Skip to content
Beeld
Vaste schermresolutie Vloeiende schermresolutie Groter lettertype Kleiner lettertype Standaard grootte lettertype


GATS is dé inzet van Hong Kong

Aangebracht door 11.11.11 op ma 12 dec 2005

Sinds het begin van november hebben WTO-leden hun verwachtingen voor Hong Kong teruggeschroefd. Sindsdien is het niet meer duidelijk wat er in Hong Kong eigenlijk nog te gebeuren staat. Volgens ons is dé inzet van Hong Kong de onderhandeling over de diensten.

Terwijl de voorzitters van de onderhandelingen over landbouw en industriële tarieven (NAMA) in november hun pogingen om ontwerpteksten te maken voor Hong Kong staakten, ging de Mexicaanse voorzitter van de GATS-groep, De Mateo, rustig verder.
Terwijl zijn collega’s slechts een verslag opstelden over de stand van zaken in de onderhandelingen, diende De Mateo voorstellen in om de GATS-onderhandelingen voortaan op een héél andere leest te schoeien. De ontwerptekst voor Hong Kong bevat dus allerlei bijlagen die zeer verschillend van aard zijn: verslagen én voorstellen. Voor GATS zijn er wel degelijk voorstellen met verregaande draagwijdte.


De GATS-ontwerptekst (Bijlage C bij de voorgestelde Hong Kong slotverklaring) zou namelijk:

  • kwalitatieve doelen opleggen (zeggen welke engagement moeten genomen worden: bijvoorbeeld “economische behoeftetests afbouwen”, “meer buitenlandse participaties toestaan).
  • plurilaterale onderhandelingen verplicht maken (als een groep van landen een liberaliseringsvraag zou stellen aan een land, dan moet dat land daarover onderhandelingen aangaan).
  • leden verplichten regels aan te nemen om de binnenlandse regels zo weinig mogelijk handelsverstorend te maken.
    Bovendien bevat de GATS-tekst ook nog een verwijzing naar een ander document waarin per sector de voornaamste liberaliseringsvragen staan opgesomd. De WTO-leden zouden zich in hun onderhandelingen moeten laten leiden door deze opsomming.

Indien de Ministers in Hong Kong deze tekst aanvaarden, dan wordt het GATS-akkoord op zijn kop gezet.
GATS is altijd geroemd voor zijn flexibiliteit: de WTO-leden mogen zelf bepalen hoeveel diensten ze liberaliseren en hoe. Er is geen verplichting.
De Mateo-tekst bepaalt hoe leden moeten liberaliseren (kwalitatieve doelen), en maken deelname aan plurilaterale onderhandelingen verplicht. Indien de bijlage wordt goedgekeurd zullen groepen van landen die het hardst geïnteresseerd zijn aan de vrijmaking van de dienstensector, per sector, gezamenlijke liberaliseringsvragen versturen. De WTO-leden die zo’n vraag krijgen moeten daarover onderhandelingen aangaan.

Dit is in feite een formalisering van de zogenaamde ‘Friends”-groepen: landen die geïnteresseerd zijn in een bepaalde sector en die al jaren hun activiteiten in de WTO coördineren. Er zijn “Friends of Communication”, “Friends of Financial Services”, “Friends of Transport Services”, enz.

Ontwikkelingslanden hebben sterk geprotesteerd tegen de opname van bovenstaande voorstellen in de ontwerptekst. Er is daar immers geen overeenstemming over. De rijke landen willen GATS op zijn kop zetten en liberaliseringen verplicht maken. De meeste ontwikkelingslanden willen de flexibiliteit niet verliezen die de kern van het GATS-akkoord uitmaakt.

De voorzitter van de GATS-onderhandelingsgroep heeft lang geweigerd om bepalingen uit de tekst te halen waarover geen consensus bestond, maar uiteindelijk heeft hij er toch één laten vallen, namelijk de bepalingen over de invoering van kwantitatieve streefdoelen. De Europese Unie was daar grote voorstander van. De EU had zelfs voorgesteld dat alle ontwikkelingslanden liberaliseringen zouden moeten aangaan in 57% van de diensten (sub)sectoren; voor ontwikkelde landen zou dit cijfer 85% zijn.
Dit  idee heeft de ontwerptekst van De Mateo dus niet gehaald (naar verluidt omdat ook de VSA daar niet voor te vinden was en omdat de Europese vereniging van dienstenbedrijven, het ESF, het niet zo een goede strategie vond; hij lokt namelijk teveel reactie uit).

Maar er bestaat evenmin eensgezindheid over de rest van de GATS-voorstellen. Ontwikkelingslanden hebben vorige week zeer hard onderhandeld om te bekomen dat de verwijzing naar de bijlage van “De Mateo” in de hoofdtekst van de ontwerp-slotverklaring, tenminste tussen haakjes zou geplaatst worden. In internationale organisaties is dat de normale manier om aan te duiden dat er nog geen overeenstemming is. Pas vrijdagavond 2 december om 22u is daarover in de Algemene Raad van de WTO overeenstemming bereikt.

Paragraaf 21 leest nu als volgt: "We are determined to intensify the negotiations in accordance with the above principles [and the Objectives, Approaches and Timelines set out in Annex C to this document] with a view to expanding the sectoral and modal coverage of commitments and improving their quality. In this regard, particular attention will be given to sectors and modes of supply of export interest to developing countries."

In Hong Kong zal er hard onderhandeld worden om deze haakjes te behouden of te schrappen of om de bijlage C te wijzigen. Er staat veel op het spel: namelijk de mogelijkheid om meer druk te kunnen zetten op ontwikkelingslanden om hun diensten te openen voor dienstenbedrijven uit het Noorden.

De rijke landen bereiden zich alvast voor op een goedkeuring van bijlage C, ze hebben al een kalender klaar voor plurilaterale GATS-onderhandelingen, hebben al voorzitters en verslaggevers gezocht voor de sectoriële onderhandelingsgroepen en hebben zelfs al formulieren opgesteld die de WTO-leden moeten invullen om aan te duiden aan welke sectoriële/plurilaterale onderhandelingen ze meedoen.


Misschien toch ook nog drukke onderhandelingen over landbouw en Nama?

Naar verluidt hebben financieministers van Brazilië en India tijdens een G7-bijeenkomst in Londen (zondag 4 december) aangegeven dat ze bereid zijn om toegevingen te doen in respectievelijk diensten en industriële producten. Als dit klopt dan zouden er in Hong Kong ook drukke onderhandelingen kunnen doorgaan achter de schermen om toch nog een compromis te bereiken tussen de groten (EU, VSA, India, Brazilië, Japan) over landbouw, Nama en GATS.


Ontwikkelingspakket is maar afleiding

De hevige discussie rond GATS bevestigt nogmaals dat het ontwikkelingspakket dat door de rijke landen op de voorgrond geplaatst wordt in hoofdzaak bedoeld is voor “public relations” doeleinden en om “goodwill” te creëren. Maar deze dossiers bevinden zich  naast de kern van wat een ontwikkelingsronde zou moeten zijn. Het gaat niet op om in landbouw, diensten en industrie vergaande liberalisering te eisen van ontwikkelingslanden, om dan als er een ministerconferentie is, gauw enkele symbooldossiers van onder het stof te halen waar men ze de voorbije jaren zelf heeft onder gestopt.
Als de rijke landen echt iets willen doen voor ontwikkeling zouden ze beter minder offensief uit de hoek komen om hun eigen belangen te verdedigen en minder hardnekkig druk uitoefenen om marktoegang te krijgen voor de eigen uitvoer. Zoals het er nu voor staat  leveren de Doha-onderhandelingen volgens de Wereldbank drie maal meer op voor de rijke landen dan voor de ontwikkelingslanden. Het Noorden (ongeveer 35 landen) zou ongeveer 280 miljard dollar rijker kunnen worden; het Zuiden (in de WTO ongeveer 115 landen): 90 miljard. Op die manier zal de kloof niet gedicht raken, integendeel.

Het ontwikkelingspakket van Hong Kong zou volgens de EU moeten bestaan uit
6 elementen. Voor de meeste van deze elementen moet de EU echter zelf niet veel doen:

  • minst-ontwikkelde landen krijgen tarief- en quotavrije marktoegang van al de rijke landen en grote ontwikkelingslanden (dat doet de EU al sinds 2001). De EU legt hier de bal mooi in het kamp van de andere rijke landen. Het Amerikaanse House is al in het verzet.
  • de goedkeuring van de herziening van 33 artikels uit bestaande akkoorden, met betrekking tot de bijzondere behandeling van ontwikkelingslanden: 5 voor de minst-ontwikkelde landen en 28 voor de ontwikkelingslanden die al sinds Cancun in de pijplijn zitten, maar door de ontwikkelingslanden zelf als volkomen onvoldoende worden aanzien. Tot nu toe zijn slechts de 5 artikels voor de minst-ontwikkelde landen naar Hong Kong gestuurd.
  • een “Aid for Trade”-pakket (namelijk het verhogen van de middelen van het Enhanced Integrated Framework, wat al tijdens de G8 in Gleneagles was aangekondigd; het Noorden laat zich dus weer twee keer toejuichen voor dezelfde inspanning).
  • “iets” over “preferentie-erosie” (het verminderen van waarde van bijzondere markttoegang tot de rijke landen doordat andere landen ook meer markttoegang verwerven). Dat “iets” kan niet veel verder gaan dan het goede voornemen er rekening mee te houden.
  • een definitieve oplossing voor het probleem van TRIPS en geneesmiddelen. De vraag is natuurlijk welke oplossing. Er is hierover ondertussen een beslissing, namelijk het definitief maken van de voorlopige oplossing van augustus 2003. Die voorlopige oplossing was veel te strak en heeft nog geen toepassing gekend. Het ware veel beter geweest dat men de methode eerst had verbeterd.
  • “iets” over het katoenprobleem (de katoensubsidies in de rijke landen ondermijnen het inkomen van duizenden kleine boeren in West-Afrika),  maar ook dat is niet in de eerste plaats iets wat de EU moet doen want het gaat vooral over Amerikaanse subsidies.

Naast deze zes zouden er wel eens een paar andere ontwikkelingsthema’s kunnen opduiken, die de EU er liever niet wil zien, namelijk het Europese bananenregime en de Europese suikerhervorming, waarover noch de ACP-landen, noch hun concurrenten te spreken zijn.


Marc Maes, studiedienst 11.11.11

Zie ook persbericht 10 december 2005:


Laatste aanpassing op di 13 dec 2005
Artikel 1218 keer gelezen
Share/Bookmark

Gerelateerde info

Thema's

Steun 11.11.11


Schenk online
of stort op
BE30 0000 0000 1111


Disclaimer | RSS | Bescherming van de persoonsgegevens
Logo Combell