Aardappelboeren in A ...
Aardbeving in Chili
Aardbeving in Chili, ...
Acht jaar EPA's: sto ...
Vandaag, 27 september 2010, is het de achtste verjaardag van de lancering van de EPA-onderhandelingen. Na acht jaar, en drie jaar na de deadline, is er nog altijd maar één volledige EPA, namelijk met de Caraïben, de meest welstellende ACP-regio. Zelfs de EU begint er stilaan genoeg van te krijgen. Dat ze er dan eindelijk mee ophoudt!
Economische Partnerschaps Akkoorden zijn uitgebreide en diepgaande vrijhandelsakkoorden die de Europese Unie onderhandelt met de ex-kolonies uit de Caraïben, Afrika en de Stille Oceaan. De meest ACP-landen, vooral in Afrika, zijn minstontwikkelde landen. Zij zien het niet zitten om zo’n vergaande akkoorden te aanvaarden: ze hebben er de institutionele en economische capaciteiten niet voor, vrezen de impact en de kosten. Maar de EU zegt er van overtuigd te zijn dat EPA’s de ACP-landen duurzame ontwikkeling zullen brengen (al lijkt vooral de EU er zelf beter van te worden: geen enkel land of landengroep zal zo’n uitgebreide toegang hebben tot de markten en grondstoffen van de ACP-landen als de EU). Dus zet de EU de ACP-landen nu al acht jaar onder druk om de EPA’s te aanvaarden. Zonder al te veel succes. De onderhandelingen blijven maar aanslepen.
Einde 2007 sloten een aantal landen voorlopige akkoorden af met de EU. Zij deden dit om hun uitvoer naar Europa veilig te stellen. De EU had er immers mee gedreigd om de gunstige invoerregeling voor de ACP-landen stop te zetten. Maar al snel bleken deze voorlopige akkoorden allerlei problematische bepalingen te bevatten die de ACP-landen er terug uit wilden. De EU weigerde maar wilde tegelijk verder onderhandelen om nog meer bepalingen en liberaliseringen aan de voorlopige akkoorden toe te voegen. Maar de meeste ACP-landen willen niet verder gaan, zeker niet als de voorlopige akkoorden niet eerst herzien worden. En zo zijn de onderhandelingen stilaan muurvast aan het lopen.
De EU twijfelt: aanvallen of terugtrekken?
De EU zit met de handen in het haar. Op maandag 6 september ontvingen de Europese ministers van handel en van ontwikkeling een brief van De Gucht en Piebalgs, respectievelijk de Europese commissaris voor Handel en voor Ontwikkeling. De commissarissen gaven toe dat de EPA’s in een sukkelstraatje zijn terechtgekomen. Ze vroegen de ministers om hun mening: wat nu? Een nieuwe deadline instellen en opnieuw dreigen met de intrrekking van de markttoegang voor ACP-landen die weigeren te tekenen? Of meer hulp beloven en hen proberen te overtuigen dat EPA’s goed zijn? Of de ambities terugschroeven en met minder uitgebreide akkoorden tevreden zijn? Of stoppen met de onderhandelingen met landen die de EPA's toch niet zien zitten?
Het ligt in het karakter van De Gucht om te volharden, en de daad bij het woord te voegen, maar vele ministers dringen er toch op aan niets te bruuskeren.
De dreigementen van zijn voorganger, Peter Mandelson, einde 2007, hebben veel kwaad bloed gezet en zinderen nog zwaar na. De markttoegang afpakken van individuele landen zal ook ganse regio's tegen de EU keren of juist de meest meegaande landen treffen.
Neem de East African Community. Deze douane-unie bestaat uit Kenia, Oeganda, Tanzania, Rwanda en Burundi. Zoals dit het geval is voor al de minstontwikkelde landen mogen al de producten (behalve wapens) van de laatste vier landen zonder invoertaks binnen in de EU. Kenia is geen minstontwikkeld land en het heeft dus een andere regeling nodig om naar de EU te kunnen uitvoeren. Kenia is voorstander van een EPA, maar krijgt haar buurlanden niet mee. Zal De Gucht Kenia markttoegang ontzeggen omdat haar buurlanden de voorlopige EPA van 2007 niet willen bekrachtigen?
Of neem West-Afrika: van de 16 landen zijn er 3 ontwikkelingslanden (Nigeria, Ghana en Ivoorkust) en 13 minstontwikkelde landen. Ghana en Ivoorkust hadden in 2007 een voorlopig akkoord aanvaard. Nigeria en de 13 minstontwikkelde landen hadden dit geweigerd. Resultaat: de regio ligt aan diggelen. De 16 willen wel proberen om een regionaal akkoord te sluiten maar ze willen niet zover gaan als de EU eist. De EU wil dat de regio 80% van al hun invoertaksen op EU producten afschaffen in 15 jaar tijd. West-Afrika is bereid 70% af te schaffen in 25 jaar tijd. Tot nu toe weigert de EU dit te aanvaarden. Speelt de EU het hard, dan komt er geen akkoord, blijft de regio opgesplitst of verliezen Ghana en Ivoorkust hun markttoegang tot de Europese Unie. Het kluwen is dus niet gemakkelijk te ontwarren en het valt te hopen dat De Gucht niet met een zwaard gaat staan zwaaien om de knopen door te hakken.
Wat moet er dus gebeuren?
De oplossing is eigenlijk simpel: doen wat al jaren geleden had moeten gebeuren, namelijk er mee ophouden. Er mee stoppen om deze akkoorden op te dringen aan de ACP-landen en in de plaats daarvan de regio’s van Afrika en de Stille Oceaaneilanden in hun geheel aanzien als minstontwikkelde regio’s en ze allemaal vrije markttoegang bieden tot de Europese markt. Dan kunnen deze regio’s tenminste op hun eigen tempo verder werken aan hun regionale integratie volgens wat ze zelf politiek en institutioneel voor mogelijk houden. De EU moet dit steunen en ophouden met deze landen in een “Made in Brussels” keurslijf te duwen.
Op 22 oktober bespreken de Europese ministers van Ontwikkelingssamenwerking de brief van de Gucht en Piebalgs. 11.11.11 komt dan op straat om de ministers op te roepen om eindelijk te stoppen met de EPA's.
Marc Maes
Beleidsmedewerker Europees Handelsbeleid
11.11.11