Waar is de Tobintaks?


James Tobin
[Foto: James Tobin]

James Tobin, Amerikaans nobelprijswinnaar economie, lanceerde in 1971 het idee van een belasting op munttransacties. Sindsdien is er al veel over gepraat en even leek het er op die taks er zou komen in een deel van Europa. Maar nu is de
bankwereld opnieuw in het verzet. Wat blijft er nog over van die droom die voor vele NGO's geld moet opleveren voor ontwikkelingslanden.



OPINIE




De aanleiding waren grote schommelingen op de deviezenmarkten in dat jaar en het besef dat nationale economieën en de globale economie hierdoor grote averij konden oplopen. Met een lage taks op alle munttransacties (bv tussen de dollar en het pond) wou Tobin de snelheid van het financieel verkeer vertragen. 'Zand strooien in de machinerie van het systeem'. Tegelijk wou hij hiermee ook de marge voor autonoom beleid van landen vergroten.

Zou hij een stuk van zijn DNA herkennen in het financiële transactietaks-voorstel (FTT) van de Europese Commissie dat nu door 11 EU landen wordt besproken? Er zijn gelijkenissen maar ook verschillen. En het gaat niet enkel over de taks. De financiële sector vandaag is oneindig veel groter en sneller dan 40 jaar geleden.

 

Het verschil

Wat zijn de verschillen? Tobin had vooral de munttransacties in het vizier, omdat die volgens hem internationaal het gevaarlijkst waren voor de stabiliteit. Het Commissievoorstel belast zowat alle types van transacties, behalve net de deviezenhandel. Daarvan worden alleen de afgeleide producten belast.

Tobin had het ook zelden of nooit over de opbrengst van de taks. Die was voor hem totaal bijkomstig. In de motivatie voor het commissievoorstel komt financiële stabiliteit wel aan bod (en blijft dit voor 11.11.11 of Attac wel de hoofdreden om zo'n taks in te voeren) maar staat de opbrengst heel centraal.

Zelfs het idee om de financiële sector te laten meebetalen voor het voorkomen of compenseren van crisissen vind je bij Tobin nauwelijks terug. Het laatste verschil is de grootorde van de taks. Tobin dacht over een 'beperkte' taks, in de grootorde van 1% of 0,5%. Het commissievoorstel heft 0,1% op eerstelijns transacties en 0,01% op afgeleide producten. Dat heeft zeker niet de zelfde impact.

 

De gelijkenis

De grote gelijkenis tussen beide taksen is de zorg om de rol van de financiële sector, de kwakkelende ruggengraat van onze economie. Zowel de tobintaks als het nieuwe voorstel zijn gericht tegen te snelle oncontroleerbare bewegingen van kapitaal.

In de jaren 70 ging het dan over transacties met nationale munten, die door grote speculatiebewegingen voor problemen zorgden. Bekendste Europese voorbeeld is ongetwijfeld de machtige speculant George Soros die in zijn eentje tegen de pond sterling speculeerde en 'won'.

Vandaag, in 2013, gaat het om veel grotere bewegingen aan een veel grotere snelheid. Men is het er over eens dat het voorstel van de commissie zou helpen bij het aftoppen van de computergestuurde high frequency trade die in nanoseconden miljarden $ en euro in alle mogelijke richtingen verhandelt. De hoge snelheidshandel is doorgaans erg speculatief, én gevaarlijk.

Bij de Flash Crash van 6 mei 2010 had een trader op twintig minuten 75.000 effecten verkocht voor meer dan 4 miljard dollar. Dat zorgde voor het ineenstorten van de koersen en voor grote problemen.

 

De vergelijking

Is er dan meer verschil dan gelijkenis? Je zou kunnen zeggen dat de graad en de modaliteiten erg verschillen, maar dat de bedoeling om risico's uit de financiële sector te halen er nog steeds is. Al zit men meer dan in Tobins tijd likkebaardend naar de mogelijke opbrengst te kijken. En niet iedereen wil die besteden aan sociaal beleid hier, aan extra middelen voor ontwikkeling of aan het gaaf houden van publieke goederen. Sommigen willen de extra inkomsten gewoon gebruiken om gaten in de begroting te dichten, En dat was echt niet de bedoeling. Maar goed.

 

Het dreigement

Hét grootste verschil tussen vroeger en nu is echter de kans die de taks maakt om er effectief te komen. Tobin kreeg zijn voorstel nooit zelfs maar in de buurt van de politieke onderhandelingstafel, laat staan van echte toepassing.

Vandaag staan we daar nu toch wel héél dicht bij. Dat merk je vooral aan de verwoede pogingen uit de financiële wereld om de taks alsnog tegen te houden. De dreiging met ontslag van Belfius-topman Alfred Bouckaert is daarvan het recentste voorbeeld. De in dreigementen verpakte argumenten brengen wat mij betreft echter vooral aan het licht dat de sector met enorme bedragen werkt, zonder dat duidelijk is welke reële band die nog hebben met de echte economie.

Zo meldde de federatie voor de Belgische financiële sector Febelfin vorige week dat de taks de vier grootste Belgische banken 8,4 miljard euro zou kosten. Met een taks van 0,1% reken je dat snel om naar een 'belastbaar' bedrag van maar liefst 8.400 miljard euro. Dat is 21 keer het BNP van België. Een mens vraagt zich af waarom we ook weer diezelfde banken moesten redden. Ik ben alvast benieuwd naar meer details: van waar komt dat fabelachtige bedrag?
Het einde

Alle dreigementen en schoten voor de boeg ten spijt hebben we 40 jaar na de geboorte van het idee van James Tobin een nauw verwant voorstel van financiële transactietaks dat juridisch en technisch stevig op poten staat, en dat nu maar eens moet worden toegepast.

Bogdan Vanden Berghe,  algemeen directeur 11.11.11


Meer info:


11.be:

Deel dit artikel