Vlaamse steden en Gemeenten weerspiegeld.

LOGO duurzaamheidsfolderVeel derdewereldgroepen  hebben in hun gemeente hun schouders gezet onder de Vlaamse Duurzaamheidsspiegel. Op 18 april maakte initiatiefnemer Steunpunt Lokale Agenda 21 (SLA21) de eerste resultaten bekend.



De duurzaamheidsspiegel is een checklist die nagaat hoe duurzaam het beleid van een gemeente is. Hoewel er met de spiegel gescoord wordt ligt de nadruk niet op het cijfer maar wel op de dialoog tussen middenveld en overheid, tussen noord-zuidbeleid en andere sectoren. 33 gemeenten vulden de Duurzaamheidsspiegel al in.

De spiegel bestaat enerzijds uit identiteitsvragen waar in principe ja of nee op geantwoord wordt. Anderzijds zijn er perceptievragen waarop een meer genuan-ceerd antwoord kan gegeven worden en die uitnodigen tot dialoog. Aan het geheel wordt een score toegekend. De oproep om deel te nemen werd in het najaar van vorig jaar verspreid. De spiegel is in de eerste plaats bedoeld om lokaal een dialoog in gang te zetten. Hun resultaten worden wel meegenomen op een website die later deze week on-line gaat”.

De Duurzaamheidsspiegel wil nagaan welke inspanningen gemeenten leveren om een gezond evenwicht te bewerkstelligen tussen hun politiek en economische opdrachten en de ecologische en sociale uitdagingen van deze tijd  en in welke mate de bevolking hiehieraan kan participeren. Hij gaat na wat gemeenten doen op het vlak van participatie, hoe ze hun voorbeeldrol opnemen en hoe duurzaam het lokale beleid is op het vlak van economie, landbouw, ruimtelijke ordening,… Om de spiegel in te vullen zaten ambtenaren, schepenen en vertegenwoordigers van het lokale middenveld waaronder d enoord-zuidbeweging samen rond tafel. In verschillende namd ed edrewereldraad het initiatief. ,

Gemiddeld haalden de deelnemende de gemeenten een duurzaamheidscore van 51,4 op 100. De stad Hasselt haalde hier een erg goede score van 80,6 en dat bleek de hoogste score te zijn. Op de voet gevolgd door Schoten (hoogst scorend in de categorie 20000-40000), Ieper en Bierbeek (hoogst scorend in de categorie -20000). 

Op de persconferentie werden de resultaten van de spiegel voorgesteld en wer-den enkele gemeenten gehuldigd. Toon Hermans, schepen van o.m. welzijn, noord-zuidbeleid en landbouw nam namens Hasselt de trofee in de vorm van een bedrukte spiegel in ontvangst. Zijn stad haalde de hoogste score. Ook de gemeenten Schoten en Bierbeek werden gehuldigd.

Initiatiefnemer VODO beklemtoonde op de persvoorstelling dat niet zozeer de individuele scores van belang waren, dan wel het aantal gemeenten dat heeft deelgenomen. Aangezien er voor het invullen van de duurzaamheidspiegel heel wat informatie moest worden verzameld en mensen worden gemobiliseerd, en er betrokkenheid uit verschillend beleidshoeken en thema’s is vereist, zijn 33 deel-nemende gemeenten een klein succes te noemen. “En we hopen natuurlijk dat het feit dat die 33 gemeenten hebben deelgenomen ook inspirerend zal werken voor de overige Vlaamse Gemeenten. De spiegel wil vooruit kijken. Het wil een instrument zijn om veranderingen in gang te zetten, om inzicht te verschaffen in wat er moet of kan gedaan worden.”

Tom De Saegher, adjunct-kabinetschef van Vlaams minister-president Leterme die ook duurzame ontwikkeling onder zijn bevoegdheden telt,  drukte namens zijn minister zijn waardering uit voor het initiatief. In het kader van de Vlaamse Strategie Duurzame Ontwikkeling is de Vlaams regering van plan een aantal samenwerkingsverbanden op te richten met de Vlaamse gemeenten rond bepaalde thema’s. De spiegel is dan ook in dat verband een interessante oefening of eva-luatie van hoe een gemeente met Duurzame Ontwikkeling omgaat. Vooral omdat een aantal thema’s in de spiegel duidelijk aan bod komen zoals inspraak en bestuur. DeSaegher beklemtoont dat ‘good governance´een essentieel onderdeel is van Duurzame ontwikkeling. Hij drukte wel de hoop uit dat in de volgende edities van de spiegel nog meer gefocust zou worden op sociale thema’s.


Samenvatting algemene resultaten

Wat zijn de bevindingen na een analyse van de cijfers van de deelnemende ge-meenten? Een eerste deel van de Duurzaamheidsspiegel behandelde het thema participatie. Daarbij werd gepeild naar de participatiemogelijkheden en de rand-voorwaarden voor participatie. Dé randvoorwaarde voor participatie is een dege-lijke informatieveschaffing. Uit de cijfers blijkt dat de tevredenheid hoog is, voor-al ambtenaren hebben hier een grote verdienste in daar ze vandaag de dag vlot bereikbaar zijn om informatie te verstrekken.
Adviesraden blijken in Vlaanderen de plaats bij uitstek om te participeren. Alle deelnemende gemeenten hebben een milieuraad en 90 % heeft een noord-zuidraad. Het aantal welzijnsraden ligt een stuk lager, 62 % van de deelnemers beschikt over een welzijnsraad. In vrijwel alle deelnemende gemeenten kunnen adviesraden autonoom functioneren en verlenen lokale besturen steun aan initiatieven. Toch kunnen adviesraden niet vroeg genoeg en onvoldoende doorwegen op de besluitvorming. Hun impact blijft in veel gemeenten beperkt. Samenwer-kingsverbanden tussen adviesraden bleek ook geen evidentie te zijn, op veel plaatsen werkten adviesraden voor de eerste maal samen om de Duurzaam-heidsspiegel in te vullen.

Wie iets onderneemt of een bepaald doel voor ogen heeft wil graag weten of de goede weg is ingeslagen. Daarom is het van belang meetmomenten in te lassen. Uit de resultaten bleek echter dat weinig gemeenten over meetinstrumenten zoals de stadmonitor of duurzaamheidsbarometer beschikken. Bovendien vangen lokale besturen die wel zo’n instrument hebben er weinig of niets mee aan.

Een duurzaam lokaal beleid impliceert ook dat gemeenten een voorbeeldfunctie vervullen. Daarom werd nagegaan hoe duurzaam gemeentediensten werken. De gemiddelde score was 57,5 %. Eenvoudige zaken zoals het gebruik van gerecy-cleerd papier of het plaatsen van drinkfonteintjes bleken vrij courant voor te ko-men. Verdergaande zaken als ethisch beleggen of het kopen van ‘eerlijke’ kledij voor gemeentepersoneel vinden doorgaans minder ingang. Op het vlak van samenwerken tussen gemeentelijke diensten is er nog een lange weg af te leggen. De gemiddelde score hier was 51.8 %. Waar het merendeel bijv. werk maakt van een intern milieuzorgsysteem blijven andere vormen van structureel overleg echter zeldzaam. Kennelijk is het draagvlak bij lokale politici en ambtenaren hiervoor vrij klein en is de hokjesmentaliteit nog steeds sterk verankerd. 

Een derde en laatste deel van de Duurzaamheidsspiegel peilde naar extern be-leid. Wat ondernemen gemeenten om het gedrag of keuzes van burgers en sta-keholders in duurzame zin te beïnvloeden? De sensibilisatie rond milieubewust verbruik van water is vrij succesvol daar er op dit onderdeel een gemiddelde score van 74 % is behaald. Voor ‘Natuur en Ruimtelijk Beleid’ en ‘Afval en Vaste Stoffen’ krijgen de gemeente nog een voldoende, respectievelijk 63 en 59 %. Bij ‘Natuur en Ruimtelijk Beleid’ viel nogmaals op dat geïntegreerd beleidswerk niet vanzelfsprekend is. Hoewel er wel degelijk een sterke relatie is tussen Natuurbe-leid en Ruimtelijke Ordening wordt dit niet altijd erkend. Voor de andere onder-delen werd gemiddeld een onvoldoende gescoord.

Om burgers en steakholders aan te moedigen minder energie te verbruiken wordt bijv. wel deelgenomen aan regionale en nationale campagnes maar slechts één gemeente stelde een lokaal klimaatbeleidsplan op. Op veel plaatsen leeft het idee dat het niet aan gemeenten is om een klimaatplan op te stellen.

Ook op het vlak van lokaal economische beleidsvoering liggen er voor gemeenten nog heel wat mogelijkheden open. De gemiddelde score voor lokaal economisch beleid was 43 %. Uit de gegevens blijkt o.a. dat er in lokale economische be-leidsplannen nauwlijks rekening gehouden wordt met ecologische en sociale prin-cipes terwijl dit net broodnodig is om los te komen van het remediërend karakter van welzijns, milieu- en noord-zuidbeleid. Gemeenten blijken wel iets te doen om de verkoop van producten met respect voor het Zuiden te stimuleren De stimu-ans om lokale producten te verkopen ligt echter iets lager, het gevaar voor pro-tectionisme is waarschijnlijk een mogelijke oorzaak.

Gemeenten hebben heel wat beleidsinstrumenten die ze kunnen inzetten om een duurzaam beleid te voeren. Op dit onderdeel scoorden gemeenten gemiddeld 49 %. Alle deelnemende gemeenten verklaarden een Schepen voor Ontwikkelings-samenwerking te hebben maar slechts 37 % van de gemeenten verklaart een groeipad naar de 0,7%-norm van de begroting te volgen of die al bereikt te heb-ben. Ook hier blijkt de integrerende functie moeilijk te bewerkstelligen. In ge-meenten die een duurzaamheids- of noordzuidambtenaar hebben, wordt er op occasionele basis integrerend gewerkt maar de ambtenaren hebben doorgaans te weinig slagkracht om een structurele werking op poten te zetten. Op het vlak van landbouw en internationaal beleid wordt embarmelijk laag gescoord met res-pectievelijk 24 en 36 %. Gemeenten zien landbouwers vaak als partner voor na-tuurontwikkeling en –beheer. Voor het overige zijn er wel intenties om landbouw te verduurzamen maar duurzame maatregelen zoals steun geven aan lokale landbouwproducten en kringloopacties voor mest en veevoer kunnen op bitter weinig of zelfs geen aandacht rekenen. Op het vlak van internationale beleids-voering ging 35 % van de gemeenten een zusterband aan met een gemeente uit het zuiden, 48 % neemt deel aan de Fair Tradecampagne. Daarnaast scoren formele campagnes zoals ‘Majors for Peace’ nog vrij goed maar een degelijke uitwerking op het vlak van internationale samenwerking blijft vaak achterwege. 

De totale Spiegelscore is 51 % waarmee gemeenten net een voldoende halen. Globaal gezien kan gesteld worden dat duurzame ontwikkeling in heel wat ge-meenten leeft of begint te leven. Op veel plaatsen zijn er intenties om een ander beleid te voeren. Een structurele uitwerking om te komen tot een geïntegreerd beleid blijft achterwege. De toekomst zal uitwijzen of gemeenten in samenspraak met lokale actoren willen verder bouwen aan een duurzaam lokaal beleid. Ge-meenten die de Duurzaamheidsspiegel nog niet invulden, kunnen dit nog steeds. De spiegel is ook een hulpmiddel voor het opstellen van lokale memoranda of beleidsplannen.  

Meer info:
VODO
Steunpunt lokale Agenda 21
Vlasfabriekstraat 11
1060 Brussel
(02) 536.19.63
info@sla21.be
www.sla21.be


 

Deel dit artikel