Vissers zoeken nieuwe woorden voor 'slecht weer'

5 vissersboot web'Ponco Uro' is een populaire term onder Indonesische vissers, het betekent letterlijk 'een obstakel dat hen verhindert op zee te gaan'. Gewoonlijk is dit donder, sterke wind of bliksem. Maar het weer wordt steeds onvoorspelbaarder, op zee gaan steeds gevaarlijker. De vissersvrouwen gaan op zoek naar nieuwe bronnen van inkomsten.


"Slecht weer is niet uitzonderlijk", zegt Jumiati, een vissersvrouw uit Noord Sumatra, maar het is nu frequenter en minder seizoensgebonden." Volgens Aleta Baun is dit uitzonderlijk en onvoorspelbaar klimaat niet alleen negatief voor de vissers, ook de boeren hebben er behoorlijk last van. "Gedurende de laatste twee jaar konden de mensen in Mollo geen maïs oogsten, het zaaiseizoen is nu totaal onvoorspelbaar."

De laatste jaren zijn er dan ook nieuwe termen opgedoken voor 'slecht weer': in Noord Sulawesi is er de term 'angin janda' of weduwe-wind, wat onmiddellijk duidelijk maakt hoe gevaarlijk het is geworden. "In de laatste vier jaar is het weer zo onvoorspelbaar dat heel wat vissers, onze mannen, op zee zijn gestorven", getuigt Devita. Volgens 11.11.11-partner Civil Society Forum on Climate Justice (CSF) zijn minstens 149 vissers gestorven sinds 2010.

Wetenschappers wijzen op de opwarming van het zeewater en de daarmee gepaard gaande sterkere stromingen en zelfs migratie van de vissoorten. Daarbovenop zijn de kleine vissers slachtoffer van de vervuiling van kuststroken door afvalwater van mijnbouw en de massale vangst door commerciële vissersboten die dieper op zee kunnen gaan vissen. De vissers verliezen daardoor vaak de helft of meer van hun inkomen.


Buigen of barsten

De vissersvrouwen zoeken manieren om het lagere inkomen te compenseren. Murni, een vrouw in West Nusa Tenggara heeft een business gestart door de vis niet zomaar te verkopen, maar eerst te pekelen, of garnalenpasta te produceren. In Noord Sumatra heeft Jumiati samen met haar vrouwengroep een spaar – en kredietcoöperatieve opgestart om lokale verwerking door de vrouwen te financieren, zoals het bakken van viskroepoek. Nuarini uit Aceh verkoopt nu ansjovis crispies en in Centraal Java maken vrouwen samen gerookte en gezouten vis.

Dankzij deze nieuwe economische activiteiten kunnen de gezinnen hun inkomen enigszins op peil houden. Maar de vrouwen betalen wel het gelag. Sommige vrouwen werken tot 16 uur per dag om hun bedrijfje draaiende te houden, zonder professionele status. Officieel zijn ze in dienst van hun man, wat betekent dat ze geen inspraak krijgen bij overleg met de lokale overheid, bijvoorbeeld bij consultatie inzake adaptatiemaatregelen.

CSF pleit bij de minister om die vrouwengroepen die bij het uitwerken van adaptatiemaatregelen uit de boot vallen een stem te geven. In veel gevallen zijn zij het zwaarst getroffen door het veranderend klimaat, maar kennen zij ook de beste aanpak om zich aan te passen. Verder ondersteunt CSF diverse vrouwengroepen in de visserijsector zodat die zelf hun rechten kunnen bepleiten bij diverse overheidsinstanties.

Kris Vanslambrouck, verantwoordelijke partnerwerking Azië

11.11.11 DOOR:

Deel dit artikel

Facebook Twitter Google+ Share