerschap in ontwikkelingslanden.

We vrezen dan ook dat deze hervorming weinig verschil zal maken voor de meest kwetsbare groepen in ontwikkelingslanden. De rendementsvereiste – de ontwikkelingsprojecten die door BIO worden gesteund moeten een voldoende groot ‘marktconform’ rendement bieden – blijft overeind en wordt zelfs verstrengd. Terwijl dat rendement eerder voor de volledige portefeuille gold (het gemiddelde van alle investeringen), geldt dat nu voor elk project afzonderlijk. Hierdoor wordt het nog moeilijker voor BIO om echt relevante investeringen te doen en de risico’s te nemen die eigen zijn aan beginnend ondernemerschap in ontwikkelingslanden.

Eerder kaartte 11.11.11 in een dossier aan hoe dergelijke rendementsvereisten leiden tot weinig relevantie investeringen in zaken als fitnesscentra en luxehotels. Zelf pleitte 11.11.11 steeds voor een goede tussenoplossing: een afzonderlijk fonds waarvoor het strikte rendement niet zou gelden zeer gefocuste investeringen kan doen in de meest relevante lokale KMO’s. Voor hen is voorlopig geen perspectief.

Verduidelijken of versoepelen?

Een andere doelstelling van de wet is om het verbod van BIO om via belastingparadijzen te investeren te ‘verduidelijken’. Dat verbod kwam er na het rapport van 11.11.11 waaruit bleek dat BIO vaak investeert via investeringsfondsen op de Kaaimaneilanden of Panama.

Dat verbod blijft overeind, maar de wet voorziet wel in een versoepeling. Het verbod zou enkel gelden voor landen gedurende minder dan 5 jaar voorkomen op een lijst van de OESO van landen die onvoldoende meewerken inzake transparantie. Die voorwaarde lijkt op het lijf geschreven van landen als Luxemburg waarlangs heel wat investeringen passeren en dat tussen november 2013 en oktober 2015 op een ‘zwarte’ OESO-lijst stond. Het is een goede zaak dat de kern van het verbod overeind blijft, maar hier lijkt de ‘verduidelijking’ wel sterk op een ‘versoepeling’.

Voor 11.11.11 is het een goede zaak dat de minister nadenkt over hoe een organisatie als BIO beter kan bijdragen aan de doelstellingen van duurzame ontwikkeling. Vraag is of deze hervorming daar ook in slaagt. De mogelijkheid om private investeerders aan te trekken kan voor nieuwe middelen zorgen, maar of het ook voor meer resultaten zal zorgen is maar de vraag.

Jan Van de Poel
Diensthoofd Beleidsdienst

Deel dit artikel

       


Gerelateerde artikels